Koerswijziging blijft uit in Polen

WARSCHAU, 8 DEC. Het bedelaartje dat probeert een beetje warmte en een paar zlotybiljetten te bemachtigen in een snackbar aan het Plac Zamkowy (Slotplein) bij de oude stad in Warschau ondergaat nog steeds dezelfde behandeling als enkele maanden geleden: hij wordt tegenstribbelend naar buiten gewerkt door een strenge dienster, die vervolgens de deur achter hem op slot draait.

Bedelaars - oude vrouwtjes die op de stoep van een kerk hun hand ophouden en jonge zigeunervrouwen die met een in dekens verpakt kind tussen de kille pilaren van een groot betonnen gebouw schuilen - lijken in de wintertijd, ruim twee maanden na de verkiezingsoverwinning van twee linkse partijen, de SLD (Alliantie van democratisch links) en PSL (Poolse boerenpartij), nog schrijnender op te vallen in het straatbeeld van Warschau dan gewoonlijk.

Dat kan ook niet anders. Voorlopig duidt niets erop dat de ruk naar links bij de verkiezingen in september vertaald wordt in een meer sociale politiek, zoals de kiezers is beloofd. Integendeel, de ontwikkelingen tijdens en na de vorming van het kabinet van PSL-leider Waldemar Pawlak, eind oktober, geven de allerarmsten in de Poolse samenleving nog weinig aanleiding tot optimisme over hun toekomst. Tekenen van een “kapitalisme met een menselijk gezicht” zijn nog moeilijk te vinden.

Omgekeerd geldt hetzelfde: de lichte schrikreactie die Westerse investeerders vertoonden toen in september de voormalige communisten (SLD) en hun agrarische adepten van destijds (PSL) samen 303 zetels in de 460 zetels tellende Sejm veroverden, is weggeëbd. De vrees dat de klok zou worden teruggedraaid naar de periode vóór 1989 is ongegrond gebleken. Polen is een normale, vast op het marktprincipe berustende democratie geworden, waar een verandering van de politieke kleur van een regering niet direct tot een omschakeling van het beleid voert.

Sterker nog: de wisseling van de wacht heeft zelfs op hoge ambtelijke posten niet eens geleid tot een werkelijke zuivering. Een aantal vertrouwde gezichten, weliswaar in andere posities teruggekeerd, zorgt ervoor dat een zekere continuïteit wordt gewaarborgd. Zo is het hoofd van het presidentiële veiligheidsbureau, Jerzy Milewski, benoemd tot onderminister van defensie, onder admiraal b.d. Piotr Kolodziejczyk, die ook al in de jaren 1990 en 1991 minister van defensie is geweest. En Aleksander Kwasniewski, de leider van de SLD, gunde Bronislaw Geremek, prominent lid van de nu oppositionele UD (Democratische Unie), de eer voorzitter te worden van de parlementscommissie voor buitenlandse betrekkingen, een post die hij gemakkelijk voor zichzelf had kunnen opeisen.

Kwasniewski is de man die de touwtjes in handen heeft van dit kabinet, zo bleek tijdens de tumultueuze kabinetsformatie. Zoals de Gazeta Wyborcza onlangs zei: hij is de 'eerste minister zonder portefeuille'.

En terwijl Pawlak zich bij de presentatie van het regeringsprogramma, begin vorige maand, beperkte tot een droge opsomming van de plannen van de verschillende ministeries, trof Kwasniewski, de vroegere communist en minister van jeugdzaken in de laatste communistische en de eerste democratische regering, bij de opening van het debat meteen de juiste snaar door zijn excuses te maken voor het communistische verleden.

Het is niet de premier die de toon aangeeft in de coalitie, maar de leider van de SLD. Maatregelen van de nieuwe SLD-minister van financiën, Marek Borowski, laten zien dat het de SLD ernst is als men zegt dat er eerst betaald moet worden voordat de uitgaven voor sociale bescherming omhoog kunnen. Borowski's prijsverhogingen voor benzine, elektriciteit, gas, alcohol en sigaretten worden al vergeleken met de “schoktherapie” van de vroegere minister van financiën Leszek Balcerowicz.

Balcerowicz was het ook die er onlangs op wees dat er “een zekere tegenstelling” op te merken is tussen de beloften die zijn gedaan voor de verkiezingen en de stappen die de regering de laatste tijd heeft genomen en die “een duidelijk gevoel van verantwoordelijkheid voor de staat tonen”.

In alle toonaarden probeert het nieuwe kabinet de buitenwacht, vooral de internationale financiële instellingen, gerust te stellen over zijn plannen. Pawlak zelf drukte onlangs de deelnemers aan een forum van internationale financieel-economische specialisten in Warschau op het hart dat zijn regering van plan is de stabiele-geldpolitiek van de regering-Suchocka voort te zetten, de inflatie in bedwang te houden en veranderingen in eigendomsverhoudingen pragmatisch te benaderen. “We willen geen destabilisatie”, zo zei de premier.

En de nieuwe minister van buitenlandse zaken, Andrzej Olechowski, ooit korte tijd minister van financiën in het kabinet van Jan Olszewski, daarna economisch adviseur van president Walesa, legt niet alleen de nadruk op de continuïteit in de Poolse buitenlandse politiek, maar ook in de economie: “We volgen dezelfde weg, alleen rijden we nu links.”

De reacties van buitenlanders op de nieuwe linkse regering zijn tot dusver redelijk positief. Na een onderhoud met minister Borowski deelde een hoge afgezant van het IMF mee dat de Poolse regering vastbesloten is de hervormingen voort te zetten.

Voortzetting van de steun van het IMF zal echter afhangen van de begroting voor 1994, die eind deze maand wordt ingediend. Wat gaat de regering doen met alle beloften die SLD en PSL voor de verkiezingen hebben gedaan? Veel “leuke dingen voor de mensen” zal zij zich niet kunnen veroorloven. Wie zullen het meest van een lossere begrotingpolitiek, als die er al komt, mogen profiteren? De boeren van Pawlak of de uitkeringstrekkers van Kwasniewski? Niemand die daar een antwoord op durft te geven. Maar het lijdt geen twijfel dat dergelijke vragen aan de basis liggen van veel strubbelingen die het ongemakkelijke samengaan van SLD en PSL in deze eerste weken hebben gekenmerkt.

“Dit is een regering voor vier jaar”, zei afgelopen week een vooraanstaand lid van de PSL vol vertrouwen. Maar algemeen bekend is dat Kwasniewski eigenlijk liever met de UD in zee was gegaan. Alleen het verzet van de rechtervleugel in die partij tegen samenwerking met de postcommunisten heeft dat verhinderd.

De UD is, net als de katholieke en rechtse partijen die in september een nederlaag hebben geleden, bezig aan een even ingrijpend als pijnlijk zelfonderzoek. Het resultaat daarvan zou uiteindelijk wel eens een duidelijker profilering kunnen zijn van het Poolse politieke landschap.

Veel politieke waarnemers in Warschau geloven dan ook dat het kabinet-Pawlak geen lang leven is beschoren. “Dit is een overgangsperiode naar politieke volwassenheid”, zo zegt een van hen. “En de man die daarvan het meest zal profiteren heet niet Waldemar Pawlak, maar Aleksander Kwasniewski.”