KINDERRECHT

Kinderrechter De Groot, geciteerd door F.G. Kuitenbrouwer in NRC Handelsblad van 27 november, heeft aan de verkeerde voorlichting bijgedragen door te spreken over een levenslange gevangenisstraf die de kinderen in de zaak-Bulger boven het hoofd hangt en die hij 'volkomen onmenselijk' noemde.

De letterlijke vertaling van het vonnis luidt: Jullie zullen voor zeer vele jaren in verzekerde bewaring worden gesteld totdat de Home Secretary ervan overtuigd is dat julie volwassen zijn geworden, geschikt om in de maatschappij te functioneren en geen gevaar meer vormen voor anderen.

Het enige wat de rechter vastgelegd heeft is de vrijheidsbeperking, waarbij hij de lengte van de straf en de inrichtingen waar de jongens heropgevoed zullen worden in het midden heeft gelaten. Of de straf wordt voortgezet na hun 21ste jaar (de leeftijd waarop zij in een gewone gevangenis zouden kunnen belanden) zal afhangen van hun ontwikkeling en de beslissing tot vrijlating zal afhankelijk zijn van de adviezen die de minister van binnenlandse zaken daarover ontvangt.

De mate waarin kinderen tenvolle verantwoordelijk gesteld worden voor hun daden kan niet goed verbonden worden aan een arbitraire leeftijdsgrens. Veeleer moet gekeken worden naar hun geestelijke ontwikkeling. Uit de verhoren van de jongens blijkt hun raffinement en hun volledig besef dat zij met iets bezig waren dat tot iedere prijs geheim moest worden gehouden. Het meest krasse staaltje van hun onbegrijpelijke doortraptheid is misschien wel het feit dat zij de ontvoering van een peuter korte tijd tevoren 'gerepeteerd' hebben met het jongere broertje van Thompson.

Het oordeel dat de berechting in Nederland tot een heel ander resultaat geleid zou hebben, schijnt onvoldoende gefundeerd. De straf die de rechter heeft opgelegd lijkt in alle opzichten op de Nederlandse jeugd-TBS met dit verschil dat deze hier op het 21ste jaar wordt beëindigd. In Engeland bestaat deze grens niet. Het wetsontwerp jeugdstrafwet dat al door de Tweede Kamer is aangenomen opent echter de mogelijkheid van verlenging, indien de betrokkene nog steeds een gevaar voor de samenleving zou betekenen. Men zou dus kunnen zeggen dat de Nederlandse wetgeving in deze het Engelse voorbeeld volgt.