DON AMECHE 1908 - 1993; Een herboren ster

Een come-back op hoge leeftijd is in Hollywood niet uitzonderlijk, maar zelden zo spectaculair als in het geval van Don Ameche. De 85-jarige acteur die maandag in zijn woonplaats Scottsdale, Arizona overleed, kreeg acht jaar geleden zijn eerste Oscar, voor de bijrol van een (door buitenaardse sappen) herboren bejaarde in Cocoon. In 1983 was hij met succes teruggevraagd door John Landis voor een cruciale bijdrage aan de Eddie-Murphy-komedie Trading Places. Misschien wel zijn beste rol speelde hij als een door de mafia misbruikte Italiaanse schoenmaker, die voor een 'capo' aangezien wordt in David Mamets Things Change (1988). Onlangs speelde Ameche een rol in een nog niet uitgebrachte film met Whoopi Goldberg.

Ook in z'n eerste carrière vertolkte Dominic Felix Amici - geboren op 31 mei 1908 in Wisconsin uit een Italiaanse vader en een Iers-Duitse moeder - veelal latin lovers of bonvivants. Na een korte radioloopbaan werd Ameche ontdekt door Daryl F. Zanuck en groeide snel uit tot een van de populairste 'lichte' sterren van de 20th Century-Fox-studio. Hij viel het eerst op als indiaan in Ramona (1936) en speelde daarna onder veel meer D'Artagnan in The Three Musketeers, de rivaal van Tyrone Power in de musical Alexander's Ragtime Band en was de tegenspeler van Alice Faye in een handvol andere films. Werd de rol van de tussen hemel en hel pendelende playboy in Ernst Lubitsch' Heaven Can Wait (1943) destijds als het hoogtepunt van Ameche's loopbaan gezien, het grote publiek identificeerde hem vooral met de uitvinding van de telefoon door zijn titelrol in het populaire The Story of Alexander Graham Bell (1939).

Eind jaren veertig daalde Ameche's ster pijlsnel. Hij moest zich tevreden stellen met gastrollen in tweederangsfilms en televisiewerk. Totdat John Landis, een van de zogenaamde 'movie brats', die opgevoed waren met oude Ameche-films op de televisie, zijn held wakker kuste. Die bleek nog weinig van z'n charme en esprit verloren te hebben en zou meer serieuze aandacht krijgen dan het geringe prestige van zijn films uit de jaren dertig en veertig in eerste instantie toeliet.