Nadering jaareinde beïnvloedt rentetarieven geldmarkt

AMSTERDAM, 8 DEC. Met een verlaging van het Duitse repo-tarief afgelopen donderdag met 0,25 procentpunt naar 6 procent heeft de Bundesbank een nieuw rondje renteverlagingen in Europa veroorzaakt. Daarbij nam zij de ongebruikelijke stap om het nieuwe repo-tarief gelijktijdig vast te pinnen voor de komende 5 weken. Dit kan gezien worden als een indicatie dat, zoals reeds voorzien, dit jaar niet meer op een verlaging van de Duitse officiële tarieven hoeft te worden gerekend. De Nederlandsche Bank volgde de Duitse renteverlaging met een reductie van haar officiële tarieven met 0,25 procentpunt. Tevens werd de beleningsrente verlaagd met 20 basispunten tot 5,8 procent. De verlaging van de officiële tarieven, naast het beleningstarief, was nodig omdat het laatstgenoemde tarief anders vrijwel de bodem van de korte geldmarkttarieven, de voorschotrente, zou hebben bereikt. Alsdan zou DNB minder alert kunnen reageren op een eventuele ongewenste ontwikkeling in de wisselkoers van de gulden via een aanpassing van de geldmarktrente in neerwaartse zin.

In navolging van de officiële tarieven daalden ook de rentevoeten op de geldmarkt. Zo noteerde het driemaands interbancaire geld vorige week dinsdag nog 5,81 procent. Gisteren moest 5,65 procent worden betaald, derhalve een daling van 16 basispunten. Het eenjaars geld liet een tariefsdaling van dezelfde omvang zien. Bij de kortere looptijden, vooral eenmaands, deed zich echter een geringere daling voor van circa 0,10 procentpunt. Deze geringere daling kan worden toegeschreven aan het zogenaamde ultimo-effect op de geldmarkt. Tegen het einde van het jaar is het gebruikelijk dat het aanbod van kortlopende middelen door grote bedrijven aan andere niet-banken opdroogt, zodat eerstgenoemden de boeken op kunnen maken. Zij storten de overtollige middelen tot na het jaareinde bij het bankwezen. De gebruikelijke afnemers van deze middelen moeten zich nu noodgedwongen tot het bankwezen wenden. De banken kunnen voor deze niet-reguliere transacties een iets hogere rente vragen dan normaal. Er resulteert aldus in het eenmaands geldmarktsegment een iets hogere rente; in casu een daling van geringere omvang dan bij de langere looptijden op de geldmarkt.

In de verslagweek is de geldmarkt verruimd met 2,4 miljard gulden. Het geldmarkttekort liep terug van 9,7 miljard gulden naar 7,3 miljard gulden. De 0,3 miljard gulden ruimere bankbiljettencirculatie, in verband met het feest van de Goedheiligman, en de per saldo flinke betalingen aan 's Rijks schatkist ten bedrage van 5,4 miljard gulden (onder andere belastingontvangsten), hadden een verkrappende werking. Dit werd meer dan gecompenseerd door de verlaging van de verplichte kasreserve van banken bij DNB met ruim 8 miljard gulden tot 19,2 miljard gulden. Door de iets ruimere verhoudingen konden de banken de marginale ontsparing op het contingent ongedaan maken: halverwege de looptijd is exact de helft verbruikt.

Ingaande vandaag geldt een nieuwe verplichte kasreserve van 22,6 miljard gulden met een looptijd van 12 dagen. Dit impliceert een verhoging met ongeveer 3,5 miljard gulden. DNB anticipeert aldus op de verruimende werking van de betalingen van het rijk en de vermindering van de bankbiljetten in circulatie.

Bron: Economisch Bureau ING Bank