'We hebben in Almere niet één minuut ruzie gehad'; Crisisburgemeester geniet terwijl wethouders vallen

ALMERE, 7 DEC. Hoezo problemen, waar problemen? Ruim acht maanden is C.M.L. Roozemond nu waarnemend burgemeester van Almere. In die tijd zijn drie wethouders uit het college verdwenen, heeft de gemeentesecretaris ontslag genomen en leefden de raadsfracties lang op voet van oorlog met elkaar. “Ik heb er elke dag van genoten”, zegt de waarnemer.

Hij wandelt tevreden door zijn werkkamer bovenin het gemeentehuis. Buiten bouwt Almere voort - de honderdduizendste inwoner komt in zicht. “In een stad die in 25 jaar groeit van nul naar 100.000 inwoners krijg je onvermijdelijk fricties.”

Na een escalatie van zulke fricties werd Roozemond (66) op 2 april benoemd tot waarnemend burgemeester van het onthoofde college van Almere. Vier van de vijf wethouders hadden de maand ervoor hun vertrouwen opgezegd in burgemeester De Cloe, die te veel onkosten vergoed zou hebben gekregen. De burgmeester trad daarop terug, zijn gepensioneerde PvdA-partijgenoot Roozemond werd aangewezen als waarnemer. “Moeilijkheden uit de weg ruimen vind ik heerlijk.”

Het was dan ook niet de eerste keer dat de oud-burgemeester van Alkmaar door een commissaris van de koningin werd opgetrommeld om in een gemeente die in een crisis verkeerde de burgemeesterspost waar te nemen. In 1989 deed hij dat een halfjaar in Smallingerland, waar burgemeester Smallenbroek na een nachtelijke vechtpartij met jongeren niet meer welkom was.

Roozemond: “Er is geen protocol voor de waarnemend burgemeester. De mogelijkheden worden bepaald door de situatie die je aantreft.” In Smallingerland was dat een gemeente waar niemand de burgemeester graag terug zag komen. Bepalend in Almere was niet zozeer de onduidelijke positie van De Cloe - niet weggestuurd, zijn ontslag niet aangeboden, maar 'teruggetreden' - als wel de diepe verdeeldheid in de raad na diens vertrek. “Er heersten hier niet-geringe bestuurlijke spanningen”, zegt Roozemond. Sterker nog: “Het was een stad waar de wethouders als rijpe appels van de bomen vielen.”

De eerste appel was al gevallen toen Roozemond de raadszaal binnenstapte: CDA-wethouder Van Bijsterveldt had als enige uit het college de zijde van De Cloe gekozen en was daarvoor beloond met een motie van wantrouwen. In haar plaats hadden de PvdA- en VVD-fracties besloten het raadslid Gundersen van de AlmerePartij op te nemen. Daar kon de nieuwe burgemeester niks meer tegen doen, zegt Roozemond. “Ik heb ze van dat avontuur proberen af te houden.”

Gundersen is wat in de plaatselijke politiek graag een schilderachtige figuur wordt genoemd. Elke inwoner van de polder een rubberbootje, dan hoeven de dijken niet te worden verhoogd, was een van zijn plannen. Hij was “een rijpere appel” dan de anderen, volgens Roozemond. Lang heeft zijn wethouderschap inderdaad niet geduurd, na enkele maanden moest hij aftreden toen hij werd gearresteerd op verdenking van verkrachting.

In de nasleep van de affaire-De Cloe kregen ook de wethouders Tierie en Trieller problemen. Ze hadden reizen gemaakt op kosten van aannemers zonder daarvan het college op de hoogte te brengen. Tierie besloot af te treden nadat duidelijk was geworden dat hij burgemeester en raad onvolledig had ingelicht.

Tel daarbij op het vertrek van een ontevreden gemeentesecretaris en je vraagt je af of de waarnemer het meent als hij zegt: “We hebben hier sinds 2 april niet één minuut ruzie gehad”. Hij trekt demonstratief een weggewerkte mini-bar open: daar staat een fles champagne te dampen. Gekregen van een van de wethouders. “Er loopt een afspraak dat als we onenigheid hebben, ik een fles krijg. Als mijn mandaat afloopt, nodig ik iedereen bij mij thuis uit en geef ik een champagnefeest.”

Sfeer verbeteren, verhoudingen herstellen, dat was de opdracht waar Roozemond voor stond in de vergalde atmosfeer op het stadhuis. Het lag niet, zegt hij snel, aan zijn voorganger, die hij een vriend, of beter, een kennis, noemt. “Ik heb geen kritiek op Cees de Cloe.” Maar toch. “Misschien had het college toen vaker stil moeten staan bij de bestuurscultuur.”

Onder zijn bewind is het stadsbestuur 'collegialer' geworden, denkt de waarnemend burgemeester. “Je moet van elkaar weten wat je doet. Vroeger kwam het wel voor dat de burgemeester of een wethouder de afwezigheid van een ander collegelid te baat nam en vlug een omstreden kwestie in de rondvraag aan de orde stelde. Dat komt nu niet meer voor. Er komt geen voorstel in het college dat niet is gezien door de burgemeester en de secretaris.”

Het resultaat is 'een vriendenclub', als we voetballiefhebber Roozemond mogen geloven. Met dezelfde spelers als onder captain De Cloe, maar nu 'met de neuzen in dezelfde richting'. En over twee maanden komt er weer een 'echte' burgemeester in Almere. “Dan ben ik weer gewoon een voorbijganger.”