Ik mineraal! U ook?

Bij onze zuiderburen escaleert het mestprobleem. In hun frustratie deinzen Belgische boeren er de laatste weken niet voor terug om milieu-activisten systematisch in elkaar te slaan. Ook bij ons zijn veehouders bang voor hun toekomst, maar Nederlandse actievoerders zijn gelukkig minder gewelddadig. Het overgrote deel van onze boeren is er zelf ook van doordrongen dat impopulaire maatregelen nodig zijn. Ze hopen echter nog wel op een goede politieke oplossing voor het mestprobleem.

Op 15 november, tijdens een grote mestmanifestatie in Den Bosch, gebruikten bijna tienduizend boeren wel verbaal geweld. Niet alleen tegen ministers, maar ook tegen hun eigen voormannen. Er is grote verdeeldheid binnen de agrarische sector. Boerenleiders en het kabinet hebben afgelopen voorjaar een principe-akkoord bereikt over de aanpak van de mest- en ammoniakproblemen. De ministers Alders en Bukman hebben hun mest- en ammoniakplannen enige maanden geleden naar de Tweede Kamer gestuurd. Volgende week maandag moet die beslissen over hun nota 'Milieu- en ammoniakbeleid derde fase'.

Veel boeren vrezen dat het 'mestakkoord' desastreuze gevolgen zal hebben, vooral omdat een aantal maatregelen en de uitwerking daarvan nog erg onduidelijk zijn. Ze zijn bang dat veel boerenbedrijven over de kop zullen gaan en daarmee ook een zeer groot aantal toeleverende en afnemende ondernemingen. Daarom staan vooral langs de Brabantse wegen borden met de onheilspellende tekst: 'Dit mestakkoord kan ook u uw baan kosten'.

Het zal voor de Tweede Kamer niet eenvoudig zijn de kool en de geit te sparen. De politici willen enerzijds niet tornen aan de normen en de tijdsplanning in de milieudoelstellingen. Anderzijds willen ze ook niet door steeds strakkere milieu-eisen een gezonde bedrijfstak opzadelen met onoverkomelijke problemen.

Het hart van het akkoord vormt de mineralen-balans. Ieder boerenbedrijf moet precies gaan registreren hoeveel mineralen N (stikstof), P (fosfor) en K (kalium) op de boerderij worden aangevoerd. Dat gebeurt hoofdzakelijk met kunstmest en veevoer. Daarnaast moeten ze ook bijhouden hoeveel mineralen ze weer afvoeren in de vorm van vlees, melk of plantaardige produkten. Het verschil vormt in principe een verliespost, die via de lucht of de bodem verdwijnt. Wanneer deze verliespost groter is dan een nog vast te stellen norm, moeten boeren een boete gaan betalen. Dit gebeurt middels een heffing per hectare: de zogenoemde regulerende heffing. Het ligt in de bedoeling de toegestane verliezen steeds verder te verminderen. In 2000 moet er dan sprake zijn van een evenwichtsbemesting.

De boer kan dus straks zelf bepalen welke maatregelen hij neemt om binnen de verliesnormen te blijven. Het grote voordeel van dit systeem is dat per bedrijf bekeken kan worden hoe groot de verspilling van mineralen c.q. de milieuvervuiling is. Daarmee worden algemene maatregelen en verboden, die veel weerstand oproepen, overbodig. De wet schrijft dan bijvoorbeeld niet meer voor welke hoeveelheden mest een boer wanneer en op welke wijze mag uitrijden noch hoe hij zijn mest moet opslaan. In principe worden de mestquota - die nu zijn vastgesteld per bedrijf - ook overbodig.

Het principe van de mineralenbalans spreekt wel aan, maar over de invulling is het laatste woord nog lang niet gesproken. Wanneer de boekhouding goed blijkt te functioneren, kunnen de oude regels vervallen. Maar daarover hebben de ministers in het akkoord nog geen harde toezeggingen gedaan. Bovendien zijn er veel boeren die een aantal algemene regels nu al op de helling willen zien gaan. Het gaat hierbij om maatregelen waarvoor ze nu nog investeringen moeten doen, maar die straks met een mineralenboekhouding niet meer noodzakelijk zullen zijn.

Het is ook nog de vraag wanneer de verplichte mineralenboekhouding moet ingaan. Akkerbouwers krijgen twee jaar respijt, maar volgens het akkoord moeten veehouders al in 1995 de mineralenboekhouding bijhouden. Vanaf 1996 moeten ze ook betalen voor een te groot mineralenoverschot. Veel boeren vinden dat veel te vroeg. Ook is nog niet afgesproken welke verliesnormen acceptabel zijn. Uiterlijk volgend jaar moeten die normen op tafel liggen, maar milieu- en landbouwtechnisch zijn er nog veel vragen. Onduidelijk is bijvoorbeeld hoeveel lager de opbrengst en kwaliteit van gewassen is, als er zuiniger met mineralen wordt omgesprongen.

Bovendien zijn ook de economische gevolgen van de regulerende heffing op verspilde mineralen niet goed te overzien. Vorige week berekende de Stichting Landbouwvoorlichting dat een gemiddeld melkveebedrijf in 1996 op basis van de huidige plannen te maken kan krijgen met een mineralenheffing van ongeveer 25.000 gulden. Wanneer boeren straks geen hoge bedragen kwijt willen zijn aan de regulerende heffing, zullen ze nu maatregelen moeten nemen, maar ook die kosten geld. Door minder te bemesten krijgen ze te maken met lagere opbrengsten voor hun gewassen. Ook zullen boeren moeten overstappen op duurdere voeders, met hoogwaardiger grondstoffen. Verder zullen ze moeten investeren in stallen en mestopslag vanwaaruit minder stikstof in de vorm van ammoniak de lucht in gaat.

Los van alle technische en economische vragen is het nog dubieus of het organisatorisch allemaal zal lukken om in 1995 alle veehouders een goede mineralenbalans te laten bijhouden. De ministers zijn hierover wat sceptisch. Ze verlenen wel hun volledige medewerking, maar als het niet mocht lukken hebben ze een stevige stok achter de deur. Dan scherpen ze de huidige mestregels verder aan. Om dit te voorkomen, hamert het Landbouwschap er nu op de mineralenboekhouding zo snel mogelijk in te voeren. Dat kan nog een jaar op vrijwillige basis, zodat boeren nog even de tijd hebben om ermee te oefenen.

In allerhaast heeft het Landbouwschap een projectgroep opgericht, die onder de boeren zieltjes moet winnen voor de boekhouding. Vorige week is een Mineralenkrant verspreid met een oplage van 175.000 stuks. In die krant wordt 1994 uitgeroepen tot 'Het grote oefenjaar'. Als in een clubactie worden boeren opgeroepen om “met z'n allen aan de mineralen” te gaan. Onder het motto 'Goed voorbeeld doet goed volgen', tekenden honderden boerenbestuursleden een intentieverklaring om in 1994 een mineralenboekhouding te gaan bijhouden. Volgens de krant 'mineralen' al 25.000 boeren en boerinnen.