Kinderopvang is onbetaalbaar voor tweeverdieners

Het beleid van de rijksoverheid voor meer en betere kinderopvang - vandaag in de Tweede Kamer - is inmiddels een ontmoedigingsbeleid geworden. Het gevaar bestaat dat vrouwen terechtkomen in een zwartwerk-circuit zonder arbeidsvoorwaarden.

De vastgestelde tarieven voor kinderopvang in de gesubsidieerde kinderdagverblijven, zullen per 1 januari 1994 fors worden verhoogd. Voor de opvang van een eerste kind worden inkomensafhankelijke vergoedingen verlangd tussen 90 gulden en 995 gulden per maand voor volledige opvang. Het minimumbedrag geldt bij een inkomen van 1600 gulden of minder. De maximale bijdrage wordt berekend bij een inkomen van 4900 gulden en hoger. Dat betekent dus dat bij een inkomen dat drie maal zo hoog is als het minimum, elf maal zoveel bijdrage wordt gevraagd voor dezelfde kinderopvang. De progressie staat in geen enkele verhouding meer tot de inkomensverschillen.

Door de hogere inkomens zwaar te belasten in gesubsidieerde kinderopvang worden twee effecten gecreëerd: kinderopvang zal het imago van luxe-artikel nooit kwijt raken en het zwartwerk-circuit wordt kunstmatig uitgebreid. Doordat kinderopvang (nog) wordt geassocieerd met moederschap, lijden vooral vrouwen met een buitenshuis werkende partner onder het luxe-imago van de Nederlandse kinderopvang.

Bij een luxe-artikel wordt de afweging gemaakt of er evenwicht bestaat tussen de kosten en het voordeel van 'het bezit'. In dit geval moeten de kosten voor kinderopvang in evenwicht zijn met het voordeel van het kunnen uitoefenen van andere bezigheden.

In de dagelijkse praktijk reiken carrièreladders van vrouwen nog steeds niet erg ver en het gemiddelde netto-inkomen van een circa dertigjarige vrouw met een volledige werkweek zal ergens tussen de 1500 en 2000 gulden liggen. Hierbij ga ik uit van een werkende echtgenoot die, als hij een modaal inkomen heeft, gemiddeld circa de 2800 gulden per maand zal verdienen. In het optimale geval bedraagt het gezinsinkomen maandelijks dus 4800 gulden. Is het toevallig dat bij dit inkomen het maximale tarief mag worden berekend?

De afweging van een van de ouders (meestal de moeder) om een inkomen te verwerven, wordt zo verlegd van 'economisch zelfstandig' naar 'betaling kinderopvang'. Bij gemiddelde inkomsten is het tweede inkomen nauwelijks vrij besteedbaar, omdat het op gaat aan kinderopvang. Het zal duidelijk zijn dat de weegschaal snel doorslaat naar het gemak van één buitenshuis en één binnenshuis werkende ouder.

In die zin zijn twee werkende ouders dus verworden tot een luxe; het economisch gewin staat niet in verhouding tot de inspanningen die ervoor geleverd moeten worden. Diegene die denkt dat het optische verschil van vijfhonderd tot duizend gulden voldoende stimulans biedt om toch dagelijks tussen kind en werk te blijven hollen, moet ik teleurstellen. Dat extraatje is nodig om ook alle andere progressieve tarieven (als belastingen) te kunnen betalen. Alleen als het gezinsinkomen ver beneden of ver boven modaal ligt, is het aantrekkelijk naar een gesubsidieerd kinderdagverblijf om te zien.

Kinderen zijn de bloei der natie. De noodzaak hiervan onderkennend, heeft de rijksoverheid een extra mogelijkheid geschapen: de bedrijfsplaatsen. Elk bedrijf dat het belang in ziet van dóórwerkende moeders, kan voor 16.600 gulden in 1994 een kindplaats 'kopen' in een gesubsidieerd kinderdagverblijf. In dat geval heeft een bedrijf maandelijks bijna 1400 gulden extra onkosten per jonge moeder. (Legio bedrijven kennen deze faciliteit voor vaders niet.) De kosten voor de kindplaats en het netto-inkomen van de moeder zullen elkaar hooguit enkele honderden guldens ontlopen. Anders gezegd: het bedrijf ziet de kostenpost voor die ene werkneemster met eenderde tot de helft toenemen. Terugvorderen op betrokkene is op papier een handig middel. Maar over de administratiekosten wordt nergens gerept. Is het vreemd dat bedrijven niet aan bedrijfsplaatsen willen?

Op zichzelf zou de bedrijfsplaatsen-regeling bruikbaar zijn, ware het niet dat de rijksoverheid aan gesubsidieerde kinderdagverblijven allerlei voorwaarden stelt. Bijvoorbeeld dat de bedrijfsplaatsen meer dan de helft van de capaciteit van het dagverblijf moeten vullen. Door deze regeling is op een aantal kinderdagverblijven de situatie ontstaan dat de bedrijfsplaatsen niet ingevuld zijn, maar de wachtlijst voor 'particuliere' kinderen enkele jaren bedraagt.

Kinderen kunnen alleen op korte termijn geplaatst worden als de werkgever een kindplaats koopt. De werkgever ziet dat niet zitten: in het calvinistische Nederland met zijn ranzige discussie over de kwalijke gevolgen voor kinderen in een kinderdagverblijf, zijn moeders emotioneel kwetsbaar als ze zouden proberen een kindplaats af te dwingen van hun werkgever.

Deze kunstmatig opgeworpen drempels, hebben een ontmoedigend effect op de professionele kinderopvang en dus op de deelname van vrouwen aan het arbeidsproces. Ik noemde eerder als tweede effect het circuit 'zwartwerk': de voordelen van thuis-opvang door iemand die niet officieel aan een arbeidsproces deelneemt.

De inkomens van tweeverdieners met twee kinderen hoeven niet verder te stijgen dan een modaal niveau om voordeliger uit te zijn met kinderopvang aan huis. Voorwaarde is natuurlijk wel dat de belasting geen graantje meepikt van deze diensten, dus belanden deze activiteiten gauw in het zwartwerk. Een kwalijke ontwikkeling, maar gezien de voor een plaatsje in het kinderdagverblijf, niet onlogisch.

De cirkel is rond: vrouwen kunnen/willen niet meer deelnemen aan het arbeidsproces omdat ze kinderen hebben. Het verwerven van betaalde arbeid op de reguliere arbeidsmarkt is voor tien tot vijftien jaar vrijwel nihil. Ingeschreven worden als werkzoekend (dus werkloos) is door regelgeving effectief onmogelijk. Bijklussen in de vorm van de opvang/verzorging van méér dan alleen de eigen kinderen is een leuke bijverdienste: je houdt er uiteindelijk meer 'aan over' dan met een officiële baan en gesubsidieerde kinderopvang.

Vrouwen raken daarmee op weer een nieuw terrein vogelvrij. In de werkloosheidsstatistieken komen ze niet voor. Officiële arbeidsplaatsen bezetten ze niet. Bedrijven hoeven geen kindplaats-investeringen te doen. Het nieuwe zwart-werk-circuit wordt een moeders-circuit zonder arbeidsvoorwaarden.

Stimuleringsmaatregelen bevatten minder voorwaarden en gaan uit van een basisvoorziening die, ontdaan van haar luxe-imago, bereikbaar moet zijn voor wie kind en werk wil combineren.