Boren met laserstraal maakt tandartsbezoek stuk minder pijnlijk

Niemand verheugt zich op een bezoek aan de tandarts. Maar er is goed nieuws: nieuwe boortechnieken met lasers ontgroeien langzamerhand de kinderschoenen. Met laserboren is het voorgoed afgelopen met de hoogfrequente trillingen die nu voornamelijk de pijn veroorzaken.

Niet elke krachtige puls-laser is in staat om 'even' een gaatje te boren. Onderzoekers van de Universiteit van Heidelberg onderzoeken alweer enkele jaren welke lasers het geschiktst zijn. Onlangs deden zij in Opto & Laser Europe (november 1993) verslag van de resultaten.

Lasers worden al toegepast in de tandheelkunde. Zo worden kleine kanaaltjes in het dentine met behulp van een laser efficiënt gedicht. Dentine is een zacht materiaal dat zich onder het tandglazuur bevindt, het keiharde kristallijne buitenlaagje van tanden en kiezen. Ook worden lasers gebruikt om worteloppervlakken te ontsmetten en om de binnenkant van een op conventionele wijze geboord gat wat op te ruwen, voordat dit gevuld wordt met composietmateriaal.

Het glazuur zelf biedt echter nog altijd een grote weerstand aan de meeste lasers. Het is vooral zaak om de 'schade' die bij het boren wordt aangericht lokaal te houden en dus te voorkomen dat naast het geboorde gat scheurtjes ontstaan. Dergelijke scheurtjes werden tijdens de experimenten in Heidelberg aan het licht gebracht door impregnatie van de net gevulde kies met een kleurstof en daaropvolgende microscopische analyse.

Drie verschillende gepulste lasers, waarin steeds een ander, vrij exotisch metaalion als dat van neodymium (Nd), erbium (Er) of holmium (Ho) zorgt voor de laserwerking, zijn inmiddels aan een uitgebreid onderzoek onderworpen. De metaalionen zitten netjes gerangschikt in een kristal, vandaar de term 'vaste-stof-laser'.

Van deze drie typen laser bleek er een nogal wat warmteschade te veroorzaken, hetgeen zich onder andere uitte in scheuren. Een andere produceerde echter prachtige 'schone' gaatjes. De combinatie van zeer korte (picoseconde) pulsen en een hoog vermogen doet een microplasma ontstaan aan het tandoppervlak. In dit plasma zijn de atomen ontdaan van een of meer elektronen, hetgeen gepaard gaat met plaatselijk zeer hoge temperaturen (wel tot aan 10.000'C) en hoge drukken van zo'n 20.000 atmosfeer. Hierdoor ontstaan schokgolven, die voor de aantasting van het tandoppervlak zorgen. Dit leidt slechts tot zeer lokale schade, daar waar het echt nodig is. Bovendien bleek door cariës aangetast tandmateriaal tien keer zo snel te worden weggeëtst als gezond glazuur.

De ideale oplossing lijkt nu dus te zijn gevonden, maar er zijn nog wel wat problemen. De selectiviteit moet nog aanmerkelijk worden verhoogd om de laser-boor-methode echt 'cariës-specifiek' te maken. Verder is de aanwezigheid van amalgaan-vullingen nog een risico-factor, omdat in de hitte van de laserstraal ongezonde kwikdampen ontstaan. Men mag dan ook niet verwachten dat de laser-boor de komende jaren zijn intrede zal doen in de behandelkamer van iedere tandarts.