Volvo-topman: Ik heb niemand verraden

GOTENBURG, 7 DEC. Tijdens de laatste dramatische dagen van de afgelopen week, waarin Volvo ten slotte terugkwam op zijn omstreden plan om te fuseren met het Franse Renault, werd bestuursvoorzitter Sören Gyll van Volvo genoemd als de leider van een 'paleisrvolutie' met het uiteindelijke doel de transactie te laten mislukken.

Gyll ontkent niet dat hij een centrale rol heeft gespeeld in het afketsen van de fusie. Maar afgelopen zondag verstijfde hij van woede toen werd gesuggereerd dat hij verraad zou hebben gepleegd tegenover president-commissaris Pehr Gyllenhammar van Volvo, die is opgestapt toen hij van de hoofddirectie te verstaan kreeg dat de fusie moest worden afgeblazen.“Absoluut niet!” roept Gyll uit. “Dat is volstrekte onzin. Ik heb hem ontmoet zoals wij hier nu zitten en hem precies gezegd waar ik stond. Is dat verraad?”

Gezeten in een kleine vergaderruimte op het Volvo-hoofdkantoor bij Gotenburg zegt Sören Gyll dat hij volgens het Zweedse ondernemingsrecht niet verplicht is de voorzitter van de raad van commissarissen van tevoren mee te delen dat hij van plan was de raad te adviseren het fusievoorstel in te trekken, maar dat hij dat de afgelopen week wel heeft gedaan. Hij zegt Gyllenhammar woensdag te hebben ontmoet, de dag voor de fatale bestuursvergadering, en hem te hebben gezegd dat hij (Gyll) tot de slotsom was gekomen dat de stemming onder de aandeelhouders en binnen de onderneming zich inmiddels tegen de fusie had gekeerd. Gyll zegt op geen enkele manier achter Gyllenhammars rug om te hebben gehandeld.

“Het zit me echt dwars, omdat dat niet mijn werkwijze is”, zegt hij. “Ik heb niemand verraden. Ik ben verbaasd en ook onthutst omdat ik geprobeerd heb alles zo goed mogelijk te doen. Dit was de zwaarste beslissing waarbij ik ooit betrokken ben geweest. Het is een ingrijpende beslissing, dat zeker, maar ik was bereid er de volle verantwoordelijkheid voor te nemen. En ik ben er nog altijd van overtuigd dat die beslissing juist is geweest. En bedenkt u wel dat de raad van commissarissen de beslissing heeft genomen. Ik heb die alleen aanbevolen. PG (Gyllenhammar) heeft zelf zijn besluit tot aftreden genomen.Ik wist toen ik naar de vergadering ging niet wat het resultaat zou zijn. Ze hadden me kunnen ontslaan; het had mijn laatste bestuursvergadering kunnen zijn. Dat heb ik ook tegen mijn vrouw gezegd toen ik erheen ging. Het had als een boemerang kunnen werken.”

Gyll zegt dat hij het vorig weekeinde tot het besef is gekomen dat de kans om de (in september aangekondigde) fusie erdoor te krijgen tijdens een bijzondere aandeelhoudersvergadering op 7 december vrijwel verkeken was. Intussen maakte hij zich zorgen over de groeiende onvrede binnen Volvo, waar constructeurs, kantoorpersoneel en een aantal topmanagers zich negatief uitlieten over het samengaan met Renault.

Daarom nodigde Gyll een aantal topmanagers van Volvo's auto- en vrachtwagendivisie vorige week dinsdagavond bij zich thuis in Gotenburg uit voor een bijeenkomst die de nekslag voor het fusieplan zou betekenen. “Ze kwamen dinsdagavond. Mijn enige vraag was: wat denken jullie over de situatie waarin we nu zitten. Na een uur of twee was het zonneklaar dat men algemeen van mening was dat de omstandigheden niet gunstig waren om een fusie te laten slagen - zowel gezien de externe reacties als gezien de interne situatie.”

Veel mensen op managersniveau twijfelden sterk. “Volgens mij was de conclusie dat je een fusie niet kunt laten slagen als je de mensen niet mee hebt. De volgende dag ondertekenden zo'n 25 managers een brief aan Gyll waarin ze hem vroegen tegen de raad van commissarissen te zeggen dat zij de fusie wilden afblazen en hem hun volle vertrouwen schonken als hij het bedrijf voortaan zou leiden.

Pag.18: Volvo-topman wil geen putschist zijn

Maar Gyll ontkent zowel met klem dat hij de initiatiefnemer van die brief is geweest als dat hij die aan de commissarissen zou hebben voorgelegd. “De brief aan mij is niet van belang. Ik heb nergens om gevraagd”, aldus Gyll. “Integendeel: toen Gyllenhammar woensdag terugkeerde van een bezoek aan de Verenigde Staten, hebben we met elkaar gesproken, waarbij ik zei dat ik de noodzakelijke voorwaarden voor een geslaagde fusie niet aanwezig achtte. Toen heb ik zelf een memo voor de vergadering van commissarissen geschreven. Daarin heb ik het niet over die brief gehad, ik heb die ook niet aan de vergadering voorgelegd.”

Ondanks zijn ergernis over het hem opgeplakte etiket van putschist is Gyll over het algemeen opmerkelijk ontspannen. Hij is gekleed in trui en corduroy broek, warm ingepakt tegen een verkoudheid, en lijkt opgelucht dat de spanning van de afgelopen weken achter de rug is. Temidden van alle onzekerheid en verbittering die de afgebroken fusie achterlaat, lijkt Gylls positie als de nieuwe topman bij de grootste en meest gekoesterde Zweedse industriële concern onbetwist.

Terwijl de institutionele aandeelhouders merendeels blij zijn met het opstappen van Gyllenhammar, die hen vaker tegen de haren instreek dan hun lief was, lijken ze alle vertrouwen te hebben in Sören Gyll. De ironie wil dat juist Gyllenhammar hem vorig jaar heeft weggehaald bij Procordia, de genees- en levensmiddelen-groep waar Gyll sinds acht jaar aan het hoofd stond.

Procordia, waarvan Volvo en de Zweedse staat vroeger elk voor de helft eigenaar waren, is in tweeën uiteengevallen. Volvo neemt alle levensmiddelen-operaties over via een houdstermaatschappij, BCP, en houdt een aanzienlijk belang in de andere helft, Pharmacia.

Volgens Gyllenhammars plannen was Gyll de geschikte man om de nieuw opgerichte Volvo-houdstermaatschappij te gaan leiden, die dus de facto een gediversifieerde industriële beleggingsmaatschappij zou worden. Intussen zou Gyllenhammar aan Volvo-kant de hoofdrol hebben gespeeld bij de 35 procents investering in een nieuwe onderneming Renault-Volvo.

Thans staat Gyll, een man zonder verdere ervaring in de auto-industrie, aan het hoofd van een Volvo dat zich wellicht weer gaat concentreren op zijn kernactiviteit: de fabricage van auto's. Hij moet tevens in het reine zien te komen met Renault, waar hij - in tegenstelling tot de Frans sprekende Gyllenhammar, die er enthousiasme wekte - uiteraard met enige argwaan wordt bezien.

Gyll, die erkent dat Volvo behoefte houdt aan een vaste partner in de auto-industrie, wil de nu drie jaar oude samenwerking met Renault voortzetten.Hij zegt president-directeur Louis Schweitzer van Renault vóór de vergadering van donderdag te hebben ingelicht over zijn besluit om te adviseren de fusie af te breken.

Zo'n besluit, heeft hij Schweitzer gezegd, zou te verkiezen zijn boven zowel een algehele verwerping door de aandeelhouders als een krappe meerderheid vóór, die juridisch zou worden aangevochten. De twee bestuurders overleggen deze week over de toekomst van hun samenwerking. “Ik moet hun onze exuses aanbieden omdat we onze beloften niet zijn nagekomen en dat spijt me oprecht. Want als je je beloften niet kunt waarmaken, is dat niet goed voor de toekomst.”

Gyll erkent dat beide partijen tijd nodig zullen hebben om “af te koelen” alvorens te besluiten hoe men verder zal gaan. Maar hij maakte zondag duidelijk dat Volvo de samen met Renault genomen initiatieven, zoals een gezamenlijke inkoop en gezamenlijke kwaliteitsbewaking, graag wil voortzetten.

“We zijn nu terug in de situatie waarin we moeten overwegen of we de alliantie in de toekomst tot stand kunnen brengen. Ik bedoel, we zouden als we dat willen een gezamenlijke structuur kunnen opzetten - bij voorbeeld een 50-50 joint venture. Het gaat erom of Renault nog vertrouwen in Volvo heeft, want we weten dat we onze belofte hebben gebroken.”

Wat Volvo zelf betreft, geeft Gyll toe dat het “kan zijn” dat de jarenlang door Gyllenhammar gevoerde diversificatiestrategie zal worden gewijzigd ten gunste van meer nadruk op de fabricage van voertuigen - wat door de meeste Zweden zou worden toegejuicht.

Maar het is nog te vroeg, zegt hij met klem, om te voorspellen hoe de onderneming eruit komt te zien - behalve de zekerheid dat “er een leven zal zijn na deze gebeurtenissen.” Hij verwerpt het afscheidsoordeel van Gyllenhammar dat Volvo nu een “aangeschoten onderneming” zou zijn omdat het de toekomst in moet zonder centrale strategie en zonder de man die 'Mister Volvo' was.

“Natuurlijk vind ik het spijtig dat Pehr heeft besloten te vertrekken. Hij was de reden waarom ik bij Volvo ben gekomen. Anderzijds kan een organisatie niet rond één man worden opgebouwd. Ik ben ervan overtuigd dat we de benodigde middelen en mensen hebben. Maar u moet ons even de tijd geven om ons bij elkaar aan te passen.”

© Copyright Financial Times