Eerste Kamer stemt in met beperkte identificatieplicht

DEN HAAG, 7 DEC. De Eerste Kamer gaat in grote meerderheid akkoord met de instelling van een beperkte identificatieplicht. Dat bleek vanochtend bij de behandeling van de Wet op de Identificatieplicht in de senaat.

De wet, bedoeld ter bestrijding van fraude en criminaliteit, verplicht burgers zich te identificeren bij onder meer grootschalige manifestaties (zoals voetbalwedstrijden), in het openbaar vervoer, op het werk, en bij bepaalde financiële transacties. De identificatieplicht speelt bovendien een rol bij het vreemdelingentoezicht. Naar verwachting zullen naast het paspoort ook het rijbewijs en de gemeentelijke identiteitskaart van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten worden aangewezen als documenten waarmee burgers zich kunnen identificeren. Hirsch Ballin streeft ernaar de wet per 1 januari 1994 in te voeren.

Het wetsvoorstel was de afgelopen jaren regelmatig onderwerp van verhitte discussies onder meer omdat er bezwaren waren tegen de aantasting van de privacy van de burger. Bovendien werd er gewaarschuwd, bijvoorbeeld door de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), voor rassenrellen. Het CDA was eigenlijk voorstander van een algemene identificatieplicht, maar na forse discussies achter de schermen met coalitiepartner PvdA werd het een “algemene beperkte identificatieplicht”.

Regeringspartij PvdA kapittelde minister Hirsch Ballin vanochtend wel in verband met de oproep onlangs van de Vreemdelingenpolitie aan buitenlandse jongeren van 12 tot 14 jaar om alvast een identiteitsbewijs op te halen. Volgens PvdA-senator Van Veldhuizen was hier sprake van “overbodige haast” gebaseerd op een onjuiste uitleg van de wet. “Deze haast was verwarring stichtend en onnodig.” Hirsch Ballin heeft overigens inmiddels in een brief aan de Eerste Kamer zijn excuses aangeboden voor de oproep aan minderjarige vreemdelingen.

VVD-senator Talsma zei de wet te zullen steunen, hoewel zijn partij eigenlijk meer ziet in een algemene identificatieplicht. Het Eerste-Kamerlid Staal (D66) memoreerde dat zijn partij jarenlang ernstige bezwaren geuit heeft tegen de identificatieplicht. “De pijn zit 'm in situaties waarin de overheid op algemene gronden een burger incidenteel in z'n vrijheid treft door hem te verplichten zich te identificeren. Een emotioneel geladen beperking van de individuele vrijheid”, aldus Staal. De senator zei echter dat ook D66 “moeizaam de bocht heeft genomen”.

SGP-woorvoerder Holdijk toonde zich vanochtend verheugd over de “omslag in het denken over de privacybescherming”. Volgens hem is een uitgebreid netwerk van overheidscontrole onvermijdelijk geworden. De senator had echter “intuïtieve bedenkingen” tegen deze ontwikkeling. “In de praktijk gaat het om niets minder dan een algemene legitimatieplicht,” aldus Holdijk.