'Italië nu mank aan rechterbeen'

Italiaans links heeft zich echt vernieuwd, maar van de neofascisten kun je dat nauwelijks zeggen, vindt PIETRO SCOPPOLA, de historicus die als de representant van de progressieve katholieken geldt.

ROME, 7 DEC. De Italiaanse politiek dreigt van de ene afwijking in de andere te vallen. Jarenlang is links voor een groot deel buiten de macht gebleven, veroordeeld tot eeuwige oppositie. Maar nu de scherpe communistische kantjes eraf zijn en links 'gouvernabel' wordt, ontbreekt een vergelijkbare rechtse partij.

“De Italiaanse democratie heeft steeds alleen maar op het rechterbeen gelopen, en nu begint het linkerbeen te werken en raakt het rechterbeen verstijfd”, zegt de Romeinse historicus Pietro Scoppola. “Ik maak mij zorgen om de afwezigheid van serieus rechts, want je hebt allebei nodig. Democratie loopt op twee benen, een rechterbeen en een linkerbeen. Op één been kan niet, dan word je kreupel.”

Scoppola, auteur van een veelgeprezen boek over de naoorlogse geschiedenis van Italië, is een sleutelfiguur in de pogingen om gematigde linkse allianties op te zetten. Daarin vertegenwoordigt de hoogleraar de progressieve katholieken. Hij was een medestander van de voormalige christen-democraat Mario Segni, totdat deze voor centrum-rechts koos in plaats van centrum-links. Ondanks zijn keuze voor links vertelt Scoppola tussen de boeken en schilderijen van zijn comfortabele appartement in Prati, de wijk van de gegoede middenstand, dat hij zich zorgen maakt over het ontbreken van serieus rechts.

Nu zij ongeveer 45 procent hebben behaald in de burgemeestersverkiezingen in Rome en Napels, proberen de neofascisten zichzelf dit etiket op te plakken. Bedrog, zegt Scoppola. “Zeker, het fascisme is voorbij en Fini, de secretaris van de Italiaanse Sociale Beweging (MSI), zegt dat het geen zin meer heeft om vijftig jaar na dato onderscheid te maken tussen fascisten en antifascisten. Maar ik ben ervan overtuigd dat er in deze beweging nog veel over is van de fascistische mentaliteit en cultuur. Wat blijft, is het gebrek aan tolerantie, het niet openstaan voor de meningen van anderen. In dit opzicht blijft de Sociale Beweging gebonden aan het fascisme en moet zij bestreden worden door wie in de waarden van de democratie gelooft.”

Scoppola wijst er daarbij op dat de MSI vooral wortelt in de Republiek van Salò, het fascistische regime in Noord-Italië tussen 1943 en 1945, waarin Benito Mussolini een marionet van de Duitse nazi's was. “Het fascisme van voor de oorlog in Italië heeft zeker een antiliberale connotatie gehad, autoritair, dictatoriaal, maar gematigd vergeleken met het nazisme. Je kan het Italiaanse fascisme en het Duitse nazisme niet over één kam scheren. Het laatste fascisme, onder de Duitse vleugels, is het slechtste. En de Sociale Beweging is geboren als herinnering aan dit stukje verleden.”

Op een persconferentie wees Fini er gisteren op dat de MSI, als je alleen naar de resultaten van de 75 provinciehoofdsteden kijkt waar twee weken geleden is gestemd voor de gemeenteraden, de grootste partij van het land is geworden, net iets vóór de PDS, de ex-communistische Democratische Partij van Links. Maar Fini's claim dat de fascisten zich hebben vernieuwd en in een nieuwe fase zijn terechtgekomen, zoals de PDS nu post-communistisch is, is volgens Scoppola niet geloofwaardig. “De PDS heeft een heel stuk afgelegd en heeft zijn vernieuwing betaald met een afsplitsing, Communistische Heroprichting. In de Sociale Beweging is niet iets vergelijkbaars gebeurd. Ook nu nog zijn er mensen die op de manifestaties het zwarte hemd aantrekken. Alleen als de Sociale Beweging de prijs heeft betaald van een afscheiding kan zij geloofwaardig worden.”

Maar volgens Scoppola zouden de neofascisten dan geen referentiepunten meer hebben. “Welke ideeën kunnen zij gebruiken? De communistische traditie is weliswaar failliet, als project, maar de fundamentele intuïtie van de solidariteit blijft. De problemen waaruit het communisme is geboren, zijn nog steeds onopgelost. Maar wat moeten we van fascistisch rechts bewaren? Het overtrokken nationalisme? Wij hebben behoefte aan een nieuwe rechtse partij, modern, met aandacht voor de waarden van het liberalisme, de markt. Een moderne samenleving heeft behoefte aan deze evenwichten. De ene keer druk je op het pedaal van de solidariteit, het sociale beleid, en op een ander moment neem je het pedaal van de efficiëntie en de functionaliteit, van het liberalisme, de afslanking van het staatsapparaat. Het ene moment accepteer je het ene, het andere moment het andere. Dat is een moderne, geen ideologische visie op de democratie.”

Zou de protestpartij Lega Nord een rol kunnen spelen in een moderne rechtse alliantie? Gisteren is een harde interne discussie begonnen over de vraag of de Lega zich niet minder antagonistisch moet opstellen. Scoppola ziet minder problemen voor de Lega dan voor de neofascisten. “In het noorden wordt het protest dat in Rome en Napels heeft geleid tot de opkomst van de Sociale Beweging, uitgedrukt door de Lega. Dat is een beweging met hele andere wortels. Zij is een uitdrukking van de mentaliteit en de cultuur van kleine en middelgrote ondernemers, die steeds ontevreden zijn over de belasting die ze moeten betalen. Het is een fenomeen analoog aan het poujadisme in Frankrijk. De Lega dreigt met afscheiding om iets meer te krijgen. Dat is heel iets anders dan de erfenis van het fascisme. Ze zijn niet bij elkaar op te tellen.”

De Lega, met haar nadruk op het liberalisme, is op een heel andere manier rechts dan de neofascistische partij. “De stem van rechts is aanvankelijk vastgehouden door de christen-democraten, in hun functie als tegenstander van de communisten. Nu de communistische partij is veranderd, kijken deze conservatieve kiezers in Rome en Napels, die niet fascistisch zijn maar vijandig staan tegenover een opener beleid, naar rechts. En omdat er een protest is opgekomen tegen de oude machtssystemen, het oude bestuur, hebben zij zich geschaard achter de Sociale Beweging. De sociale beweging is één zaak, de kiezers een andere. Wee Rome, als dertig procent van de kiezers (de mensen die in de eerste ronde op de neofascistische partij hebben gestemd, ML) fascistisch was, dat zou werkelijk een ramp zijn. Maar het is niet zeker of deze kiezers weer kunnen worden opgenomen door niet-fascistisch rechts, als het slaagt zich te organiseren. Het is moeilijk de kiezers terug te winnen.”

“Ondanks de problemen en de verwarring van deze dagen ben ik erg optimistisch over mijn land”, besluit Scoppola. “In het buitenland biedt Italië een desastreuze aanblik, dat realiseer ik me. Wij Italianen lijden daaronder. Maar in het land zelf beantwoordt dit beeld niet aan de werkelijkheid. Italië is nog steeds een erg vitaal land, vitaal in zijn economie, vitaal ook op moreel gebied, met een hoog percentage van de bevolking dat betrokken is bij vrijwilligerswerk. We zijn in een overgangsfase, een moment van bevrijding van al het rotte dat er is geweest. Maar we gaan niet meer achteruit, we zijn aan het groeien. Ik ben ervan overtuigd dat als de politieke situatie wat tot bedaren is gekomen, het land een enorme opbloei zal doormaken.”