FRANKRIJK EN GATT

Frankrijk krijgt regelmatig het verwijt dat zijn boeren te veel graan zouden produceren en daardoor het meest van de graansubsidies zouden profiteren. Hierbij enkele kanttekeningen:

Frankrijk produceert inderdaad teveel graan voor zijn eigen behoeften. Maar het heeft zich enigszins gespecialiseerd in de graanteelt en realiseert daardoor een lage kostprijs (afhankelijk van de dollarkoers, zelfs lager dan de Amerikaanse boeren). Deze specialisatie past in de filosofie van het GATT. Produceren waar dat het goedkoopst is en vervolgens verhandelen. Zo heeft Nederland zich gespecialiseerd in de intensieve veehouderij, onafhankelijk van de grond, en produceert nu veel teveel varkens-, rund-, schape- en kippenvlees en melk, kaas en boter voor zijn eigen behoefte.

Dit teveel geproduceerde Franse graan moet inderdaad met hulp van veel subsidies geëxporteerd worden. Dit exporteren zou echter niet nodig zijn geweest als de Europese Unie (EU) niet veel teveel graanvervangers zou importeren (zonder daarvoor importheffingen te innen.) Zij importeert ongeveer 50 miljoen ton graanvervangers en moet daarom ongeveer 30 miljoen ton granen exporteren (cijfers: Eurostat). Dit exporteren kost inderdaad veel subsidie, maar wat is de werkelijke oorzaak?

Het zijn juist de Nederlandse boeren die daar het meest van profiteren. Door de graansubsidies zijn de prijzen van granen op de wereldmarkt kunstmatig erg laag. Daardoor zijn de prijzen van graanvervangers nog lager omdat deze produkten anders geen koper zouden vinden. De Nederlandse veehouderij profiteert met volle teugen van deze situatie door volop graanvervangers te kopen op de wereldmarkt. Een Franse boer krijgt een deel subsidie voor zijn graan. Een Nederlandse veehouder, bij wie de voerkosten een groot deel van de totale kosten uitmaken, profiteert én van de lage voerprijzen én van het feit dat zijn produkten vervolgens steun van EU ontvangen.

De EU heeft door haar beleid van verlaging van de graanprijzen de graanteelt nog eens extra gestimuleerd. Door de lage graanprijzen kan het varkens- en kippenvlees goedkoper geproduceerd worden. Rundvlees, dat veelal geproduceerd wordt met behulp van gras, profiteert niet van die lagere graanprijzen en krijgt te maken met ernstige prijsconcurrentie van de andere vleessoorten. Rundvleesproduktie wordt oninteressant. Wat te doen met het weiland dat vrijkomt? Dat is omgeploegd en veranderd in graanland.

Het is twijfelachtig of een GATT-akkoord ons economisch herstel zal brengen en ons op grote schaal herstel van de werkgelegenheid zal opleveren. Uit de artikelen van Maurice Allais (Nobelprijs economie), in Le Figaro blijkt juist het tegendeel.