Goldreyer mag claims doorzetten

ROTTERDAM, 7 DEC. De Amerikaanse restaurator Daniel Goldreyer mag verder procederen tegen de meeste organisaties en personen in Nederland en Amerika van wie hij miljoenen dollars schadevergoeding eist wegens smaad.

Dat geldt onder andere voor de vroegere directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum, dr. W.A.L. Beeren, het tijdschrift Time Magazine en de Wall Street Journal.

Een civiele rechter in de staat New York heeft gisteren de bezwaarschriften verworpen die zij tegen de claims van Goldreyer hadden ingediend. Ten aanzien van de claims tegen de kunsthistoricus prof.dr. E. van de Wetering en hoofdconservator E. Bracht van het Stedelijk, maakt de rechter nog een voorbehoud.

Hij schrijft zich nog verder te willen verdiepen in de stukken alvorens tot een oordeel te komen. De gedaagden zouden Goldreyers eer en goede naam hebben aangetast door kritiek te uiten op de manier waarop hij het in 1986 vernielde schilderij 'Who's Afraid of Red Yellow and Blue III' van de Amerikaan Barnett Newman had gerestaureerd. Voor de betrokken Nederlanders heeft de uitspraak als consequentie dat zij voorlopig bij een bezoek aan de VS stad en staat New York moeten mijden, omdat zij daar voor de rechter kunnen worden gedaagd.

Een dergelijke schadeprocedure kan in Amerika jaren in beslag nemen. Beeren, die onder andere contractbreuk wordt verweten, had begin dit jaar al verklaard veel last te hebben van de schadeclaim tegen hem van 25 miljoen dollar.

Voor de rechter was het vooral van belang vast te stellen of de Nederlandse gedaagden zakelijke belangen hadden in de staat New York, zodat daar vervolging mogelijk is. In het geval van het dagblad De Telegraaf, dat op grond van een wat ongelukkig gesteld briefje aan Goldreyer een claim van 10 miljoen dollar kreeg, vond de rechter dat die niet aanwezig waren.

Dat geldt ook voor twee andere Nederlandse gedaagden, A. Jansen, directeur culturele zaken van de gemeente Amsterdam, en R. Dippel, hoofdconservator van het Stedelijk Museum, die beiden in de commissie zaten die de restauratie begeleidde.

Pag.6: Beeren mag in New York vervolgd

In het geval van museumdirecteur dr. Beeren was het volgens de Newyorkse rechter duidelijk dat hij kan worden onderworpen aan de jurisdictie van de staat New York op grond van zijn herhaalde bezoeken gedurende de drie jaar die de restauratie in beslag nam en de financiële transacties die daarmee gepaard gingen. Het contract met Goldreyer was bovendien getekend in New York. De rechter laat zich niet uit over de vraag of Beeren wel of niet contractbreuk heeft gepleegd, zoals Goldreyer beweert. Daarover zal eventueel een andere Newyorkse rechtbank moeten beslissen.

Van de Wetering, die in de schadeclaim in één adem met hoofdrestaurateur E. Bracht wordt genoemd, zou volgens Goldreyer en zijn advocaat inkomsten hebben in Amerika en ook in New York, waar hij onderzoek doet naar de authenticiteit van schilderijen van Rembrandt. De rechter wil verder onderzoeken in hoeverre dit zo is, alvorens tot een definitief oordeel te komen over de bevoegdheid van de Newyorkse rechter in deze zaak.

Time Magazine, waartegen dertig miljoen dollar is geëist, mag verder worden vervolgd op grond van smaad. Het tijdschrift publiceerde een artikel over de restauratie van de hand van de Nederlandse journalist Wibo van der Linde onder de kop 'Werd er een meesterwerk vermoord?' Het artikel ging in op de discussie die in Nederland was ontstaan naar aanleiding van laboratoriumrapporten die aantoonden dat Goldreyer een verfsoort had gebruikt die onder andere voor raamkozijnen wordt gebruikt en die niet overeenkwam met de oorspronkelijke verf die Barnett Newman gebruikte. Dit en de associatie met 'moord' wekte volgens de rechter de indruk dat het originele werk door de restaurateur volkomen vernietigd was. Voor de rechter was dit voldoende aanleiding om Goldreyer ontvankelijk te verklaren.

In het stuk in Time werd ook de Amerikaanse kunsthistorica Suzanne Schnitzer geciteerd. In een reactie op een uitspraak van Beeren dat hij het schilderij 'als een geliefde invalide' in het museum wilde behouden, zou zij hebben gezegd dat er dan wel een waarschuwingsbordje bordje bij moest komen te hangen met de tekst 'Newman volgens Goldreyer' Dat kwam haar te staan op een schadeclaim van 5 miljoen dollar van Goldreyer. Schnitzer ontkent nu een dergelijke uitspraak te hebben gedaan, maar de rechter zag daar geen reden in de zaak af te blazen. Een jury zal erover moeten beslissen, zo schrijft de rechter.

Goldreyer mag ook doorgaan met zijn schadeclaim tegen de Wall Street Journal. Van dit dagblad eist hij eveneens dertig miljoen dollar. Aanleiding is een artikel over de Goldreyer-affaire met de kop 'Waarom laten we voor die prijs het hele museum niet overschilderen?' In dat stuk wordt onder meer gemeld dat Goldreyer 290.000 dollar voor zijn restauratie ontving. In totaal kostte de restauratie de gemeente Amsterdam 814.000 gulden. De gemeente had oorspronkelijk 517.000 gulden beschikbaar gesteld.