Advies Raad Cultuurbeheer zet bank onder druk

Het advies over de Bibliotheca Philosophica Hermetica (BPH) dat de Raad voor het Cultuurbeheer vorige week uitbracht aan de minister van WVC, en dat gisteren is openbaar gemaakt, kan in zijn conclusie weinig verrassend zijn voor kenners van de Wet tot Behoud van Cultuurbezit. De raad stelt dat de bibliotheek als eenheid voor Nederland behouden zou moeten blijven, maar dat nader juridisch en inhoudelijk onderzoek moet worden verricht voordat de minister eventueel over kan gaan tot plaatsing van de bibliotheek op de lijst van beschermd cultureel erfgoed. Voorwerpen of collecties die op die lijst staan mogen niet zonder voorafgaande toestemming van de minister van cultuur naar het buitenland worden verkocht.

Daarmee lijkt de raad de kat nog een tijdje uit de boom te willen kijken, terwijl zij wel vast een moreel steuntje in de rug geeft aan degenen die de bibliotheek als geheel voor Nederland willen behouden. Het advies is dus vooral bedoeld om de ING twee keer te laten nadenken voor ze de bibliotheek verkoopt. Adviezen van de raad met betrekking tot de Wet tot Behoud van Cultuurbezit neemt de minister doorgaans over.

De Amsterdamse zakenman Joost Ritman bracht zijn wereldberoemde hermetisch-filosofische bibliotheek in de afgelopen decennia samen. Een groot deel van de 16.000, deels zeldzame, oude en nieuwe geschriften, kocht hij in het buitenland. De wet schrijft voor dat voorwerpen die eigendom zijn van degene die ze Nederland heeft binnenbracht, slechts op de lijst geplaatst kunnen worden als de eigenaar daarvoor toestemming geeft. De raad moest derhalve wel aan de minister adviseren om, alvorens tot plaatsing over te gaan, eerst uit te zoeken of Ritman zelf nog eigenaar is, dan wel zijn schuldeiser, de ING Bank, aan wie de bibliotheek is verpand. Hierover bestaat onenigheid.

Hoewel Ritman in april van dit jaar de aandelen van zijn bedrijf De Ster aan de bank heeft overgedragen - met een recht op terugkoop tot 1 april 1994 - heeft hij de aandelen van de bibliotheek behouden. Hij is daarom juridisch nog eigenaar. Volgens de ING Bank zijn de collecties echter in april aan de bank toegevallen op grond van de kredietovereenkomst met Ritman. De bank zou geen toestemming van Ritman nodig hebben wanneer zij de bibliotheek wil verkopen.

De bank wijst er bovendien op dat zij sinds april van dit jaar het beheer van de bibliotheek en de openstelling voor het publiek uit eigen zak heeft gefinancierd. Wel erkent de bank dat Ritman weer het volledige eigendom over zijn bedrijf en de kunstcollectie en bibliotheek kan terugkrijgen, wanneer hij voor 1 april volgend jaar de aandelen van De Ster terugkoopt en al zijn schulden aan de ING Bank aflost.

Het lijkt er op dat de bank in elk geval tot april zal moeten afwachten of dat Ritman gaat lukken. Vorige week werd bekend dat Ritman voormalig ING-bestuurder Soetekouw heeft ingeschakeld om te proberen investeerders te vinden. Die zouden het Ritman mogelijk moeten maken zijn koopoptie te benutten en zijn schulden af te lossen.

Het is daarom niet zo verwonderlijk dat noch de Raad voor het Cultuurbeheer, noch de minister haast lijken te hebben met de plaatsing van de bibliotheek op de lijst van beschermd cultureel erfgoed. De raad stelt dat eerst nog een nauwkeuriger inventarisatie van enkele deelcollecties nodig is. Als de minister had gewild, had zij al in juli uit voorzorg kunnen besluiten om gebruik te maken van een mogelijkheid die de wet biedt, om voorwerpen of collecties via een spoedprocedure op de lijst te zetten. Dat kan zij doen vóór zij advies van de raad heeft ingewonnen. In andere gevallen heeft zij van deze spoedprocedure wel gebruik gemaakt.

Dat zij dat in dit geval niet gedaan heeft, komt ongetwijfeld doordat met deze bibliotheek grote financiële belangen zijn gemoeid. De waarde zou volgens de boeken in 1991 maar liefst 134 miljoen gulden hebben bedragen. Bij een executieverkoop zou zij dat bedrag echter nooit opbrengen: de internationale markt voor filosofisch-hermetische en aanverwante literatuur is simpelweg te klein om zo'n plotselinge toevloed evenwichtig op te kunnen vangen. De bank zit daarom met een onderpand dat moeilijk als geheel en in korte tijd te gelde is te maken maar dat niettemin duur is in het onderhoud.

Ook de minister van WVC zal niet gauw een dergelijk bedrag op tafel kunnen en willen leggen voor een wetenschappelijke bibliotheek, ook al prijst de Raad voor het Cultuurbeheer het belang en vooral de instandhouding als eenheid met voor zijn doen ongebruikelijk enthousiasme. Niet voor niets heeft de minister aangeklopt bij het ministerie van onderwijs en wetenschappen, om te zien of de financiële lasten niet minstens gedeeld kunnen worden. Mocht de bibliotheek, of delen daarvan, op de lijst worden gezet, dan is de minister ook verplicht tot handelen over te gaan wanneer de eigenaar een koopovereenkomst met een buitenlander kan overleggen. In dat geval heeft zij maximaal een jaar de tijd om zelf het in de koopovereenkomst genoemde bedrag bijeen te brengen, ofwel over de prijs te gaan onderhandelen via de rechter. Mocht zij de prijs niet kunnen of willen opbrengen, dan moet zij export alsnog toestaan.

Met de potentieel minder kostbare optie om slechts delen op de lijst te zetten, zou de minister de ING Bank een signaal geven dat de rest vrij verhandelbaar is. Ook de mogelijkheid om in elk geval die boeken op de lijst te zetten die zich vanouds in Nederland bevinden (dan hoeft de minister geen toestemming voor plaatsing te vragen) zou niet bevorderlijk zijn voor het 'voorkomen van versnippering', zoals de raad schrijft.

Ten slotte heeft de fiscus nog altijd een beslag op de bibliotheek, totdat een voorlopige aanslag van circa vijf miljoen gulden is voldaan. Ritman zou in het verleden geen BTW over aangekochte boeken hebben betaald. De belastingdienst heeft een eerder voor half september aangekondigde veiling voor onbepaalde tijd afgelast. Ook het ministerie van financiën behoort daarom tot de onderhandelingspartijen.

De ING Bank zit met een groot dilemma. Zij heeft in eerste instantie rekening te houden met de belangen van haar aandeelhouders, maar zal tegelijkertijd niet graag als cultuurbarbaar afgeschilderd worden. De vraag is of zij bereid zal zijn om in de nabije toekomst een verlies te nemen om dat imago te vermijden.