Terreur verlamt economie in Turkse regio

ANKARA, 7 DEC. Een van de manieren om het groeiende Koerdische separatisme in Zuidoost-Turkije tot staan brengen, zo verkondigde de eerder dit jaar overleden president Turgut Özal, is om de sterk achtergebleven regio economisch te ontwikkelen. Premier Tansu Çiller nam deze gedachte na haar aantreden in juni met veel enthousiasme over en gestoken in de bergschoenen van haar zoon bezocht ze ondermeer de provincie Hakkari, het arme grensgebied met Iran en Irak, om de Koerdische bevolking ervan te verzekeren dat ze op korte termijn ten minste 300 miljoen dollar extra wilde investeren in het Zuidoosten.

Maar veel verder dan de politieke tekentafel zijn deze plannen nooit gekomen. Al in oktober moest mevrouw Çiller toegeven dat met uitzondering van het Groot-Antolië-Project (GAP), waardoor aan de hand van de aanleg van een serie stuwmeren, tunnels en dammen het gebied van de Eufraat en de Tigris na het jaar 2000 wordt voorzien van irrigatie en elektriciteit, de Turkse staat zelfs de lopende investeringen (als wegen, openbare gebouwen) in deze regio heeft stopgezet. Onder druk van de steeds machtiger wordende Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die een belangrijk deel van het overheidsgeld via illegale praktijken als afpersing opstrijkt, zag de Turkse premier zich gedwongen haar beleid 180 graden bij te stellen: eerst moet de Koerdische terreur worden bestreden en pas dan kan de regio economisch tot welvaart worden gebracht, zo meent Çiller nu.

In ondernemerskringen is scherpe kritiek geuit op deze ommezwaai. Yalim Erez, hoofd van de overkoepelende organisatie van Kamers van Koophandel in Turkije, zegt dat er nog steeds alle reden is om de economie in Zuidoost-Turkije extra te stimuleren. “De regio heeft dringend werkgelegenheid nodig om zo ten minste te verhinderen dat jongeren zich uit economische wanhoop bij de PKK aansluiten.”

De 22 provincies in Oost- en Zuidoost-Turkije die zo langzamerhand worden geteisterd door de Koerdische terreur, omvatten in totaal een kleine 20 procent van de totale Turkse bevolking. Deze bracht vorig jaar 7,5 procent van het nationale inkomen op. De schatting is dat de regio grofweg 10 tot 15 procent van de Turkse afzetmarkt voor zijn rekening neemt. Maar door de groeiende onveiligheid als gevolg van de guerrilla-oorlog tussen de PKK en de Turkse veiligheidstroepen geeft de lokale bevolking steeds minder uit. Meer en meer lokale vertegenwoordigers van toonaangevende Turkse holdings als Vestel en Arçelik sluiten dan ook noodgedwongen hun deuren en vestigen zich in Istanbul. “Mensen die voor hun leven vrezen schaffen over het algemeen geen nieuwe televisie of koelkast aan”, aldus Yusuf Ataç, directeur van Atilim Pazarlama, de verkooporganisatie van Arçelik. Vestel schat dat zeker al 200 van zijn verkooppunten in Zuidoost-Turkije zijn verdwenen, terwijl ook Philips bevestigt dat nogal wat filiaalhouders de Koerdische regio verlaten. Volgens Necdat Sunay, voorzitter van de vereniging van ondernemers in huishoudelijke apparaten en consumentenelektronica, is de afzetmarkt voor deze artikelen in Zuidoost-Turkije inmiddels met twintig procent ingekrompen. Sait Sengün, voorzitter van de Kamer van Koophandel in Batman, een van de grotere steden in de Koerdische regio, spreekt van harde tijden. “De verkoop daalt, waardoor de mensen met geld de regio verlaten om ergens anders te investeren of zij zetten hun plannen in de ijskast.” Mehmet Aslan van de Kamer van Koophandel in Gaziantep, dat aan de Koerdische regio grenst, schat dat als gevolg van de terreur de handel zeker met 40 procent is gedaald.“Bovendien zijn de veelal in het westen van Turkije gevestigde fabrieken ook zelf steeds minder bereid om hun goederen in het oosten en zuidoosten af te zetten.

Dat de economie in de Koerdische regio in een diep dal zit, valt volgens Tevfik Nalbant, voorzitter van de Kamer van Koophandel in Siirt, ook op te maken uit het aantal sluitingen van bankfilialen. Yapi Kredi Bankasi en Türk Ticaret Bankasi zouden al hebben besloten hun vestingen in Siirt op te heffen, terwijl Akbank overweegt hetzelfde te doen. Yapi Kredi Bankasi zegt in de afgelopen maanden in de Koerdische regio al 30 bijkantoren te hebben gesloten. Bankkredieten worden nauwelijks nog verstrekt aan particulieren als er geen onroerend goed in de meer westerse delen van Turkije tegenover staan. Ook de landbouwkredieten zijn volgens een overzicht van het Staats Plan Bureau gedaald, met name in de provincies die het sterkst worden getroffen door de Koerdische terreur: Diyarbakir en Mardin.

In deze provincies maakt ook de verzekeringssector zware tijden door. Oost- en Zuidoost-Turkije zijn door de verzekeringsmaatschappijen inmiddels tot oorlogsgebied verklaard, wat de verzekeringspremies enorm heeft opgedreven. Slechts de prijzen van brandverzekeringen zijn normaal gebleven, maar daarvoor bestaat bij de lokale bevolking nauwelijks belangstelling. Bovendien heeft de Koerdische terreur de toeristensector in heel Turkije verliezen toegebracht. Bahattin Yücel, oud-voorzitter van de Turkse organisatie van reisondernemingen (Türsab) en momenteel parlementariër voor de oppositionele Moederlandpartij, zegt dat het aantal toeristen dat Turkije tussen augustus 1992 en augustus van dit jaar bezocht met 8,3 procent is gedaald in vergelijking tot de periode daarvoor. “Deze neerwaartse trend werd vooral veroorzaakt door de bomaanslagen van de PKK deze zomer op toeristenoorden aan de Zuid- en Westkust. De hotelprijzen zakten als gevolg daarvan onmiddellijk.”

Yücel gelooft dat Turkije dit jaar 1,5 miljard dollar minder aan inkomsten uit de toeristenindustrie ontvangt als gevolg van het toenemende separatisme van de PKK. Een deel van die schade werd in Zuidoost-Turkije geleden. Buitenlanders mogen de Koerdische regio nog slechts met toestemming van de PKK bezoeken. Wie zich niet aan deze bepaling houdt loopt de kans te worden gegijzeld, zo hebben inmiddels meer dan twintig buitenlanders ervaren. Yücel vreest dat ook de reserveringen voor volgend jaar onder de maat zullen blijven als de PKK-terreur de dagelijkse agenda in Turkije blijft bepalen.

Financiële experts wijzen er verder op dat het aandeel van de PKK in de 'zwarte economie', die landelijk op 40 procent van de legale economie wordt geschat, maar in Oost- en Zuidoost-Turkije stukken hoger zou liggen, zo langzamerhand alarmerende vormen aanneemt. Enkele voorbeelden:

- Van de 625 miljoen dollar die de Turkse overheid vorig jaar uitgaf aan lonen, wapens, munitie en etenswaren voor de 44.372 dorpswachters, is een belangrijk deel via afpersing naar de Koerdische separatisten gegaan.

- Naar schatting 250.000 mensen in Zuidoost-Turkije leven van de smokkel van diesel uit Irak. Een behoorlijk deel van de opbrengst daarvan vloeit in de kas van de PKK.

- Van de aanbestedingen van de overheid voor bijvoorbeeld de aanleg van wegen en irrigatiesystemen in de Koerdische regio worden forse commissies afgedragen aan de PKK, omdat het de aannemers anders onmogelijk wordt gemaakt de projecten uit te voeren.

- Ook van de handel in onroerend goed in met name Zuidoost-Turkije eist de PKK commissies op. Er wordt beweerd dat deze branche vrijwel volledig door de Koerdische separatistische organisatie wordt gecontroleerd. Zo zouden de mensen die de regio willen verlaten om zich in andere delen van Turkije te vestigen, daarvoor toestemming moeten vragen aan de PKK. Doen ze dat niet dan worden hun bezittingen geconfisqueerd.

In verschillende plattelandsgebieden worden betalingen voor water en elektriciteit niet aan de staat maar aan de PKK afgedragen, evenals een deel van de belastingen. Bovendien brengt de terreur - afgezien van de verhoogde militaire aanwezigheid in Oost- en Zuidoost-Turkije - extra overheidsuitgaven met zich mee. In 1991 en 1992 werden in Oost- en Zuidoost-Turkije 7195 politielogementen, 55 gevangenissen, 353 militaire politieposten en 697 logementen voor de militaire politie extra gebouwd, waarvoor alleen al in 1992 3,75 miljard dollar moest worden uitgetrokken.

Premier Çiller heeft voorstellen bij het parlement ingediend om het belastingstelsel te hervormen, maar in de praktijk komt het er op neer dat ze extra inkomsten nodig heeft om de bestrijding van de Koerdische terreur te kunnen blijven bekostigen. “De begroting voor 1993 gaat uit van een tekort van 3,9 miljard dollar, maar de realiteit is dat dit bedrag de eerste zeven maanden van dit jaar al bijeen moest worden geleend”, zegt Dogu Ergil, een politicoloog die zich toelegt op de ontwikkelingen in het Koerdische Oosten en Zuidoosten. Hij schat dat Turkije tot het eind van dit jaar nog eens 8,1 miljard dollar tot 9,6 miljard dollar extra nodig heeft om de begroting rond te krijgen.