In volksbuurten sterven mensen veel eerder dan in de 'betere' wijken

ROTTERDAM, 7 DEC. In de volksbuurten van grote steden sterven veel meer mensen voor hun 65ste levensjaar dan in de wijken waar de betere standen wonen. In de armste wijken liggen de sterftecijfers eenderde tot de helft hoger dan in de rijkste wijken.

De gemeentelijke gezondheidsdiensten concluderen dit na een onderzoek naar de sterfteverschillen in 257 grote buurten met meer dan tweeduizend inwoners in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Daaruit bleek een duidelijke samenhang tussen de sociaal-economische status van de buurt en de gezondheid van de bewoners. Zodra een wijk verbeterde liep het sterftecijfer er terug. Als de werkeloosheid toenam steeg het sterftecijfer.

In het onderzoek werden de gegevens verwerkt van ruim 14.000 mannen en negenduizend vrouwen die tussen 1986 en 1991 in de vier grote steden voor hun 65-ste levensjaar stierven. De sterfte boven de 65 jaar is niet beschouwd omdat, aldus epidemioloog dr. J.A.M. van Oers van de Rotterdamse GGD, “er dan een verkerd beeld zou ontstaan waarbij uitsluitend die wijken er als ongezond uit zouden komen waar een verpleeghuis staat.”

Voor het eerst zijn nu gegevens bekend geworden over de gezondheidsverschillen tussen de vier grootste steden. Amsterdamse en Haagse buurten zijn wat ongezonder dan Utrechtse en Rotterdamse. Van Oers: “Overigens was het bestaan van de gezondheidsverschillen binnen de steden al bekend. Die verschillen zijn er al zolang er arme en rijke wijken bestaan. De laatste tien jaar is er niet veel aan de situatie veranderd. De cijfers zijn nu gedetailleerder.”

De vier gemeenten kunnen met de kennis een gezondheidsbeleid gericht op de ongezondste wijken voeren. Verbetering van veiligheid, voeding en leefgewoonten kunnen de sterfte op termijn beïnvloeden. In enkele Rotterdamse wijken bestaan projecten ter bevordering van de veiligheid van kinderen. In de wijk Feijenoord wordt voedingsvoorlichting en kookles gegeven in een kinderkookcafé.