CDA niet afwijzend over landelijk referendum

DEN HAAG, 8 DEC. CDA-fractieleider L.C. Brinkman heeft PvdA en D66 alsnog enige hoop gegeven op de invoering van een landelijk referendum.

Hoewel het CDA op dit moment nog niet overtuigd is van het nut van het referendum, verklaarde Brinkman gisteravond tijdens het laatste Kamerdebat over vernieuwing van de staatsinrichting, na de verkiezingen “open te staan voor verdere discussie en voortgezet denken”. De beoogde opvolger van premier Lubbers hield de deur naar een volksraadpleging op een kier, nadat D66-leider Van Mierlo een indringende oproep had gedaan aan CDA en VVD om het referendum een kans te geven. Van Mierlo beschuldigde de twee partijen ervan “levensgevaarlijk bezig te zijn”. “Wie het probleem van de kloof tussen kiezer en gekozene te laat ontdekt, is te laat. Met welk recht zouden wij de bevolking een referendum weigeren?”

Eerder had Van Mierlo laten weten van de invoering van het referendum een “hard punt” te zullen maken tijdens de verkiezingsstrijd en de kabinetsformatie. Bij PvdA en D66 zag men de opening van Brinkman dan ook als een manoeuvre om D66, dat bij die formatie naar verwachting een grote rol zal spelen, niet te zeer van het CDA te vervreemden.

Ook de scheidend fractieleider van het CDA in de Eerste Kamer, A.J. Kaland, sprak zich gisteren tijdens zijn afscheidsbijeenkomst uit voor invoering van een zogenoemd correctief referendum. Zo'n volksraadpleging zou bijvoorbeeld kunnen gaan over de Betuwelijn. “Dan hoor je niet alleen de mensen die erom heen wonen”, aldus Kaland. Premier Lubbers sprak zich vanmorgen in de Tweede Kamer niet categorisch tegen het referendum uit, maar wees wel op het risico van stemmingen over geïsoleerde vraagstukken.

Tijdens de afscheidsbijeenkomst voor fractievoorzitter Kaland zetten premier Lubbers en Tweede Kamervoorzitter Deetman grote vraagtekens bij het heersend geloof in Den Haag over de voordelen van afslanking van ministeries door beleidsontwikkeling en -uitvoering van elkaar te scheiden. Scheiding van die twee noemde Lubbers een “modebegrip”. Deetman zei dat de “feedback tussen uitvoering en beleid zoek raakt”. Volgens Lubbers en Deetman levert de scheiding tussen ontwikkeling en uitvoering het gevaar op dat ambtenaren die beleid maken te weinig weten wat er in de praktijk omgaat. “Ik heb mijn grote twijfels over zo'n splitsing” aldus Lubbers.

Het is een opmerkelijk standpunt van de premier, omdat het kabinet eerder positief reageerde op voorstellen van de hoogste ambtenaren van de ministeries, de secretarissen-generaal, die eenzelfde soort scheiding beogen. Ook het pleidooi van de commissie-Wiegel voor kerndepartementen gaat in die richting, een voorstel dat de Tweede Kamer steunt. Op een congres met onder anderen topambtenaren over decentralisatie vorige week in Den Haag werd gemeld dat diverse ministeries al ver zijn in de ontwikkeling naar kerndepartementen.

De Tilburse hoogleraar bestuurskunde prof. P.H.A. Frissen wees bij die gelegenheid ook op de gevaren van een scheiding tussen beleid en uitvoering. Waar zo'n helder onderscheid niet te maken valt, pleitte Frissen er voor dat de overheid, naat de uitvoering, ook de beleidsontwikkeling uitbesteedt. Voor de betreffende departementen zou alleen een “coördinerende en faciliterende rol” overblijven, aldus Frissen vorige week.

Vanmorgen relativeerde premier Lubbers de rol van het zogeheten 'Torentjes-overleg'. Daarbij overlegt de minister-president van te voren met de fractieleiders of andere fractieleden van de coalitiepartijen over politiek gevoelige zaken. Lubbers ontkende dat dit de nekslag voor een dualistische verhouding tussen parlement en kabinet is. D66-leider Van Mierlo had gisteren in dit verband gesproken van een “bijna incestueuze verhouding” tussen kabinet en coalitiefracties. Lubbers zei vanmorgen echter dat in dat beraad nogal eens wordt “geconsulteerd in plaats van geconcludeerd”. Fractieleider Wöltgens (PvdA) nam het gisteravond als één van de weinige woordvoerders op voor het 'monistisch' overleg vooraf tussen kabinet en regeringsfracties. Dat is soms nodig om ook de kleinere regeringsfractie aan haar trekken te laten komen, aldus Wöltgens.