Frans-Duitse as in telecom levert een machtige rivaal op

ROTTERDAM, 8 DEC. Met de samenwerking tussen Deutsche Telekom en France Telecom krijgt de global village van het internationale zakelijke telecomverkeer er een machtige familie bij. Drie clans hadden zich al gevormd: British Telecom heeft een alliantie met het Amerikaanse MCI, de grootste internationale concurrent van het mammoetconcern AT&T. Dat is op haar beurt in snel tempo bezig met het opzetten van Worldsource, een eigen netwerk van allianties met telefoonmaatschappijen in onder meer Canada, Zuid-Korea, Australië, Singapore en Japan. Koninklijke PTT Nederland heeft samen met het Zweedse Telia en Swiss Telecom het bedrijf Unisource opgericht, een joint venture waar zij alle drie een derde van bezitten. De ontwikkelingen gaan snel: tot de zomer van dit jaar gingen France Telecom en Deutsche Telekom er nog van uit dat zij een alliantie konden sluiten met MCI, maar dat verraste vriend en vijand door plotseling de samenwerking met British Telecom aan te kondigen.

Hoe belangrijk ze ook zijn, de betekenis van deze allianties moet vooralsnog niet worden overschat. Allereerst gaan vrijwel alle alleen over zakelijk telefoon- en dataverkeer. Het streven om het internationaal opererende bedrijfsleven wereldwijd te kunnen bedienen, is daar de drijfveer van. Maar de terughoudendheid om ook het privé-telefoonverkeer uit te leveren beperkt de reikwijdte van de samenwerking. Daarnaast zijn allianties en joint-ventures vrijblijvender dan ze vaak worden gepresenteerd.

Om de internationale strategie van de telecom-concerns te verklaren, kan worden gekeken naar de recente ontwikkelingen in de luchtvaartmarkt. De gelijkenis is treffend. Concerns die zijn ontstaan uit nationale monopolies reageren op de liberalisering en deregulering van hun markten door strategische allianties aan te gaan. Wat wordt vervoerd zijn ditmaal geen mensen en goederen, maar gesprekken en gegevens. Zelfs de typering supercarrier duidt zowel op mammoetconcerns in de luchtvaart als in de telecommunicatie. Evenals in de luchtvaart is het behoud van een krachtige positie op de thuismarkt prioriteit, gekoppeld aan de steeds belangrijkere, zeer winstgevende continentale verbindingen.

Het zoeken naar een transatlantische partner heeft onder luchtvaartmaatschappijen topprioriteit, en dat geldt ook voor de telecom-allianties. De Amerikaanse internationale telecommarkt is de grootste ter wereld. Op de route VS-Verenigd Koninkrijk vindt jaarlijks 1,2 miljard minuten aan telecomverkeer plaats, gevolgd door de route VS-Duitsland met 816 miljoen minuten. Tussen Frankrijk en Duitsland is er jaar maar 559 miljoen minuten aan telecomverkeer. Nu het Amerikaanse MCI al is verbonden aan British Telecom, is de grote vraag wat AT&T doet. Het Amerikaanse concern heeft al laten weten dat Worldsource openstaat voor deelneming van andere partners, ook Europese. Gisteren zinspeelden de bestuursvoorzitters van France Telecom en Deutsche Telekom er op dat AT& T belangstelling heeft om deel te nemen aan de Frans-Duitse telecom-as. Tegelijkertijd zijn er geruchten dat het Amerikaanse concern zou willen toetreden tot het Nederlands-Zwitsers-Zweedse Unisource. Dat trio zag een soortgelijke samenwerking met het Amerikaanse Sprint Corporation mislukken.

Wat de telecombedrijven van de EU in hun onderlinge toenadering dwarszit, is dat de nationale monopolies die zij bezitten pas per 1998 zullen verdwijnen. Tot die tijd zal de Europese Commissie al te vergaande samenwerkingsverbanden tussen Europese nationale telecombedrijven met de nodige argwaan blijven bezien: kartelvorming op de Europese telecommarkt zou al het werk dat is besteed aan het opruimen van de nationale monopolies teniet doen.

In de vier jaar tot 1998, die de puberteit van de Europese telecom-industrie zo gaat duren, mag er dus worden geflirt, maar de intimiteiten mogen zoals het er nu naar uitziet niet al te ver gaan. Maar de ervaringen in de luchtvaartindustrie tonen aan dat vrijblijvende 'strategische allianties' net zo makkelijk worden aangegaan als verbroken. Pas een rechtstreekse, wederzijdse kapitaalsdeelneming smeedt een band die hecht genoeg is om te beklijven.