Zuivelboeren redelijk tevreden over aanpassingen Blair House-akkoord; Nederland mag meer kaas exporteren

BRUSSEL, 8 DEC. Dankzij de aanpassing van het Blair House-akkoord mogen de lidstaten van de Europese Unie de komende jaren ruim 100.000 ton meer kaas exporteren dan aanvankelijk was vastgelegd. Dat is vooral voor Nederland, verreweg de grootste kaasexporteur, het belangrijkste winstpunt van het bijstellen van 'Blair House', waartoe de GATT-onderhandelaars Kantor en Brittan gisteren besloten. Dit besluit kan een doorbraak betekenen in de onderhandelingen in Genève over een nieuw GATT-akkoord.

De omvang van de gesubsidieerde export van landbouwprodukten moet volgens het akkoord van Brussel in 6 jaar tijd met 21 procent verminderen. Afgesproken is nu dat die gefaseerde reductie in tijd wat naar achteren wordt geschoven, en dat met name in de eerste jaren de schok veel minder groot is. In de praktijk komt het er op neer dat het exportniveau na afloop van die 6 jaar inderdaad 21 procent lager zal liggen, zoals oorspronkelijk afgesproken, maar dat in de aanloop daarnaartoe per saldo meer mag worden geëxporteerd.

Dat is ook voor graanproducent Frankrijk aantrekkelijk. De Europese Unie mag volgens de bijgestelde regels namelijk ruim 8,1 miljoen ton extra graan uitvoeren zonder in conflict te komen met de VS. Daarnaast geldt de verhoging onder andere voor rundvlees (362.000 ton extra), pluimvee (253.000 ton) en tabak (156.000).

Belangrijk voor de Europese Unie is ook dat de zogenoemde 'peace clause' is verlengd van 6 jaar tot 9 jaar. Dat is een soort wapenstilstandovereenkomst. Het betekent dat de VS zich gedurende 9 jaar zullen onthouden van het doen van aanvallen op het Europese landbouw(export)beleid.

Opvallend is dat in de tekst over het nieuwe 'Blair House' niets wordt gezegd over de huidige overschotten in de EU. Er werd van uitgegaan dat landbouwcommissaris Steichen zou proberen de bestaande voorraden overtollig graan en rundvlees buiten de verplichte reductie van de gesubsidieerde export te houden. Ambtenaren veronderstellen dat Steichen dit punt bewust heeft laten zitten. Op dit moment dalen de overschotten al.

Het Blair House-akkoord zal waarschijnlijk op 1 januari 1995 van kracht worden. Tegen die tijd zullen de voorraden nog kleiner zijn en zullen ze dus minder zwaar wegen bij het voldoen aan de reductieverplichting. Om die reden zette Steichen bij zijn Amerikaanse tegenspeler, landbouwminister Espy, liever in op het afdwingen van concessies met betrekking tot het tijdpad van de exportvermindering.

De Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) is gedeeltelijk tevreden met de aanpassing van het landbouwakkoord. De zuivelindustrie heeft de afgelopen maanden veel energie geïnvesteerd om het akkoord op onderdelen te veranderen. De EU zou de export van kaas in het eerste jaar dat het akkoord van kracht wordt aanvankelijk moeten verminderen met 179.000 ton ten opzichte van de export van 484.000 ton kaas in 1991. In het huidige akkoord wordt de exportvermindering over zes jaar uitgesmeerd. Dat betekent dat de kaasexport van de EU-landen in het eerste jaar met 27.500 ton moet worden teruggebracht. “Dat scheelt aanzienlijk”, aldus T. Brouwers, woordvoerder van de NZO. Hij onderstreept dat dit succesje mede te danken is aan druk op het Nederlandse kabinet en gesprekken van de Nederlandse zuiveltop in de VS, op het ministerie van landbouw daar en met boeren- en zuivelorganisaties. Alle inspanningen ten spijt blijft de totale volumevermindering van de kaasexport die in eind 2001 moet zijn bereikt (305.000 ton) in het aangepaste akkoord overeind. De Nederlandse zuivelindustrie, die zich de afgelopen jaren steeds meer richt op de export van hoogwaardige zuivelprodukten zoals kaas, wilde de vermindering van de zuivelexport liever uitgesmeerd hebben over alle produkten. Minder hoogwaardige zuivelprodukten, zoals magere melkpoeder en boter, mogen straks meer worden uitgevoerd. “En daar zitten we niet op te wachten”, aldus Brouwers.

De produktschappen Vee en Vlees en Pluimvee en Eieren vinden de minder verregaande exportverminderingen in de eerste jaren vooral van belang voor de pluimvee- en rundvleessector. Ook het Landbouwschap vindt het positief dat de exportvermindering de eerste jaren minder drastisch is dan aanvankelijk de bedoeling was.