Geweten Senaat neemt afscheid in eigen stijl

DEN HAAG, 8 DEC. Hij vertrok geheel in stijl - zijn eigen hoekige stijl. Zonder plichtplegingen, zonder revérences, zonder gefleem, mèt een paar pittige uitspraken. Nog één keer roeide hij tegen de stroom in, zoals men gewend was van deze Zeeuwse dwarsligger.

“Hoezo nieuw beleid? Zat de burger daar soms op te wachten?” Hij wist stellig van niet. Politici en bestuurders moeten niet alles willen kunnen. Zijn advies aan de komende kabinetsformateur: “Probeer nou eens twee periodes lang geen nieuw beleid uit te zetten, maar zaken af te stoten. Dat zou ik een goede zaak vinden.”

A.J. Kaland (71), de fractieleider van het CDA in de Eerste Kamer, legde gisteren - gedwongen door een ernstige ziekte - vroegtijdig zijn functie neer. Het is het einde van een veertigjarige loopbaan in het openbaar bestuur die hem van de lokale politiek (gemeenteraad van Middelburg) en de provinciale politiek (gedeputeerde en 'onderkoning van Zeeland') in de Eerste Kamer bracht. Daar groeide hij in de herfst van zijn carrière uit tot het geweten van de senaat, de schrik van het kabinet en de krachtigste pleitbezorger van een onvervalst dualisme.

Het doek viel voor Kaland niet in zijn eigen bastion, maar op neutraal terrein in een bovenzaaltje van een Haags hotel aan de Hofweg, ergens tussen de Tweede en de Eerste Kamer in. Hij vertrok niet met een feestje maar met een congresje over bestuurlijke vernieuwing, waaraan de fine fleur van bestuurlijk CDA deelnam. Lubbers, Brinkman, Deetman, oud- en zittende bewindslieden, een handjevol staatrechtsgeleerden en bestuurskundigen alsmede collega's uit de senaat en de Tweede Kamer waren aanwezig.

Aardig waren ze allemaal voor de scheidende politicus. Markant werd hij genoemd, hij had de Eerste Kamer weer profiel gegeven. “De tijd is definitief voorbij dat alleen de bodes van de Eerste Kamer over opheffing van de senaat zouden treuren”, constateerde een aanwezige. Zonder Kaland zou het op het Binnenhof beslist leger worden, zo werd gezegd.

Pag.3: Enkel geleid door zijn Boodschap

Kaland zelf liet zich niet leiden door sentimenten, maar alleen door zijn Boodschap. Minder overheid, minder detaillisme, meer nuchterheid, was de rode draad. De overheid moest flink terugtreden, de bestuurder daarentegen een duidelijker rol spelen en de relatie met de kiezer moest steviger. Tegen de lijn van zijn partij in pleitte Kaland voor een referendum (met de Betuwelijn als suggestie), een gekozen burgemeester en een beperkt districtenstelstel.

Meer invloed voor de kiezer, maar ook meer macht voor de minister-president. Die laatste verdient volgens hem een sterkere positie om de coördinatie van het beleid te versterken. Kaland wist wel dat zoiets voor de positie van de zittende premier, zijn partijgenoot Lubbers, niet nodig was. “Die heeft een ijzersterke positie, maar of dat met de nieuwe ook het geval zal zijn, betwijfel ik nog.” Op de eerste rij van zijn gehoor hoorde mr.drs. L.C. Brinkman te Leiden het pleidooi aandachtig aan.

De komende premier mocht van Kaland ook iets hardhandiger omgaan met zijn ministers. “Bewindslieden die tekort schieten of ergens doorheen fietsen moeten door de minister-president tot de orde worden geroepen.” Bij herhaling moest maar ontslag volgen, zo verordonneerde hij.

Het dualisme was er verder mee gediend als de leiders van politieke partijen in plaats van in het kabinet in de Kamer zitting zouden nemen. Nee, het was geen persoonlijk advies in de richting van kandidaat-premier Brinkman. Voor Kaland was het veel meer de logische consequentie van een opvatting, waarbij de Kamer als controlerende macht een echt tegenwicht vormt voor de uitvoerende macht. “Als je de volksvertegenwoordiging wil versterken moet je de Grote Baas in de Kamer zetten”, constateerde hij droogjes. Het was nog een kleine steek naar de almachtige premier, voor wie hij meer dan eens een lastige dwarsligger was geweest.