Zedenzaak verdeelt Scheveningse buurt

Heerst het syndroom van Oude Pekela misschien ook een beetje in Scheveningen?

Dat is sinds de zomer van 1992 de kwestie. Toen werd de 13-jarige Jopie Weefschoten opgepakt op verdenking van ontucht met een aantal leeftijdgenootjes. Het is niet duidelijk om hoeveel kinderen het precies gaat - dat is een van de vele vaagheden in deze zaak -, maar het zou minstens tien kinderen betreffen.

Er doen in Scheveningen geruchten de ronde dat er nog veel meer kinderen bij betrokken zijn. Ook de aard van de beschuldigingen is geleidelijk aan ernstiger geworden. Jopie zou in kelders allerlei vormen van seks met de kinderen hebben bedreven - tot en met orale seks onder bedreiging van een mes. Dit lijkt de belangrijkste parallel met het zedenschandaal van Oude Pekela: het steeds verder uitdijen van wat met een incident begonnen is. Van de morbide speculaties in Oude Pekela bleef uiteindelijk niets over. Ook in deze Scheveningse zaak knagen de twijfels bij de justitiële autoriteiten steeds heviger.

In de Scheveningse buurt hebben zich inmiddels twee kampen gevormd: de ouders van Jopie en hun vrienden contra de ouders van de vermeende slachtoffers. Tussen die twee kampen is het soms zó hard toegegaan dat de politie moest ingrijpen. Scheldpartijen, bekraste deuren, bedreigingen, kortom, Scheveningen leefde op.

Op een dag in november verzamelt een aantal tegenstanders van de familie Weefschoten zich in het Haagse gerechtsgebouw. Zij drommen samen rond hun advocaat, mr. E. Nolet. Tegen het gezin Weefschoten hebben zij een kort geding aangespannen. Hun eisen zijn niet gering: het gezin Weefschoten moet met zoon Jopie binnen vier weken zijn huis verlaten en mag zich twee jaar lang niet meer in een straal van twee kilometer rond zijn oude straat op houden. Een complete verbanning dus, als de eisers hun zin krijgen - maar zover is het nog lang niet. De gedaagden zijn niet aanwezig; zij laten zich vertegenwoordigen door de advocaat mr. L. van Dijk.

Advocaat Nolet mag als eerste losbranden. Hij beschuldigt Jopie van een ware terreur in de buurt. Andere kinderen maltraiteert hij met 'een sadistisch behagen'. Sinds Jopie uit verzekerde bewaring is teruggekeerd, durven de kinderen niet meer op straat te spelen. Hun gedrag vertoont steeds meer stoornissen: slaapproblemen, agressie, seksuele fixaties - een van de jongetjes valt voortdurend zijn 15-jarige zus lastig.

De familie Weefschoten ontkent alle beschuldigingen aan het adres van Jopie en neemt wraak met allerlei provocaties. Zodoende wordt de onrust in de buurt steeds groter. Enkele gezinnen hebben al besloten te verhuizen.

Tot zover mr. Nolet, die zich tot slot afvraagt: “Moet iedereen wijken voor de terreur van de familie Weefschoten?”

Zijn confrater, mr. Van Dijk, schetst een - zwak uitgedrukt - contrasterend beeld. Volgens hem is er tegen Jopie en zijn familie een schandalige hetze gaande. Goed, een kleine kern van de beschuldigingen tegen Jopie is waar. Hij heeft ontucht gepleegd, maar het ging slechts om drie kinderen van het gezin Angeveen. En het was betrekkelijk onschuldig geweest: een beetje zoenen en friemelen.

“Er is geen sprake geweest van orale seks en sadisme”, zegt Van Dijk, “en collega Nolet weet dat. De piëteit in deze zaak is ver te zoeken.” Dan belicht hij een belangrijk nieuw façet: het feit dat de zaak kort tevoren bij de kinderrechter heeft gediend. Die heeft nog geen vonnis gewezen, maar hij heeft - volgens Van Dijk - de zaak wèl teruggebracht tot het enige dat bewezen kan worden: de ontucht van Jopie met de drie kinderen Angeveen. Daarvoor zal Jopie niet meer krijgen dan een voorwaardelijke tuchtschoolstraf.

Van een verbanning van het gezin Weefschoten wil Van Dijk niets weten. “De kinderrechter zal beslissen of Jopie uit zijn omgeving moet worden gehaald.”

Dit is het moment waarop de rechter, mr. J. Holtrop, voor het eerst interveniëert. “Waarom heeft de kinderrechter deze zaak aangehouden?”

“Om Jopie een cursus sociale vaardigheid te laten volgen”, zegt Van Dijk.

“Dus dat vond hij wel nodig?”

“Ja.”

“Waarom zegt u dat dan niet meteen?”

“Er is al zoveel publiciteit geweest. Ik wil niet dat de hele hetze opnieuw begint.”

“Problemen kunnen groter worden als zaken worden ontkend”, zegt de rechter vermanend. “Er is wat gebeurd. Het is beter dat te erkennen en tot een oplossing te komen.”

Dan wendt de rechter zich tot de advocaat van de eisers. Tegen hem betoont hij zich, zoals het hoort, minstens zo kritisch. Hij wil weten of de ouders van de beweerde slachtoffers zich tot de Riagg hebben gewend. De advocaat vertelt dat de gesprekken met de Riagg snel zijn gestrand. Slechts één kind is er nader bekeken: het jongetje dat opeens een seksuele obsessie vertoonde. “Maar het is moeilijk om verbanden te leggen”, geeft advocaat Nolet toe.

“Ik zit een beetje met de handen in het haar”, zegt de rechter. “U zegt: niemand anders kan ons helpen. Maar er zullen toch nog wel andere instanties zijn?”

“De problemen van de kinderen zijn moeilijk te herleiden tot de seksuele intimiteiten”, zegt Nolet.

“Dan kan ik dat toch ook niet?” vraagt de rechter.

“In al die gezinnen zie je dezelfde verschijnselen. Al twee jaar geleden is aangifte gedaan tegen Jopie, maar er is verder niets gebeurd.”

“Er is wel een probleem”, zegt de rechter, “maar mijn vraag is: kan en moet ik dat oplossen door de vordering toe te wijzen? Ik kan niet alles.” Het zit hem vooral dwars dat andere instanties tot dusver nauwelijks bij de affaire betrokken zijn geweest.

“Strafrechtelijk is in deze zaken het bewijs moeilijk rond te krijgen”, zegt Nolet, “maar de getuigenissen van al die kinderen liegen er niet om. De ouders worstelen er dagelijks mee.”

Een week later. De rechter heeft vonnis gewezen. “De vorderingen kunnen om verschillende redenen niet toegewezen worden”, stelt hij. Hij constateert dat Jopie door de kinderrechter niet voor de ernstigste vorm van ontucht zal worden bestraft; dat er geen duidelijk verband is tussen de klachten van de slachtoffers en de delicten van Jopie; dat verbanning een maatregel is die als straf in Nederland niet meer voorkomt; dat er nog geen professionele hulp voor de kinderen is ingeschakeld.

Advocaat Nolet reageert teleurgesteld. Hij zal zijn cliënten adviseren in hoger beroep te gaan. “Deze rechter denkt niet modern”, zegt hij. “In vergelijkbare zaken is wel degelijk verbanning als straf uitgesproken. Er is moed voor nodig om in zo'n zaak knopen door te hakken, maar daar is hij voor. En als hij verbanning te zwaar vindt, kan hij een contactverbod opleggen. Dan had hij de buurt duidelijkheid gegeven. Nu kan de familie Weefschoten doorgaan. Het probleem blijft. Moet er eerst iemand doodgemaakt worden?”

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.