Maij ongerust over lozingen radioactief afval in Noordzee

KOPENHAGEN, 8 DEC. Minister Maij-Weggen (Verkeer & Waterstaat) vreest dat de Britse opwerkingsfabriek voor nucleair materiaal Sellafield de Noordzee nog sterker zal belasten met radioactief afval dan nu al het geval is. Zij zei dat gisteravond op de tweede dag van de internationale ministersconferentie over de Noordzee in Kopenhagen. De Engelsen willen binnenkort een uitbreiding van Sellafield, waar ook Nederland uitgewerkte uraniumstaven naar toe stuurt, in gebruik nemen.

Het onderwerp stond niet op de officiële agenda, maar werd aan de orde gesteld door vertegenwoordigers van de internationale milieubeweging, die de conferentie als waarnemer bijwoonden. Zij lieten dia's zien waaruit blijkt dat de afvalstroom van Sellafield, dat aan de Ierse Zee ligt, met een bocht rond Schotland ook de Noordzee bereikt.

Maij toonde zich onder de indruk van dit gegeven en voegde eraan toe: “Mijn enthousiasme over Sellafield is nooit groot geweest”. Tegelijk sprak zij, naar eigen zeggen, met “enige schroom”, omdat kernenergie niet onder haar zeggenschap valt. Daarvoor zijn andere ministers in het Nederlandse kabinet primair verantwoordelijk.

Vandaag zouden de conferentiegangers zich buigen over het hoofdthema van de tweedaagse bijeenkomst: de verontreiniging van de Noordzee door landbouwactiviteiten, in het bijzonder de uitspoeling van fosfaten, stikstof en bestrijdingsmiddelen. De lozing van die stoffen, die via de rivieren in zee belanden, moet in 1995 met de helft verminderd zijn. Maar nu al staat vast dat geen enkel land die doelstelling haalt. Vooral op het gebied van stikstof blijven zij achter. Zweden en Noorwegen zitten nog het dichtst bij het streefcijfer met een reductie van veertig procent. Nederland komt niet verder dan 27 procent minder, terwijl Frankrijk en België daar zelfs nog onder zitten.

Gisteren ging het over andere vormen van vervuiling, die in enkele gevallen tot lichte controverses aanleiding gaven. Vooral van Nederlandse en Duitse kant is erop aangedrongen de lozing van polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) voor het jaar 2000 te halveren. Deze chemische verbindingen, die op de vorige conferentie in 1990 nog buiten schot bleven, vormen een ernstige bedreiging voor het Noordzee-milieu. Sommige zijn kankerverwekkend, andere tasten de vruchtbaarheid bij zeehonden aan.

PAK's ontstaan onder meer bij onvolledige verbranding van steenkool, olie en hout. Zij zitten in de teer op de huid van binnenschepen en komen bovendien vrij bij de offshore-industrie, de winning van olie en gas op zee.

Het plan om deze stoffen te bestrijden viel bij Frankrijk en Engeland in slechte aarde. Zij wilden zich niet vastleggen op een jaartal, omdat zij nog te weinig onderzoek naar PAK's hebben gedaan. In een voetnoot van een nog aan te nemen resolutie zouden zij een uitzonderingspositie krijgen. “Frankrijk was aanvankelijk falikant tegen, maar draaide later gelukkig bij”, zei Maij na afloop.

Overigens was Frankrijk met geen enkele minister in Kopenhagen vertegenwoordigd. Als reden voor die afwezigheid is opgegeven dat alle bewindslieden een belangrijke vergadering van de ministerraad bij president Mitterrand moesten bijwonen. Daarom werden de Franse honneurs in Kopenhagen door hoge ambtenaren waargenomen. De Duitse milieuminister Töpfer was er evenmin bij; hij liet zich vertegenwoordigen door staatssecretaris Stroetmann. Ook van Belgische kant waren geen politiek verantwoordelijke figuren te bekennen.

Voor het eerst in de geschiedenis van de Noordzee-conferenties, die in 1984 in Bremen begon, had ook de internationale milieubeweging spreekrecht in de zaal. De Deense voorzitter, milieuminister Svend Auken, noemde dit een verrijking van de bijeenkomst. “Wij hebben”, zei hij, “ook bij de voorbereiding dankbaar van hun kennis gebruik gemaakt”. Alleen de Engelsen hadden het moeilijk met deze inbreng, vooral toen een vertegenwoordiger van Greenpeace het woord voerde. “Greenpeace gaat te ver”, viel de Britse delegatieleider uit. “Ten onrechte”, vond minister Maij na afloop: “De man van Greenpeace legde slechts conclusies van de vorige Noordzee-conferentie in Den Haag op tafel.”