Achtjarigen rekenen volgens proefschrift slaafs en onkritisch

Hoe pakken achtjarige kinderen eenvoudige hoofdrekensommetjes aan en waarom doen ze het zó en niet anders? Volgens de Utrechtse ontwikkelingspsycholoog M. van der Heijden luidt het antwoord: verreweg de meeste kinderen volgen 'slaafs' en 'onkritisch' de standaardaanpak. Slechts 30 procent van de 174 vierde-groep-basisschoolleerlingen die hij onderzocht voor zijn proefschrift 'Consistentie van aanpakgedrag', pakt de eenvoudige hoofdrekensommetjes - onder het getal honderd - 'handig en flexibel' aan.

De conclusie die de onlangs in Utrecht gepromoveerde onderzoeker 'helaas'' moet trekken luidt: 'dat het onderwijs bij de leerlingen niet heeft geleid tot de gewoonte om eerst een opgave te analyseren, alvorens met uitvoerend rekenhandelen te beginnen: er is bij de leerlingen geen sprake van een probleemanalyserende instelling, persoonlijke hoofdrekenhouding' of wiskundige attitude''. Ondanks die weinig verheugende uitkomst geeft achteraf 85 procent van alle leerlingen aan dat ze de 'handige' aanpak makkelijker vinden. Bovendien stelt de onderzoeker vast dat die aanpak bij het hoofdrekenen niet alleen gemiddeld 11 seconden sneller gaat, maar ook gemiddeld 18 procent meer goede antwoorden oplevert.

In zijn onderzoek keek Van der Heijden behalve naar de 'persoon' van de leerling en de situatie waarin die verkeert ook naar een derde factor in het leerproces, namelijk het 'proces van aanpak', oftewel; hoe leren kinderen? Om dat in kaart te brengen heeft Van der Heijden de 'Diagnostische Rekenaanpak Test' ontwikkeld waarin acht aspecten worden onderscheiden: aandacht, handig rekenen, oplossingsprocedures, automatisering, flexibiliteit, inzichtelijkheid, bewustheid en controle. Met de test kan worden bekeken in hoeverre kinderen geneigd zijn tot wat in de rekendidactiek wordt genoemd 'handig en flexibel rekenen'.

Een tweede belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat meisjes anders rekenen dan jongens. Ze tellen vaker op hun vingers en komen uit zichzelf minder vaak op handige oplossingsstrategiën. Dat de onderzochte meisjes slechtere prestaties leveren dan de jongens moet volgens de onderzoeker verklaard worden uit dit verschil in aanpak tussen de geslachten. Een conclusie die aanknopingspunten biedt voor het onderwijs: meer aandacht voor de manier waarop meisjes de sommen aanpakken zou kunnen leiden tot betere rekenprestaties.