Buitenlandse interesse voor Stoomwezen

DEN HAAG, 8 DEC. Drie buitenlandse bedrijven zijn in de race om de Dienst voor het Stoomwezen (DSW) over te nemen van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Dat zijn SGS uit Zwitserland, DNV uit Noorwegen en LLoyd's/RTD uit Engeland, die alle vestigingen hebben in Rotterdam.

Minister De Vries streeft ernaar dat het stoomwezen, sinds 1855 een overheidsdienst, volgend jaar wordt geprivatiseerd. Hij achtte het niet haalbaar dat DSW zelfstandig de markt opgaat en is daarom op zoek gegaan naar een partner. Dat het stoomwezen zijn nu nog exclusieve positie moet opgeven, is het gevolg van afspraken binnen de Europese Unie, de voormalige EG. DSW telt nog 150 arbeidsplaatsen, waarvan er ongeveer 125 zijn vervuld.

Het stoomwezen heeft vanouds de taak toestellen en apparaten die onder druk staan te keuren. Populair gezegd komt het erop neer dat alles wat in de industrie ontplofbaar is, aan de veiligheidseisen van deze dienst is onderworpen. Ook olieboorplatforms en LPG-stations kunnen op de warme belangstelling van de stoomambtenaren rekenen. Maar behalve in de (petro)chemische industrie vervullen de ambtenaren van het stoomwezen ook opdrachten van andere overheidsdiensten, bijvoorbeeld van de Dienst voor het Wegverkeer, en, in opdracht van VROM, taken op het gebied van de Hinderwet.

Aanvankelijk hebben twaalf bedrijven belangstelling getoond voor de fusie met DSW, in hoofdzaak buitenlandse, maar ook het Nederlands Meetinstituut (NMI). Met name dit laatste is De Vries aanbevolen door zijn collega ven economische zaken, minister Andriessen. Het NMI is de geprivatiseerde voortzetting van het IJkwezen, dat vroeger als overheidsdienst onder Economische Zaken ressorteerde. De Vries is niet op de wens van zijn collega-minister ingegaan.

Inmiddels ondernemen acht grote bedrijven in Nederland (Shell, Esso, DSM, AKZO, Dow Chemical, General Electric Plastics, NAM en Gasunie) pogingen om meer controletaken die nu nog onder DSW vallen in eigen beheer te nemen.