Motorcoureur verrast door bedelactie supporters

ROTTERDAM, 8 DEC. Mijnheer en mevrouw Litjens zijn “hartstikke gek” van de motorsport. Zij bezoeken als toeschouwers niet alleen wedstrijden in eigen land, maar trekken ook regelmatig de grens over voor grote races elders. Het mooiste is altijd als zij erin slagen om tot het rennerskwartier door te dringen. Dan kunnen zij de machines van dichtbij bekijken en als zij geluk hebben een praatje met de coureurs maken. Ook Wilco Zeelenberg hebben zij zo wel eens ontmoet en gesproken. Nou ja, gesproken? Nu mevrouw Litjens aan dat moment terugdenkt, was het eerder een begroeting. Maar wat het ook was, de coureur kon meteen geen kwaad meer doen bij het echtpaar. Hij was voor eens en altijd “een ontieglijk sympathieke jongen”. Een maandsalaris meer dan waard.

Wilco Zeelenberg, die in 1991 met een vierde plaats in de eindrangschikking om het wereldkampioenschap in de 250cc-klasse zijn beste seizoen had, herinnert zich de ontmoeting met zijn fans uit het Limburgse America niet meer. Tot afgelopen zaterdag wist hij zelfs niet van hun bestaan. Op die dag stond er op de eerste sportpagina van de Telegraaf een 'Oproep aan alle race-fans!!! Help Wilco Zeelenberg in het zadel'. In de advertentie werden lezers verzocht een 'vrijwillige bijdrage' te storten op een gironummer ten name van 'Zeel'. Voor nadere inlichtingen konden twee telefoonnummers worden gebeld: het ene betrof het privénummer van de familie Litjens, het andere dat van de supermarkt waar zowel mijnheer als mevrouw Litjens werken. “Voor deze actie moesten wij ten slotte ook overdag bereikbaar zijn. Gelukkig vond onze baas het geen probleem”, zegt mevrouw Litjens.

Zeelenberg voelde zich “een beetje lullig” toen hij de advertentie las. “Het heeft tenslotte iets weg van een bedelactie”, verzucht de coureur. Desondanks is hij “ontzettend blij” met het initiatief. Hij kan ook nauwelijks anders, nu zijn toekomst als motorrijder wegens onvoldoende financiële middelen op het spel staat. Zeelenberg en het DC Sports Racing Team waar hij voor rijdt, hebben nog een week om ruim 1,4 miljoen gulden bij elkaar te krijgen. Dat geld is, naast een al beschikbaar bedrag van circa 700.000 gulden, nodig om aan het in maart te beginnen Grand-Prixseizoen deel te kunnen nemen. Uiterlijk volgende week woensdag wil Honda, de Japanse motorfabrikant die Zeelenberg in oktober het beste materiaal voor het komende jaar toezegde, een bankgarantie van 800.000 gulden voor het leasen van de motor ontvangen. Dat bedrag is er dus al bijna, maar is in het financiële plaatje niet meer dan een begin. Om een seizoen lang met drie à vier monteurs van circuit naar circuit te kunnen reizen, is nog ruim een miljoen gulden nodig. Enkele jaren geleden zou een dergelijk bedrag snel zijn gevonden, maar anno 1993 zijn sponsors aanzienlijk minder gul.

Vandaag hebben Zeelenberg en vertegenwoordigers van DC Sports een gesprek met een bedrijf in Duitsland dat geïnteresseerd lijkt in het beschikbaar stellen van een financiële bijdrage. Levert het gesprek niets op, dan zou dat kunnen betekenen dat de 27-jarige inwoner van Bleiswijk komend jaar zijn sport niet kan uitoefenen. Tenzij hij genoegen wil nemen met een kwalitatief mindere motor. Maar wie wil dat, na eerst lekker gemaakt te zijn met een machine die “het beste van het beste is”?

De actie van mijnheer en mevrouw Litjens kan natuurlijk ook nog uitkomst bieden. Sinds de advertentie in de krant heeft de telefoon zowel thuis als in de supermarkt vrijwel constant gerinkeld. Er zaten zelfs bellers tussen die 5000 gulden toezegden. Zelf hebben zij het salaris van een maand voor de kosten van de advertentie opzij moeten leggen. Nog zonder entreekaartjes voor de TT van volgend jaar zomer, is hun favoriete motorsportevenement daardoor nu al een kostbare aangelegenheid geworden. Maar als de actie lukt, als het streefbedrag van zeven ton wordt gehaald of als Zeelenberg om een andere reden alsnog op zijn snelle motor kan gaan rijden, maakt het voor mevrouw Litjens allemaal niets uit. “Want wat is er nou mooier om straks in Assen te zitten en naar ónze man te kunnen kijken?”