Het identificeren van lichamen is werk dat aan je knaagt

Iemand moet het toch doen. Ned.3, 21.03-22.00u.

“Structuur is er nooit op de plek van een ramp”, zegt Leen zonder spoor van ironie. Hij is een van de politiemannen die het woord voeren in de documentaire over het Rampen Identificatie Team (RIT). Het RIT bestaat vanaf 1982. De kijker ziet in de documentaire het RIT onder meer in actie in Suriname en Nepal. Daar stortten vliegtuigen neer met een aantal Nederlandse inzittenden. Vooral door de ramp met het ELAL vliegtuig kwam het RIT in de belangstelling te staan.

In de puinhopen van de ingestorte Bijlmerflats, tussen zand, vuil, roet en kerosine wroetten de medewerkers van het RIT naar lijken. Enigszins verbitterd zegt Rinus, leider van een 'sector berging' dat volslagen onnodig lichaamsdelen van mensen die bij de ramp om het leven zijn gekomen, op de vuilstort terecht zijn gekomen. “Als we goed hadden kunnen zoeken was dat niet gebeurd”, aldus de RIT-er. Identificeren is geen 'haastwerk', maar moest dat onder de door burgemeester Van Thijn opgelegde haast wel worden. Daardoor is de nauwgezetheid van het bergingswerk in het gedrang gekomen.

Wanneer je deze nuchtere mensen aan het woord hoort is het moeilijk om geen ergernis te voelen telkens wanneer de burgemeester van Amsterdam in beeld komt en op de hem kenmerkende wijze hoogdravend oreert. Rampen zijn te erg om er hoogwaardigheidsbekleders mee aan de haal te laten gaan. Uit de documentaire blijkt hoe belangrijk het is de plaats van 'lijkvinding' minutieus uit te kammen. Iedere vondst kan een spoor zijn. Toen bijvoorbeeld het vermoeden postvatte dat van iemand in de Bijlmer alleen een vinger was gevonden ging men naar het huis van de betrokkene. Daar werden alle kopjes en soepkommen op vingerafdrukken onderzocht. Het moet een goede huisvrouw zijn geweest die bij de ramp omkwam, want pas op het laatste kopje werd een vingerafdruk gevonden. Het was ook inderdaad een vingerafdruk van haar.

De kijker ziet weinig over het echte identificatiewerk. Terloops wordt een 'vingerstrekker' getoond. Een instrument waarmee de vingers van een sterk verbrand slachtoffer kunnen worden gebogen om een vingerafdruk te maken. Een bitje wordt eerst op een gipsen gebit gedaan en daarna op een kaakfragment. Bij die technische details blijft het. Deze documentaire laat minder het werk dan de werkers zien.

Voor sommigen is het de eerste keer dat zij buitenstaanders over hun werk vertellen. Want ofschoon het werk is dat aan hen knaagt treden ze er niet makkelijk mee naar buiten. De vrouw van een van de RIT-ers zegt dat het de eerste keer is dat ze haar man over dit werk hoort praten. “Nu weet ik het, anders had ik het niet geweten”, stelt ze vast, in nuchterheid niet onderdoend voor haar echtgenoot. Haar man vertelt dat sommige collega's lijden aan slapeloosheid en last hebben van “beelden die terugkeren”. Dankzij dit sympathieke portret van nuchtere en bewogen mensen kan de kijker zich dat wat beter voorstellen.