Austin centrum van high-tech

Austin, de 900.000 inwoners tellende hoofdstad van de staat Texas, is het tweede high-tech-centrum in de Verenigde Staten. De basis voor verdere expansie van 'Silicon Hills' vormt de unieke samenwerking tussen bedrijven, universiteit en kamer van koophandel.

De fantasieloze kantoortorens, de kaarsrechte straten en borden met de tekst 'Don't mess with Texas' wekken de indruk van een stad zoals er zo veel zijn in het zuiden van de Verenigde Staten. De schijn bedriegt: IBM, Apple, Motorola, Advanced Micro Devices, Texas Instruments, Dell en CompuAdd zijn hier vertrouwde namen. En naast deze computergiganten zijn er honderden kleine bedrijfjes. In 'Silicon Hills', zoals Austin wel genoemd wordt, werken in totaal 57.000 mensen in de high-techsector en van hen zijn er zo'n 22.000 te vinden bij circa vierhonderd software-bedrijfjes.

Sinds 1988 is het aantal banen gegroeid met 3,5 procent per jaar en in 1992 was dat zelfs 4 procent, ofwel 15.500 arbeidsplaatsen. Terwijl de Verenigde Staten na een diepe recessie ook dit jaar weer geen economische groei van drie procent halen, ziet Austin een zonnige toekomst voor zich. Er is geen reden om aan te nemen dat het groeitempo in de jaren negentig daalt. De werkloosheid in Austin is met 4,2 procent 2,2 procentpunt lager dan het landelijke cijfer en zelfs meer dan drie punten lager dan dat van geheel Texas. De hoogte van het inkomen per hoofd is 19,238 dollar en het aantal vergunningen voor nieuwbouwwoningen nam tussen augustus 1992 en 1993 toe met 41 procent. Dat is respectievelijk 10 procentpunt en 20 procentpunt hoger dan de cijfers voor de gehele staat.

De kracht van Austin is dat de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en universiteit uitstekend verloopt. In een land waar bijna alle samenwerking verloopt volgens een strikt korte-termijndenken onder het mom 'voor wat, hoort wat', blijkt men zich in Austin te realiseren dat samenwerking in plaats van morgen ook overmorgen of volgende week profijt kan opleveren. De les werd geleerd in de jaren tachtig toen Austin door een dal ging. Van de kantoren stond rond 1985 38 procent leeg en de onroerend-goedcrisis leidde tot een stagnatie in de economische ontwikkeling. Die crisis heeft nauwelijks gevolgen gehad voor de samenwerkingsrelatie. “Het heeft iedereen waarschijnlijk wel bedachtzamer gemaakt”, aldus Glenn West, president van de Greater Austin Chamber of Commerce. De leegstand is inmiddels teruggebracht tot 18 procent in 1992 en voor dit jaar ligt dat cijfer waarschijnlijk nog 4 procent lager.

De rol die de kamer van koophandel in Austin speelt bij het aantrekken van nieuwe bedrijven is uniek. Een Amerikaanse kamer van koophandel (Chamber of Commerce) is, anders dan in Nederland, een particuliere bond van plaatselijke ondernemers. Financiering geschiedt geheel door de leden en de Amerikaanse kamer heeft strikt genomen niets met de overheid te maken. In de ene streek is een kamer van koophandel een kapitaalkrachtig bedrijvencentrum, elders niet meer dan een veredeld toeristenbureau.

“Bijna alle bedrijven zijn hier actief in de Chamber of Commerce en dat bepaalt ook de kracht van de kamer,” zegt Ray Brimble van de Brimble Group of Companies. Peter Greene van software-bedrijf Lotus Development vertelt dat hij eerst een paar keer op bezoek is geweest, voordat zijn bedrijf besloot in januari van dit jaar een ondersteunend kantoor te openen in Austin. Greene: “De behandeling door de Austin-kamer was uitstekend en dat was naast heel veel andere voordelen belangrijk voor ons.”

Die andere pluspunten zijn de aanwezigheid van de University of Texas (UT), met 50.000 studenten de grootste van de staat, maar ook het nagenoeg ontbreken van grote-stadsproblemen zoals criminaliteit in de binnenstad, sloppenwijken, luchtvervuiling en files. Een reistijd van 30 minuten voor woon-werkverkeer wordt hier als lang beschouwd. De binnenstad is niet alleen bewoond maar ook een uitgaanscentrum. Voeg daarbij het ontbreken van door de staat of stad geheven inkomstenbelasting voor bedrijven en particulieren, en er ontstaat het beeld van een gebied met veel pluspunten. “Naast alle andere zakelijke argumenten is een hoge quality of life voor een bedrijf van doorslaggevend belang”, aldus West.

Pag.16: Starters leren internationaal te denken

IBM zit al 26 jaar in Austin en het was dit bedrijf dat in feite de aanzet gaf tot de bloei van de high-techindustrie. Austin is voor IBM het hoofdkwartier van zijn workstations. IBM zocht destijds kleinere steden voor zijn fabrieken waar het land nog goedkoop was, de belasting laag en waar de verbindingen goed waren. Austin bood daarnaast een arbeidsmarkt met veel hoger opgeleiden, afkomstig van de plaatselijke universiteit. “Het is voor ons een enorm voordeel om in Austin te zitten”, zegt Don Wright, manager bij IBM. “Bijna al onze toeleveringsbedrijven zitten in de buurt.”

Dat de bedrijven zo dicht bij elkaar in de buurt zitten is het gevolg van de actieve werving door overheid en bedrijfsleven in Austin. Wright vertelt dat hij zelf actief betrokken is geweest bij het aantrekken van onder meer Applied Materials, Apple en Lotus. In Austin lijkt de afstand tussen concurrenten kleiner dan elders. Men kent elkaar, soms via de Chamber, maar ook doordat werknemers van bedrijf wisselen. Of gewoon als buren die in de middagpauze met elkaar basketballen, zoals de werknemers van Dell Computer en IBM.

De grootste particuliere werkgever in Austin is Motorola, de producent van computerchips en communicatie-apparatuur. De activiteiten in Austin zijn gericht op de chips. “Motorola maakt hier alle microcontrollers voor de grote autobedrijven in Detroit”, vertelt Dan Rogers van het bedrijf. “Als wij platgaan, kunnen ze daar een paar dagen later geen auto meer produceren.” Motorola heeft al sinds 1974 vestigingen in Austin en er werken in Austin nu 8.000 mensen voor het bedrijf.

“Wij zijn geen tweede Silicon Valley”, antwoordt Rogers desgevraagd. “De verschillen zijn te groot. In Californië, 's lands belangrijkste high-techcentrum, is veel meer fabrieksproduktie doordat de arbeidsmarkt er naar is. Wij missen hier een overvloed aan arbeidskrachten. Anderzijds hebben wij door dat andere karakter ook veel minder milieuvervuiling.” De nadruk die er in Austin ligt op onderzoek en ontwikkeling, met name op het gebied van chips, maakt de stad als high-techcentrum wezenlijk anders. Rogers: “Om het in computertermen uit te drukken: wij zijn de microprocessors, Silicon Valley is de rest van de computer.”

Op de University of Texas in Austin (UT) zitten 50.000 studenten en aan een tiental andere hogere opleidingen nog eens 60.000. Van de inwoners van Austin is maar liefst drie procent gepromoveerd. De universiteit speelt een belangrijke rol bij de technologische ontwikkeling en het leveren van goed opgeleid personeel, maar probeert ook op directe wijze technologisch onderzoek produktief te maken via de Austin Technology Incubator (ATI), letterlijk vertaald betekent dat 'technologie-couveuse'. Beginnende bedrijfjes krijgen er professionele steun bij het ontwikkelen van een idee tot het de vorm heeft van een commercieel produkt.

ATI is onderdeel van het IC2 -instituut van de universiteit en heeft tot doel resultaten van technologisch onderzoek commercieel te exploiteren. IC2 staat voor Innovation, Creativity and Capital. Het instituut is opgericht door George Kozmetsky, mede-oprichter van technologieproducent Teledyne, oud-rector van UT en nu onder meer lid van de raad van bestuur van investeringsbank PaineWebber en Dell Computer. Kozmetksy is nog steeds aan het instituut verbonden.

“IC2 probeert intellect, technologie en onderneming samen te voegen”, zegt David Gibson, onderzoeker bij het instituut. “Technologie is één ding, maar de toepassingen winstgevend maken is een ander vak.” Volgens Gibson zijn veel gemeenschappen in de Verenigde Staten aan het proberen technologisch onderzoek produktief te maken. Een van de nadelen is volgens hem dat Amerikanen niet voldoende wereldwijd denken. “Europa is daar altijd verder in geweest”, aldus Gibson. Hoe belangrijk het buitenland is voor Austin, blijkt wel uit het gegeven dat tachtig procent van de werkgelegenheid in de high-techindustrie afhankelijk is van export.

Austin Technology Incubator bestaat vier jaar en heeft 480 mensen op weg geholpen. De starters zijn afkomstig van de universiteit maar ook komen er werknemers van de grote computerbedrijven in Austin die besluiten met een idee voor zichzelf te beginnen. “Silicon Valley is veel meer vanzelf gegroeid, maar hier denken we dat nieuwe initiatieven wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken”, aldus de Engelse directrice Laure Kilcrease. “We bieden goedkope kantoorruimte met faciliteiten en beginnen bij het begin. We kunnen helpen bij het verkennen van markten en we leren ze meteen om internationaal te denken.”

ATI wordt voor het grootste deel gefinancierd door de non-profitorganisatie Texas Capital Network (TCN). In totaal zijn al tien bedrijven uit ATI voortgekomen, vijfentwintig worden nog door de 'broedmachine' van Kilcrease gevoed. “Bedrijfjes moeten een soort examen afleggen”, legt Kilcrease uit. “Ze moeten uiteraard een produkt hebben, enig personeel en ze moeten financieel op eigen benen kunnen staan.” De termijn om dat te bereiken is drie jaar. Als het dan nog niet gelukt is, is er volgens Kilcrease kennelijk geen behoefte aan het produkt of er is iets anders mis.

Geza Nemeth kwam tien jaar geleden uit Hongarije naar de VS. Nu is hij de directeur van een bedrijf met vijf man, dat software schrijft voor het verwerken van geologische data. “ATI helpt ons met bedrijfsruimte en door middel van boekhoudkundige en juridische adviezen”, vertelt Nemeth. “Van de universiteit komen hier studenten stage lopen die ons weer leren hoe je een bedrijf runt.” Heller Environmental is een ander bedrijf dat nu bijna een jaar bezig is met steun van ATI. “Wij bestrijden de aanwezigheid van dunne lagen olie op water”, aldus Michael Pishko. “Ons produkt breekt de vlekken af in niet-toxische delen.”

Chipmaker Motorola bouwt op dit moment in Austin een fabriek en een onderzoekslaboratorium, een investering van in totaal 1,1 miljard dollar. Ook de andere chipmaker, Advanced Micro Devices, heeft een investering van ongeveer een miljard dollar aangekondigd voor het bouwen van een fabriek. De uitbreidingen zijn weer het sein voor andere ondernemingen om zich in Austin te vestigen. Siemens-dochter Rolm Systems, die telefonieapparatuur maakt, groeit en een Duitse producent van machines om semiconductors te maken, Steag, heeft Austin gekozen voor zijn nieuwe Amerikaanse vestiging. Een eindpunt van Austins expansie is nog niet in zicht en de stad is, zoals de New York Times het onlangs uitdrukte, the hottest of the American high-tech hot spots that have sprouted in the last decade.