Het Nederlands wordt geen officiële taal van merkenbureau Europa

BRUSSEL, 7 DEC. De ministers van buitenlandse zaken van de Europese Unie hebben gisteren een einde gemaakt aan de 'taalstrijd' rond het Merkenbureau, dat in Spanje wordt gevestigd. Tot Nederlands ongenoegen werd eind oktober op de bijzondere top van regeringsleiders in Brussel besloten om slechts de vijf grote talen - Engels, Duits, Frans, Spaans en Italiaans - te hanteren bij dat Merkenbureau.

Nu is een compromis gevonden waarbij elke ondernemer een aanvraag om merkbescherming mag indienen in de taal van zijn land, zonder dat vertaalkosten in rekening worden gebracht. Bij die aanvraag moet hij een tweede taal opgeven, waarin hij wil procederen indien iemand de registratie van zijn merk betwist. Die tweede taal moet dan wel één van de vijf 'grote' talen zijn.

Het uitgedokterde compromis lijkt ingewikkeld, en leidt er niet toe dat het Nederlands een 'erkende' taal wordt bij het Merkenbureau, maar het heeft in ieder geval het grote voordeel dat het Nederlandse bedrijfsleven niet of nauwelijks voor hogere kosten komt te staan. Nederlandse ondernemers zijn nu al gewend om in het buitenland in het Engels te procederen, aldus een Nederlandse diplomaat. Ze kunnen dus bij het Merkenbureau gemakkelijk terecht met het Engels als tweede taal.

Niet bekend

De Belgische minister van buitenlandse zaken, Willy Claes, toonde zich gisteravond in ieder geval tevreden. “Daarmee hoeven we nu niet meer naar de top” van Europese regeringsleiders, eind deze week in Brussel, constateerde hij opgelucht.

De regeringsleiders moeten zich op die top wel buigen over de consequenties van de komende uitbreiding van de Europese Unie voor de stemverhoudingen binnen de raad van ministers. Op dit moment is een - gewogen - stemmenaantal van 23 voldoende om een blokkerende minderheid te vormen binnen de raad. Het voorstel is om het aantal 'gewogen' stemmen voor een blokkerende minderheid op 27 te brengen, als de uitbreiding tot 16 leden van de Europese Unie een feit is. Maar Groot-Brittannië verzet zich daar tegen en wil dat ook in de toekomst 23 nee-stemmen al voldoende zijn om een voorstel te torpederen.

Dank zij Groot-Brittannië behoort Nederland sinds gisteren overigens wel tot de groep van 'grote' landen van de Europese Unie. De komende toetreding van de nieuwe leden zou bij ongewijzigd beleid op een gegeven moment de consequentie hebben gehad, dat bij buitenlandse bezoeken de Europese Unie zou zijn vertegenwoordigd door een 'trojka' die louter bestaat uit vertegenwoordigers van kleine lidstaten. Door - op Britse suggestie - Nederland op te waarderen tot 'grote' lidstaat en door hier en daar wat te schuiven met de alfabetische opvolging van het halfjaarlijkse voorzitterschap van de Europese Unie, is zo'n mineure afvaardiging in de toekomst voorkomen. In elke trojka - bestaande uit de fungerende voorzitter van de Europese Unie, zijn voorganger en zijn opvolger - zit in elk geval één minister uit een groot land, zo werd gisteren overeengekomen.