Kroonprins Brinkman in het offensief

IJSSELSTEIN, 7 DEC. Brinkman wilde zich niet laten kennen, gisteren voor zijn achterban in IJsselstein. “Het was een week van storm, dan ga je ook harder trappen”, zei hij in een zaal, versierd met CDA-vlaggen en gevuld met zo'n zeventig volgelingen. De toespraak van de CDA-fractieleider was strijdbaar en zijn toon was fel, soms zelfs wat bitsig. “Voor een welvaartsstaat moet je vechten. Die erf je niet, die moet je elke dag verdienen.”

Brinkman is in het offensief gegaan nadat hij de afgelopen weken werd belaagd met veronderstellingen als zou er een kloof gapen tussen CDA-koning Lubbers en diens kroonprins. De fractieleider sprak dit heftig tegen en gaf de schuld aan de media die alles “uitvergroten”. Gisteren hield hij zijn gehoor voor dat er geen kloof is tussen hem en de premier, maar dat hij als kandadaat lijsttrekker van het CDA een harde boodschap voor de kiezer in petto heeft. Nederland kan volgens hem niet ontkomen aan harde keuzes om het systeem van sociale zekerheid te behouden. “Veel signalen staan op rood. We moeten de mensen voorbereiden op harde beslissingen.”

De toonzetting van Brinkman - die een bezoek bracht aan de Kamerkring Utrecht - stond in schril contrast met de twee CDA-politici die in het 'voorprogramma' optraden. De Utrechtse Europarlementariër K. Peijs hield een referaat over de opkomst van de landen in Zuidoost-Azië, de CDA-wethouder van IJsselstein somde, monotoon, een groot aantal lokale wensen en verlangens op. Maar het was Brinkman die 'macro' en 'micro' verbond in een toespraak die soms iets van een donderpreek had. “De wereld is groter, ruwer geworden. Maar als het koud en kil wordt, moeten we ons afvragen óf die goede dingen die we zo mooi hebben gemaakt wel overeind kunnen houden”.

De zaal onderging de rede van de fractieleider die zonder kwinkslagen of anekdotes de gevaren voor Nederland schilderde en de koers die het CDA voor ogen staat. “We moeten ons indringend afvragen hoe we dit stelsel in stand houden. Maar zijn we in staat om precies vast te stellen wie behoefte heeft aan welke voorziening.”

Daarmee was Brinkman, de ongedurige hervormer van het sociale stelsel, weer op zijn vertrouwde lijn. De WAO, de bijstand, de WW - voor Brinkman blijft alleen de AOW buiten schot, tot gerustelling van de ouderen onder het gehoor. “Het is toch geen ideale situatie dat 918.000 mensen arbeidsongeschikt zijn. Er is toch niemand bij gebaat dat duizenden mensen in een uitkering zitten. Vroeger ging het anonieme WAO-systeem er mee aan de haal. Ja, aan de haal: 918.000 mensen in de WAO! Willen we het systeem behouden dan moet er meer werk komen. Maar dan kun je toch niet zeggen: Ze komen weer aan onze uitkering.” Ook aanpassingen in de WW zijn nodig. “Wij lopen daar niet voor weg. We doen dat samen in de coalitie, en we willen dat ook zo houden.”

Een CDA-lid stelt hem de vraag of het wel zo verstandig is voortdurend het sociale systeem ter discussie te stellen. “Hoe behoud je het sociale gezicht. Hoe houd je de C overeind?” Brinkman: “Het aantal mensen in de WAO en WW stijgt. Moeten we dan rustig afwachten? Als je een draagvlak voor de sociale zekerheid wilt houden moet je keuzes maken, anders krijg je de kous op de kop. We zijn toch niet goed bezig als we met stopverf in de oren rondlopen. We leven in een land waar de verhouding actieven en inactieven uit balans is. Daarom bekijken we de veranderingen van het kabinet van de bijstand en de WW vanuit een positieve grondhouding. Gebruik de WAO en de WW voor de mensen die het nodig hebben!”