FC Utrecht vindt geen aanwijzingen voor mogelijke omkoping

UTRECHT, 7 DEC. Er zijn volgens een intern onderzoek van FC Utrecht geen aanwijzingen dat MVV een bedrag van 19.500 gulden zou hebben betaald om de uitslag van de competitiewedstrijd op 16 juni 1991 tussen beide clubs te beïnvloeden. Het aannemersbedrijf Van de Biggelaar dat deze som volgens de boeken heeft overgemaakt naar FC Utrecht, heeft dit uitsluitend gedaan als een vorm van sponsoring. Dat zijn de belangrijkste conclusies die een onderzoek van mr. Eric Vilé na gesprekken met tientallen betrokkenen hebben opgeleverd.

FC Utrecht wilde dat de onderste steen boven kwam, nadat MVV-administrateur W.K. tijdens verhoren door de politie en de fiscale opsporingsdienst had verklaard dat dit bedrag aan FC Utrecht was betaald. Dit als tegenprestatie voor het gelijke spel (1-1). Dat was voor de Maastrichtenaren net voldoende om dat seizoen in de eredivisie te blijven. K. zou dit hebben vernomen van de eveneens gearresteerde manager R. W. Maar die heeft volgens Vilé tegenover justitie ontkend, dit ooit aan K. te hebben meegedeeld.

Het vermeende omkoopbedrag was in de boeken terug te vinden als een betaling aan BLM, het bedrijf waarin Van de Biggelaar een meerderheidsaandeel heeft van 75 procent, voor de aanleg van een parkeerplaats bij het stadion De Geusselt. Het toeval wil dat er bij FC Utrecht ook een dergelijk bedrag is binnengekomen, vermeerderd met btw in totaal 23.750 gulden, maar dit zou volgens de conclusies van het onderzoek bestemd zijn geweest voor de businessclub Business Association van FC Utrecht.

Ex-voorzitter van MVV B. L., een van de negen verdachten in de zaak van de Maastrichtse club en toezichthoudend directeur van BLM, heeft volgens Vilé in 1991 de toenmalige manager van FC Utrecht Hans Ooft geattendeerd op het feit dat Van de Biggelaar interesse had om de club uit De Galgenwaard te sponsoren. Op 25 september werd een factuur gestuurd naar BLM die op 1 oktober van dat jaar werd betaald. Voor het bedrag van 19.500 gulden kreeg Van de Biggelaar vier business-seats. Een dergelijke tribuneplaats kost 6.500 gulden per twee stoelen. Van de Biggelaar had dus recht op zes business-seats.

Volgens Vilé moet daar niets achter worden gezocht. “Ooft heeft destijds gewoon een goede deal gemaakt. Van de Biggelaar wilde graag sponsoren voor twintigduizend gulden en het interesseerde hem niet wat hij daarvoor terugkreeg. Hij wilde met zijn bedrijf uit Velddriel ook bekendheid in midden-Nederland. Van de Biggelaar spendeert wel vaker geld op die manier in sportwereld. In juli '92 deelde hij overigens mee, geen belangstelling meer te hebben voor een verlenging van de sponsorovereenkomst met FC Utrecht.”

Om het betalingsverkeer tussen Van de Biggelaar en FC Utrecht nog eens te controleren, raadpleegde Vilé een externe accountant. Ook die kwam tot de conclusie dat er geen sprake kon zijn van omkoping of zelfs maar een poging daartoe. Vilé voerde verder gesprekken met alle spelers. Niemand wekte bij hem ook maar even de indruk te zijn benaderd voor omkoping of een poging daartoe. “In de bus werd nog gezegd: als we volgend seizoen niet weer meer helemaal naar Maastricht willen, moeten we zorgen dat MVV degradeert.”

Vilé voelde ook Ab Plugboer aan de tand. De Volendammer scoorde zelf in het duel met MVV, maar maakte ook een fout waaruit de gelijkmaker tot stand kwam. “Plugboer voelde zich flink gepakt door al die beschuldigingen”, aldus Vilé. Vilé heeft zijn bevindingen uitvoerig gerapporteerd aan de officier van justitie in Maastricht. Voor hem is de omkoping slechts een deel van het onderzoek dat nog weken in beslag kan nemen. Justitie in Maastricht zegt het rapport van Vilé “voor kennisgeving te hebben aangenomen.” Niet bekend is of het iets toevoegt aan het lopende onderzoek.