Boeren zoeken redding in planten van eik en beuk

SIDDEBUREN, 8 DEC. “Fantastisch land” heeft de Groninger boer J. Klimp rond zijn boerderij liggen. Tweemaal twintig hectare, in 1985 na een grote ruilverkaveling nog nieuw gedraineerd. Betere grond om aardappelen en graan op te verbouwen is er bijkans in de wijde omgeving niet te vinden. “Maar het mag niet zo zijn”, verzucht Klimp. Binnenkort gaat hij beuken en eiken op zijn goede landbouwgrond planten. Met bezwaard gemoed, dat is zeker. “Ik ben geen type dat om zoiets zelfmoord pleegt”, zegt de 52-jarige boer. “Maar leuk is het allemaal niet.”

Klimp is een van de Nederlandse akkerbouwers die op het punt staan gebruik te maken van nieuwe (EG-)regelingen om landbouwgrond uit produktie te nemen. Sinds enkele jaren kunnen boeren voor het 'braken' van grond een vergoeding krijgen. Op vrijwillige basis liggen daardoor al zo'n 15.000 hectare (van de bijna twee miljoen) Nederlandse landbouwgrond braak van bijna 1.000 bedrijven, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij. Onlangs is ook de mogelijkheid geschapen om op landbouwgrond (gesubsidieerd) produktiebos aan te leggen. De laatste EG-regeling daartoe bleek zo populair dat de inschrijving na drie dagen weer gesloten moest worden. De beschikbare 12 miljoen gulden was schoon op. Toen hadden al 66 boeren hun grond aangeboden. Zeeland (18), Groningen (9) en Drenthe (17) voeren de lijst aan.

In het noorden van Nederland zijn dergelijke regelingen populair omdat daar de meeste gespecialiseerde graantelers actief zijn, vertelt Landbouwschap-woordvoerder E.C. Oggel. “Juist die boeren hebben het zwaar. Ze zitten op zware klei, waar weinig andere teelten mogelijk zijn.” En aan graan is in Nederland dus geen droog brood meer te verdienen. “Het is een indicatie voor de uitzichtloosheid die boeren voelen”, stelt Oggel, dat ze hun grond nu zo massaal voor de regelingen aanbieden.

“Een regelrechte nederlaag is het”, vertelt Klimp zelf onomwonden. “Een nederlaag voor degene die het aangaat, een nederlaag voor de boerenstand in Nederland, maar vooral ook een nederlaag voor de politiek, want die heeft het zover laten komen.”

Het leed zit diep. Boeren als Klimp voelen zich in de steek gelaten door het landbouwbeleid van deze en vorige regeringen. Hun belangen zijn verkwanseld, vinden ze. Klimp heeft er de laatste jaren alles aan gedaan om het hoofd boven water te houden. Hij was actief in het bestuur van de Groningse Maatschappij voor Landbouw, hij demonstreerde in Den Haag. “Met de trekker van Siddeburen naar Den Haag, al die parlementariërs gesproken, maar toen ik terugreed wist ik: de politiek heeft een streep door de akkerbouw gezet.”

Pag.2: Alternatief is de verkoop van de grond

Zijn twee zonen hebben geen zin het bedrijf voort te zetten. Hoe zouden ze ook kunnen, zegt Klimp, al enkele jaren levert de boerderij geen geld meer op. “Het gaat niet goed en in de toekomst ook alleen maar slechter. We teren nu in op onze reserves. En daar moet dus een eind aan komen.” De familie Klimp overwoog al een tijd de onderneming van de hand te doen. Een regeling om de landbouwgrond te bebossen kan niet alleen financieel net zo aantrekkelijk zijn als verkoop, maar is eigenlijk zelfs een beter alternatief, vindt hij. Dan blijft de grond tenminste eigendom van de familie.

Klimp probeert de EG-subsidieregeling te combineren met een project opgezet door de SEP: de samenwerkende elektriciteitsproducenten subsidiëren, via een stichting, de aanplant van blijvend bos - als goedmakertje tegenover hun bijdrage aan de CO-uitstoot. Dat levert eenmalig tussen de twee- en zevenduizend gulden per hectare extra op (bij de rond 1.500 gulden per hectare die de EG jaarlijks overmaakt voor 'blijvend bos'.) De boer moet met de SEP wel een contract voor 99 jaar tekenen. Landbouw zal er op zijn grond dus nooit meer gepleegd worden. Natuurlijk doet dat pijn. “Want boer zijn, da's toch een prachtig mooi vak.” Maar dat de boer 'natuurbeheerder' wordt vindt Klimp niet zo'n grote stap als het lijkt: “Wij staan altijd al dicht bij de natuur.”

De eerste jaren zal de Groninger boer nog redelijk wat werk hebben aan de aanplant en het onderhoud van de beuken en eiken op zijn voormalige landbouwgrond. Daarna gaat hij op zoek naar een andere baan. Momenteel helpt hij af en toe in het bedrijf dat zijn vrouw heeft opgezet op de boerderij. “We hebben een tuingalerie”, zegt Klimp. “We zijn dealer in teakhouten tuinmeubelen en ornamenten.” Hij glimlacht een beetje wrang. “Dat loopt wel.”