Onur voert prijsoorlog met vluchten op Istanbul

Voor 300 gulden heen en terug naar Istanbul vliegen. Dat kan bij Onur Air, een Brits-Turkse maatschappij die deze markt probeert te veroveren. Steeds meer 'Turkish workers' en Nederlandse toeristen gaan voor bodemprijzen retour.

Wegens de langdurige oorlog in Joegoslavië en doordat vrijwel alle wegen naar Turkije, ook die via Roemenië, waren afgesloten, hadden Turkish Airways, Istanbul Airlines en Sultan Airlines tot voor kort flinke klandizie van veel Turkse verlofgangers. Sinds eind juni de nieuwe Brits/Turkse maatschappij Onur Air op de markt verscheen, zijn die goede tijden voorbij. Onur Air biedt op de route Amsterdam-Istanbul retourtickets aan voor de bodemprijs van 299 gulden - honderden guldens goedkoper dan de gebruikelijke tarieven. Zo rekent Turkish Airways voor zogenaamde 'Turkish workers' een tarief van 838 gulden en voor gewone reizigers kost het goedkoopste retourticket daar 975 gulden. Het gevolg van de stuntaanbiedingen is dat de vluchten van Onur Air drie dagen in de week welgevuld tot afgeladen zijn, niet alleen met Turkse arbeiders, hun gezinsleden, moslimgeestelijken en massa's in koffers en dozen verpakte bagage, maar ook met Nederlandse toeristen.

Op het raam van het Nederlandse bijkantoortje van Onur Air, gevestigd boven een postzegelhandel aan de Amsterdamse Nieuwezijds Voorburgwal, schreeuwen grote rode letters: 'Istanbul 368,- incl. 2 nights'. Binnen is te horen dat Onur Air voor dat geld (bij boeking voor twee personen) een retourticket en een kamer met ontbijt in een twee-sterrenhotel biedt en daar doen ze nog een gratis stadsrondrit van een halve dag en gratis transfers tussen vliegveld en hotel bij. Ter vergelijking: A-Reizen biedt in samenwerking met Istanbul Airlines een vierdaagse tripje naar Istanbul aan in een twee-sterrenhotel voor 655 gulden; Onur voor 398 gulden.

Addertjes onder het gras zijn er niet, behalve de in de reisbranche gebruikelijke kleine lettertjes, zoals een toeslag van enkele tientjes voor luchtvaarttax, een toeslag voor vrijdagvluchten en een toeslag van 150 gulden per persoon in de periode van 14 december tot 7 januari.

De 31-jarige manager van de Amsterdamse Onur-Airvestiging, Mustafa Çamiri, zetelt in bruine pullover aan een bureautje met daarop een buitengemeen groot model van de glanzende Airbus A 320 waarmee zijn maatschappij de vluchten uitvoert. De maatschappij heeft er nu vier van vliegen en chartert in het hoogseizoen eenzelfde Airbus met Duitse bemanning bij Lufthansa.

In gebroken Engels verklaart Çamiri de naam van de maatschappij: “Onur betekent zoveel als lucht, dus heten wij eigenlijk Air Air.” Naar eigen zeggen kent hij slechts twee Nederlandse woorden, 'goedkoop' en 'onmogelijk' en die bezigt hij de hele tijd: “Als de mensen ons prachtige materieel zien, onze service hebben ervaren en naar de prijs van hun ticket kijken dan reageren ze steevast met te zeggen 'zó goedkoop, onmogelijk'.” Onmogelijk is inderdaad de eerste reactie van zowel Turken als Nederlanders.

Necdet Sonmez, de manager van het Turks Nationaal Verkeersbureau, wil ook na lang aandringen niet meer loslaten dan dat de mensen achter Onur Air 'very brave and good persons' zijn, maar tegen de door Onur Air gehanteerde prijzen is niet te concurreren en dat maakt hem “a little bit afraid”. Nog behoedzamer is de bureaumanager van Turkish Airways die niet eens haar naam wil spellen en niet meer kwijt wil dan: “Ik mag u geen enkele informatie geven, maar ik kan u wel zeggen dat wij lid van de IATA zijn en Onur Air niet.”

Bij Sultan Air huldigt men zelfs het totale stilzwijgen. Alleen Berk Gulden, bureaumanager van Istanbul Airlines is wat spraakzamer en daar heeft hij een bijzondere reden voor, want Mustafa Çamiri, de man die Onur Air in Nederland van de grond tilde, was eerder jaren in dienst bij Istanbul Airlines en gebruikt zijn kennis nu om de nieuwe maatschappij groot te maken. Ook Gulden aarzelt wat hij zal zeggen: “Het feit dat ze onder de Turkse vlag vliegen is natuurlijk een goede zaak voor ons land, maar hun prijzen zijn terrible. Wij zijn gehouden aan IATA-tarieven, dus is het onmogelijk om zwaar in prijs te gaan concurreren.” Transavia en Martinair, in het zomerseizoen heen en weer vliegend op de route naar Turkije, kijken met hetzelfde argument laconiek tegen de nieuwkomer aan. Namens Transavia zegt Toon Moeskops: “Ons jagen ze geen schrik aan.” En Udo Buys verklaart namens Martinair: “Wij worden er niet benauwd van.”

Mustafa Çamiri van Onur Air kan daar alleen maar om glimlachen: “Wij zullen laten zien waartoe wij in staat zijn en dat is nog veel meer dan wij al doen. Zo onderhouden we nu al verbindingen met Istanbul en de binnenlanden van Turkije vanuit Londen, Amsterdam, Düsseldorf en verschillende andere plaatsen waar veel Turken wonen. Wij zijn echter bezig actief te worden op de hele Europese markt.”

Çamiri is kortaf wanneer hem gevraagd wordt naar de achtergronden van de oprichters/ eigenaren van Onur Air. Enkele in Londen gevestigde Turken en Cyprioten zijn naar zijn zeggen zijn bazen. Nadere informatie leert dat de 'chairman' een tot Brit genaturaliseerde Turk is, Tonguz Kazim (1949), die tijdens zijn Londense studie Finance vanaf 1968 een eigen keten van fast-food-restaurants opbouwde. In 1987 begon hij daarnaast een reisbureau onder de naam T.K. Air Travel (naar zijn eigen initialen), nog steeds gevestigd in Londen en met filialen in Istanbul, Izmir en Nicosia op Cyprus. In een nog later stadium ontpopte Kazim zich als luchtvaartondernemer, aanvankelijk met gecharterd materieel en sinds april 1992 onder de naam Onur Air met twee eigen nieuwe toestellen van het type Airbus A 320 voor 150 passagiers. De voornaamste compagnon van Kazim is Ysuf Taragano (1951), een afgestudeerd mijnbouwkundig ingenieur en luchtvaartenthousiast, die eerder carrière maakte bij de Berec Battery Factory om daarna een eigen zaak te beginnen, Saftas A.S., groot in poetsdoeken en schoonmaakapparatuur.

Als redenen die zij hadden om met Onur Air te beginnen noemt Çamiri de forse investeringen van de Turkse regering in de toeristenindustrie, het aanbod van Turkse verlofgangers, het feit dat Turkse luchtvaartmaatschappijen maar 35 procent van de Turkse luchttransportmarkt in handen hadden en dat de bestaande Turkse maatschappijen geen optimale prestaties leverden ('inadequacy of services'). Onur Air legt de nadruk op service, zegt Çamiri. “We doen niet moeilijk over de hoeveelheid bagage. Bij andere maatschappijen is 20 kilo en nog wat handbagage gebruikelijk, onze passagiers mogen in ieder geval 30 kilo gratis meenemen en als er ruimte is nog wat gratis extra handbagage. Dat is aantrekkelijk voor zowel Turkse verlofgangers als Nederlandse toeristen, want Turken nemen graag spullen mee uit Nederland, en goedkope schoenen en kleding mee terug uit Turkije. Ook veel toeristen komen door de lage prijzen in ons land afgeladen terug.”

Beweringen van de concurrentie als zou Onur Air tegen of zelfs beneden de kostprijs vliegen verwijst hij naar het land der fabelen: “Wij maken al winst dankzij de aantallen passagiers die wij vervoeren. Laat men het geloven of niet.” Als het geheim van het succes van Onur Air ziet Çamiri dat de toestellen van de maatschappij, uitgezonderd tijdens onderhoudsuren, de hele week door op allerlei bestemmingen in bedrijf zijn voor “very good prices”. En voor de rest meent hij: “Als de mensen ons eenmaal een beetje kennen en hebben leren waarderen, gaan we niet meer tot de bodem en zullen we de prijzen gaandeweg verhogen, meer tot het niveau van de middenmoot.”