'Gehanteerde norm voor veiligheid onvoldoende'

DEN HAAG, 8 DEC. De gehanteerde veiligheidsnorm dat eens in de tien jaar bij een ongeluk met gevaarlijke stoffen tien doden vallen is onacceptabel. Dit vinden de partijen PvdA, D66, GroenLinks en SGP. De partijen uitten vanochtend hun onvrede in een mondeling overleg met minister Alders over het zogenoemde risicobeleid.

Volgens minister Alders is de norm niet nieuw en hanteren chemische bedrijven, kruitfabrieken en spoorwegemplacementen deze norm al sinds 1982. De veiligheidseisen waar bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken aan moeten voldoen, worden vastgesteld aan de hand van het verwachte risico op een ongeluk. Nieuwe bedrijven krijgen een veel hogere norm opgelegd van tien doden bij een ongeluk eens in de honderdduizend jaar.

Tweede-Kamerlid D. Tommel (D66) zei “geschrokken te zijn” van deze norm en wil dat de norm wordt aangepast. Ook Kamerlid J. van de Vaart (PvdA) vindt tien doden bij een ongeluk dat eens in de tien jaar kan plaatsvinden “onacceptabel”. GroenLinks wees erop dat deze norm “zelfs niet verplicht is maar oriënterend”. “Dat betekent dat de norm in praktijk nog lager kan zijn.”

De PvdA en D66 hebben ook grote problemen met de door de regering gehanteerde risiconorm bij ongevallen met nieuwe kerncentrales. De regering wil bij het berekenen van het risico alleen uitgaan van ongelukken met kerncentrales waar doden bij vallen. Tommel noemde dit een verkeerd uitgangspunt. Ook kernongevallen waar geen doden bij vallen maar waar de samenleving wel maatschappelijk door is ontwricht is “onwenselijk en onacceptabel”.

L. Reijnders van de Stichting Natuur en Milieu wijst erop dat het kernongeval bij Tsjernobyl volgens het uitgangspunt van de regering dus geen ramp is geweest die moet worden meegenomen in de risicoberekening. “Want daar vielen onder de omwonenden geen directe doden. Tel je echter de mensen mee die door de straling pas in de loop van de tijd zijn overleden dan ontstaat er een ander situatie.”