CBS: groei economie in Nederland stagneert

ROTTERDAM, 9 DEC. De economische groei is in 1993 vrijwel tot stilstand gekomen. Het volume van het bruto binnenlands produkt (BBP) zal dit jaar maar een fractie groter zijn dan in 1992. Sinds de Tweede Wereldoorlog waren er maar vier jaren waarin het economisch nog slechter ging, namelijk 1958, 1975, 1981 en 1982.

Dat blijkt uit het Conjunctuurbericht 1993, dat het Centraal Bureau voor de Statistiek vanmorgen heeft gepubliceerd. De stagnerende economische groei blijkt tevens uit het feit dat de werkloosheid “in hoog tempo”, aldus het CBS, is opgelopen tot het hoogste niveau van de afgelopen vier jaar. Bovendien neemt het aantal faillissementen dit jaar met 25 procent toe, de sterkste stijging van de afgelopen twaalf jaar.

Sedert 1989 is de economische groei ieder jaar minder geworden. Toch doet Nederland het economisch nog niet eens slecht vergeleken met het EG-gemiddelde of met Duitsland, zijn belangrijkste handelspartner.

De bruto-investeringen in vaste activa zijn dit jaar gedaald met 3 procent ten opzichte van vorig jaar. Dat is de eerste daling sinds tien jaar. Het aantal geregistreerde werklozen komt dit jaar uit op 380.000, een stijging met 25 procent ten opzichte van vorig jaar. In direct verband daarmee kan geconstateerd worden dat de groei van het aantal banen dit jaar tot stilstand is gekomen. De inflatie blijft beperkt tot zo'n 2 procent en de rente daalt. Zij bereikt dit jaar het laagste peil sinds 1988.

Het CBS heeft, geïnspireerd door een idee van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), vier economische kerngegevens in één figuur samengebracht: de economie in één oogopslag. Met elkaar verbonden ontstaat een ruit. Als een van de punten van de ruit naar buiten beweegt, gaat het in dit opzicht beter met de economie, en omgekeerd. De hierbij afgebeelde figuur laat zien dat het in 1993 ten opzichte van het gemiddelde over de periode 1988-1992 slechter gaat met de economische groei en de werkgelegenheid en beter met de inflatie en het (terugdringen van het) financieringstekort.