Gesprek à l'improviste wordt bij TGA bijna een toneelstuk

Voorstelling: Eigenlijk ben ik Spaans door Toneelgroep Amsterdam. Spel: Celia Nufaar, Roos Ouwehand. Gezien: 7/12, Toneelschuur, Haarlem. Nog te zien: aldaar t/m 11/12. 14 t/m 24/12, Felix Meritis, Amsterdam.

Geen stuk, geen regisseur, het grootste deel van de spelers vertrokken - en toch een voorstelling: Eigenlijk ben ik Spaans. Of er werkelijk een in de kiem gesmoord project aan ten grondslag ligt, weet ik niet: Celia Nufaar, één van de overgebleven actrices beweert van wel, maar zij staat op het toneel. Wat zij zegt, is dus per definitie onbetrouwbaar. Op toneel is alle werkelijkheid schijn, hoezeer het omgekeerde misschien het geval is. Louter door voor een publiek in een spotlight te gaan staan wordt Nufaar een actrice die spéélt dat zij Nufaar is.

Op dat simpele maar verwarrende mechanisme is Eigenlijk ben ik Spaans gebaseerd. De titel verwijst ernaar: Roos Ouwehand, de tweede actrice, mag blond zijn, ze kan rustig beweren dat er Spaans bloed door haar aderen stroomt. Voor de duur van de voorstelling kan dat verlangen of misschien wel de angst ervoor werkelijkheid worden. En omdat waarheid en voorwendsel toch niet te onderscheiden zijn, hebben de spelers ook de mogelijkheid gewoon zichzelf te blijven. Hun à l'improviste gevoerde gesprek wordt dan een heus toneelstuk.

Alles duidt erop dat Eigenlijk ben ik Spaans een improvisatie-experiment is. In beginsel kan dat aardig zijn, het hangt er maar vanaf wie het uitvoert. Nufaar gaat het redelijk goed af, ze babbelt er zeer naturel lustig op los, over haar jeugd, de toneelpraktijk van vroeger, films die ze gezien heeft. Ouwehand, net van de Toneelschool, weet de cliché's nog niet te vermijden. Ze klauwt voortdurend met de handen in het haar, doet gepijnigd, klapt uit de school over haar première-koorts, begint vrijwel iedere zin met het lelijke: “Ik bedoel...ik heb het gevoel van...”

Misschien wordt Eigenlijk ben ik Spaans in het vervolg weergaloos, nu is de voorstelling te vaak nog gênant ge-actreutel. Het is moedig wat beide dames doen, maar moed vereist zekere kwaliteiten. Anders verkeert ze in ijdelheid.