Evenwicht van de druktemakers bij Ajax

HEERENVEEN, 7 DEC. Getweeën droegen ze een grote tas uit de kleedkamer. De wedstrijd was allang gestreden, hun gezicht was weer ontspannen, hun hartslag weer normaal. Zo snel hebben Peter van Vossen en Frank Rijkaard de spanning van zich afgeschud. Zo gaan zij weer over tot de orde van de dag. Alsof er niets is gebeurd waarover zij zich druk hadden gemaakt.

Twee uiteenlopende karakters, twee uiteenlopende speelstijlen, maar ieder op hun eigen manier maakten deze twee Ajacieden zich opvallend druk. Van Vossen, nadat hij acht minuten na rust was ingevallen voor de geblesseerde Finidi George, als een overenthousiaste pupil die holde, zwaaide, wees en schreeuwde naar doorgaans zwijgzame Ajacieden. Rijkaard als de snel aangebrande kampioen die in zijn dertigerjaren geen aanslag meer op zijn blazoen en benen duldt.

Je kunt respect hebben voor Van Vossen, je kunt hem ook aandoenlijk vinden. Zoals hij zich in Heerenveen probeerde waar te maken als de Zeeuw die nooit opgeeft, die altijd maar wil vechten uit angst niet meer boven te komen. Aanstekelijk wordt zijn strijdlust genoemd. Maar onverstoord als de meeste Ajacieden reageerden op zijn opzwepende bewegingen, had zijn houding gisteravond iets karikaturaals. Een dissonant in de Ajax-school zal hij door zijn opportunisme altijd blijven.

Bij het chauvinistische Friese publiek had Van Vossen het snel verbruid. Lijdensweg of niet, wie zoals hij een tegenstander probeert een gele kaart aan te smeren, kan medeleven op de tribune vergeten. Dan kan hij er op rekenen dat er sarcastisch 'Zeeuws meisje' wordt gescandeerd.

Maar als een stoere Van Vossen vocht hij door. Trekkebenend en vechtend om de gunst van de supporters, zijn medespelers en zijn trainers. Zo ongezond hoeft een voetballer toch niet te spelens? Maar ongezond beweert hij niet te zijn. Die knie? “Nee, niet de andere, weer die linker knie. Die raakt steeds geïrriteerd. Maar dat gaat wel weer weg. Meestal na een paar minuten. Nu duurt het wel wat langer. Maar het zal wel weer overgaan.”

Rijkaard antwoordt cynisch op een serieuze vraag die een bezorgde journalist bij de deur van de kleedkamer aan Van Vossen stelt. Of 'de druktemaker' zich gedeisd wil houden, wordt hem gevraagd. Rijkaard zwijgt. En Van Vossen lepelt zijn ervaringen en blessures op. Op 3 oktober speelde hij zijn laatste wedstrijd voor Ajax 1, vandaag was zijn vijfde invalbeurt. Hij is waarschijnlijk bezorgd, maar hij wil er niet aan. Als duurste aankoop van Ajax maakt hij zich ongerust: de tijd dringt, het wereldkampioenschap nadert. Vandaar misschien die onrust, dat dolle.

Zoveel onrust kenmerkt ook het spel van Rijkaard. Weliswaar op een andere manier. Zijn laatste jaren als begenadigd voetballer zal hij zich anders hebben voorgesteld. De man die in Italië de 'vertegenwoordiger van il calcio umano (het humane voetbal)' werd genoemd, raakt tegenwoordig snel geïrriteerd, maakt irritante overtredingen. Kortom hij irriteert.

De manier waarop Heerenveen-verdediger Maarten de Jong Ajacied Finidi George tegen de knie schopte, had scheidsrechter Uilenberg volgens de spelregels moeten bestraffen. Vond ook Rijkaard. En dus schopte hij in een primaire reactie meteen de onschuldige Heerenveen-spits Piet Keur onderuit en haalde hij vervolgens brutaal verhaal bij de scheidsrechter over het eerste vergrijp.

Enige minuten later slalomde Rijkaard met de bal langs een paar venijnig uitgestoken benen, om vervolgens zijn actie demonstratief te beëindigen met een verzoek in woord en gebaar aan de scheidsrechter om een vrije trap. Zoveel arrogantie en irritatie misstaat Rijkaard. Maar hij werd er wel voor beloond. Hij kreeg een vrije trap. Onder gejoel natuurlijk van het thuispubliek dat zoveel klassejustitie meteen doorgrondt.

Rijkaard speelde tegen Heerenveen niet goed, zoals de meeste Ajacieden. Dat zou een reden voor zijn gedrag kunnen zijn. Maar wie zoveel jaren zoveel treiterend, sarrend en fysiek voetbal als het Italiaanse heeft meegemaakt, zou zich niet meer hoeven op te winden over een beetje Heerenveense agressie.

“Ajax heeft de scheidsrechter niet tegen gehad”, antwoordde Heerenveen-trainer De Haan op de kritiek die zijn collega Van Gaal de laatste wedstrijden op de scheidsrechters had geuit. De Fries wilde dat niet als een excuus voor de nederlaag aanvoeren. Maar hij vond dat dit ook wel eens gezegd moest worden. Zijn spelers hadden er keihard voor gevochten. Ze wilden er een wedstrijd van maken, Ajax niet meer tegemoetkomen met vrolijk en open spel zoals in de bekerwedstrijd, toen Heerenveen met 8-3 verloor.

Ajacieden houden er niet van wanneer tegenstanders op hun tenen staan. Slidings en agressieve verdedigers liggen hen niet. Ze raken erdoor geïrriteerd. Hun systematische spel dat bedoeld is onze ogen te strelen, raakt ervan ontregeld. Dan worden snel de handen ten hemel geheven, dan hoor je ze op elkaar schelden, dan hoor je de trainer panisch proberen hen te kalmeren.

Op zulke avonden kan een progressief bewegend type als Van Vossen nodig zijn om een agressief bewegend type als Rijkaard weer in evenwicht te brengen. Zodat ze als winnaars broederlijk de kleedkamer kunnen verlaten.