Japanse schatkist zal welvaren bij opening van de rijstmarkt

TOKIO, 8 DEC. De opening van de rijstmarkt, waarover het Japanse kabinet op voorstel van de GATT vrijdag moet beslissen, zal de Japanse schatkist flink spekken. Om de inefficiënte, kleine rijstboeren te beschermen, verkoopt de Japanse regering rijst aan de consument tegen een veel hogere prijs dan zij aan de boeren betaalt. De consument betaalt zeven maal zoveel als op de wereldmarkt. Met het verschil worden de drie miljoen rijstboeren in leven gehouden - veelal met een rijstareaal van gemiddeld twee hectare. Maar het meeste gaat op aan de archaïsche bureaucratie, die de gesloten rijstmarkt tot in het kleinste boerengehucht beheerst.

Dat alles gebeurt onder het toeziend oog van de almachtige Nokio, de Japanse landbouworganisatie, die banken beheert, grond en opstallen in bruikleen geeft, verzekeringen afsluit, landbouwmachines verhuurt en de bruiloft organiseert van de boerenzoons. Het hele systeem van de voedselcontrole is zo kostbaar, dat de regering er jaarlijks honderden miljarden yens bij inschiet, dit jaar naar schatting 340 miljard yen, ofwel bijna zes miljard gulden.

Anders dan bij rijst, voert Japan bijna negentig procent van zijn benodigde graan in. En ook dat graan verkoopt de regering tegen een veel hogere prijs dan zij zelf op de wereldmarkt betaalt - meer dan twee keer zo veel. Met het verschil worden de ruim achtduizend Japanse graanboeren in leven gehouden. Dan blijft er nog bijna 100 miljard yen over. Per saldo kost de hele voedselcontrole haar dus zo'n 240 miljard yen. De consument past dit bedrag bij in zijn rol van belastingbetaler.

Met de gedeeltelijke opening van de rijstmarkt, van vier procent in 1995 oplopend tot acht procent in 2000, zal de regering ook de ingevoerde rijst voor een hogere prijs aan de consument willen verkopen dan zij er zelf voor heeft betaald. De Japanse consument wordt er dus financieel niet wijzer van. Het GATT-ontwerpakkoord over rijst zegt namelijk niets over prijsregulering. Die kan dus intact blijven. Dat betekent dat de regering het verschil in eigen zak kan steken. Tenzij natuurlijk de exporteurs de prijzen zeven maal zo hoog maken. Een prijsverhoging van die kant wordt weliswaar verwacht, maar toch niet in die mate. Hooguit zal de reeds aangekondigde bescherming van de door de invoer getroffen rijstboeren de winst kunnen verminderen. Maar de invoer is zo gering dat het aantal getroffenen navenant klein zal blijven.

Het invoerverbod van rijst dateert nog uit de Tweede Wereldoorlog. Japan wilde er toen verzekerd van zijn dat het volledig in zijn eigen behoefte kon voorzien. Voor de oorlog importeerde Japan gewoon rijst. Het argument van de zelfvoorziening kreeg na de oorlog gaandeweg een magische betekenis, waarbij de hele hocus-pocus van de unieke Japanse cultuur er met de haren werd bijgesleept. Het eigenlijke argument werd zodoende naar de achtergrond gedrongen: de Japanse boeren zijn het stemvee van de LDP respectievelijk de socialisten.

Dat de Japanse graanboeren nooit deelgenoot werden in deze unieke cultuur, hoewel ze een niet minder geliefd volksvoedsel op tafel zetten, noedels, had een praktische reden. De kwaliteit van Japans graan is lang niet zo goed als die van buitenlands graan.