Dansers brengen hulde aan Käthy Gosschalk

Gezelschap: De Rotterdamse Dansgroep. Nieuwe werken: One Vivid Loop, choreografie en tekst: Dennis O'Connor, costuums: Edith Ordelman/Dennis O'Connor. Clay, choreografie: Ton Simons, muziek: W.A.Mozart, costuums: Edith Ordelman/Ton Simons, licht: Kees Knegjes. Gezien: 8 december, De Rotterdamse Schouwburg. Daar nog te zien t/m/ 11 december, verder 14 t/m 18 dec. Amsterdam. Inl. 010-4364511.

Al sinds 1975 voert Käthy Gosschalk de artistieke leiding over het dansgezelschap dat sinds vijf jaar de naam De Rotterdamse Dansgroep draagt. Voor haar grote inzet, doorzettingsvermogen en bijdragen aan het culturele leven in Rotterdam, werd haar maandag door de gemeente Rotterdam terecht de Erasmusspeld uitgereikt. Haar dansers beloonden Gosschalk gisteravond door het tweede programma van dit seizoen, dat twee premières bevat, met een opmerkelijke exactheid, vitaliteit en homogeniteit uit te voeren.

Het eerste nieuwe werk - One Vivid Loop - is een duet voor twee mannen van de Amerikaan Dennis O'Connor, hier bekend door zijn optredens in het Holland Festival en het Spring Dance Festival. Het werk heeft geen muzikale begeleiding; het wordt uitgevoerd in combinatie met teksten en stem van O'Connor.

Die teksten bestaan uit lange opsommingen van wat een mens haat, waar hij bang voor is, waar hij van houdt. Dat blijkt zeer veel te zijn en daar komen prachtige, relativerende tegenstellingen aan de orde, die, ook al omdat ze op eenzelfde intonatie en in een hoog tempo achter elkaar worden uitgesproken, soms humoristisch werken.

Tegenover die woorden vloed staat een subtiele, uiterst verstilde choreografie, waarin voorzichtig en behoedzaam de intimiteit in de relatie tussen twee mannen wordt afgetast en geduid. Slechts een enkele maal is er een plotselinge energieke uitbarsting. De concentratie wordt, ook al omdat de tekst zo helder en uitstekend verstaanbaar is, getrokken naar het woord en dat lokte in het publiek reacties uit die nauwelijks klopten met wat er op het podium gebeurde. Dat verdroeg die afleiding eigenlijk niet, want daar werd, ook door de intense vertolking van Tim Percent en Rick Kam, juist het onzegbare zichtbaar.

Het tweede nieuwe werk is van de vaste choreograaf bij De Rotterdamse Dansgroep, Ton Simons. Zijn Clay heeft een duidelijke binding met zijn vorig seizoen gemaakte The idea of Order. Ook nu gebruikt hij muziek van Mozart en is het stuk opgebouwd uit een aanenschakeling van fragmenten die steeds onderbroken worden door een zogenaamde donkerslag, terwijl er toch een continuïteit blijft bestaan. Opvallend zijn de als molenwieken ronddraaiende armen en het zetten van zeer dynamische, gecompliceerde bewegingsfrases van één of meerdere dansers tegenover de geladen stilstand of langzaam uitgerekte bewegingen van anderen.

Compositorisch zit het werk weer zeer knap in elkaar: bewegingen worden in andere formaties en ruimtelijke opstelling herhaald en zijn altijd fantasierijk en boeiend. De titel Clay is goed gekozen, want het werk is een expositie van materiaal dat zich op ontelbare manieren laat vormen en waarin de kleinste druk van een vinger een nieuw beeld veroorzaakt.

Soms vond ik het allemaal een beetje te veel. Te veel veranderingen van licht, te veel beelden, te veel arm-, been- en rompgezwaai; hoe goed ook uitgevoerd. Waarschijnlijk is die onrust bewust aangebracht en geeft die aan dat Simons nog lang niet uitgezocht is. Dat maakt juist weer nieuwsgierig naar een volgend werk.