Daders aanslag Mölln zwaar gestraft

BONN, 9 DEC. Ruim een jaar nadat in het Noordduitse plaatsje Mölln een Turkse vrouw en twee Turkse meisjes omkwamen na brandstichting zijn een 26-jarige en een twintigjarige Duitser gisteren veroordeeld tot levenslang, respectievelijk tien jaar. Dat oordeel komt overeen met de maximale strafmaat en is conform de eis die de speciale aanklager van het openbaar ministerie te Karlsruhe twee weken geleden had gesteld. De twintigjarige, die destijds nog 19 was, moest - “helaas”, zei de rechter - volgens het jeugdstrafrecht worden veroordeeld.

Het Oberlandesgericht in Sleeswijk-Holstein achtte bewezen dat deze twee rechtsradicale mannen in de nacht van 23 november 1992 de brand in twee door Turkse gezinnen bewoonde huizen hadden gesticht en “welbewust het risico hadden aanvaard dat daarbij dodelijke slachtoffers zouden vallen”. In de tenlastelegging was behalve drievoudige moord een 39-voudige poging tot moord opgenomen, want in de beide door Turkse gezinnen bewoonde huizen sliepen in die nacht 39 mensen. De beide veroordeelden hadden oorspronkelijk een bekentenis afgelegd maar die later weer ingetrokken. Hun bekentenissen hadden echter destijds details bevat die alleen daders bekend konden zijn. Bovendien waren de bewijzen volgens de rechtbank overigens duidelijk genoeg. Een unieke bijdrage aan de bewijsvoering in het proces was geleverd door een achtjarig meisje, dat de brandstichters aan het werk had gezien en onder meer preciese details over defecten aan hun auto had weten te vertellen.

De brandstichting in Mölln zorgde vorig jaar voor een schokgolf in de Duitse bevolking, die in de weken erna massaal de straat opging om met Lichterketten van tienduizenden in vele Duitse steden te demonstreren tegen racisme en vreemdelingenhaat. De aandacht voor het “proces van Mölln” in de Duitse media was de afgelopen maanden groot. Dat geldt ook voor de berichtgeving vandaag en gisteren.

In zijn toelichting op het vonnis noemde de rechter het “eigenlijk geheel onbegrijpelijke” van de zaak dat de mannen nadat zij een eerste huis hadden aangestoken en de deur hadden gebarricadeerd vervolgens ook nog het huis ernaast aanstaken. Vreemdelingenhaat was volgens de rechtbank hun voornaamste motief geweest. Overigens was bij beiden vastgesteld dat zij een zodanige karakterstructuur hadden dat zij met hun brandstichting aandacht hadden willen trekken.

De rechter ging ook in op de psychologische situatie die in Duitsland vorig jaar was ontstaan nadat bijvoorbeeld eind augustus dagenlang rassenrellen en geweld tegen asielzoekers in Rostock niet door de politie waren voorkomen, wat voortdurend op de televisie te zien was geweest. In die zin hadden de twee daders zich als “de spits” van een beweging kunnen zien, zei hij.

Namens het openbaar ministerie zei de aanklager dat de gisteren uitgesproken maximale straf ook van belang is omdat nu alle potentiële daders van geweld of brandstichting tegen buitenlanders de boodschap hebben gekregen dat de staat in zulke gevallen niet zal aarzelen om te vervolgen wegens moord en maximale straffen te eisen.