Een onvermoede voorvader

Wat hebben de staatsman Gillis van Ledenberg en de schrijfster Belle van Zuylen met elkaar te maken? Schijnbaar niets. Ledenberg (ca. 1546-1618) koos in het politiek-religieuze conflict tussen prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt partij voor de laatste en kwam daardoor op een dramatische wijze aan zijn einde. Belle van Zuylen (1740-1805), adellijke dochter van de familie Van Tuyll van Serooskerken, werd beroemd om haar brieven, romans, pamfletten en toneelwerk.

Ledenberg is vrijwel vergeten. Belle treedt, meer nog dan tijdens haar leven, nadrukkelijk op de voorgrond. De film Belle van Zuylen - Madame de Charrière draait al sinds september met succes in de bioscopen. Het toneelstuk Geen talent voor ondergeschiktheid beleefde al vijfenzestig voorstellingen en gaat nog steeds door het land. En dit jaar verscheen Belle's lang verwachte biografie door Pierre en Simone Dubois getiteld: Zonder vaandel. Het boek wordt deze week bekroond met de Gouden Ganzeveer. Het is dus alles Belle wat de klok slaat. Maar zelfs in de zeer uitvoerige biografie komt de naam van Gillis van Ledenberg niet voor. Toch bestaan er tussen Belle en Ledenberg delicate banden.

Belle veroorzaakte in de adellijke kringen van onze Zilveren Eeuw grote opschudding door haar onconventioneel gedrag. Al haar standsgenoten lieten zich voorstaan op hun adellijke afkomst. Het famliewapen werd met eerbied gevoerd, men pronkte met de voorouderlijke portrettengalerij en zijn stamboom kende men uit het hoofd. Maar Belle dreef in haar eerste, anoniem gepubliceerde roman Le Noble (1762) uitgebreid de spot met de adel. Voorouderlijke portretten werden in het boek zelfs in de modder gesmeten, om de hoofdpersoon Julie vuile voeten te besparen. Le Noble veroorzaakte meteen een schandaal. Omdat men al gauw begreep dat de freule Van Zuylen er achter stak, lieten Belle's geschrokken ouders de hele oplage van het boek in beslag nemen. Tot over de grenzen werd er over Le Noble gepraat en zelfs Frederik de Grote van Pruisen barstte in lachen uit toen hij het werk las.

Toch was Belle niet ongevoelig voor de aanwezigheid van enkele historische helden in haar familie. Ze vermeldde trots dat de Van Tuylls geparenteerd waren aan Jan en Cornelis de Witt, die door Oranje-aanhangers in het Rampjaar werden gelyncht. Ze vond het leuk dat haar grootmoeder een legitieme dochter bleek te zijn van een natuurlijke afstammeling van graaf Floris V. Over haar familiebanden met Ledenberg heeft ze waarschijnlijk nooit iets geweten; haar vader Diederik Jacob van Tuyll hield de papieren, die het aangrijpende verhaal onthullen, in het familiearchief verborgen.

De 'bel esprit' van Utrecht slaagde er maar niet in een geschikte huwelijkskandidaat te vinden. Alle aanzoeken wees ze spottend van de hand. De verliefde James Boswell moest bekennen dat Belle in intellectueel opzicht boven hem stond: “Zo'n geleerde vrouw wordt niet leuk gevonden.” Toen Belle haar dertigste verjaardag vierde, zat ze na tientallen mislukte aanzoeken nog altijd ongehuwd op het familieslot aan de Vecht. Om aan het lot van een oude vrijster te ontsnappen besloot ze toen maar te trouwen met de huisleraar van haar jongste broer: Charles Emanuel de Charrière.

In adellijke kringen veroorzaakte deze verloving grote deining. Zelfs de prins van Oranje begreep niet wat zijn briljante hovelinge in deze onbeholpen en onvermogende man zag. Belle dreef het huwelijk tegen de zin van haar vader en tegen beter weten in door. Op zondag 17 februari 1771 hulde ze zich in haar bruidsjapon van wit satijn. Ze had last van kiespijn, wat in de loop van de dag erger werd. In het eeuwenoude kerkje van Zuylen gaf ze haar ja-woord aan de niet adellijke De Charrière. Op dit belangrijke punt in haar leven kwam ze dicht bij haar voorouder Gillis van Ledenberg, wiens lichaam na een veelbewogen bestaan hier heimelijk te ruste was gelegd.

Van Ledenberg was in 1588 benoemd tot secretaris van de Staten van Utrecht. Tijdens de religieuze en politieke onrusten in het Twaalfjarig Bestand koos hij de zijde van Johan van Oldenbarnevelt. Die keuze werd hem fataal: in augustus 1618 werd hij net als de bejaarde Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en Hoogerbeets gearresteerd en gevangengezet. Reeds na drie strenge verhoren zag Van Ledenberg het hopeloze van zijn situatie in: wat hem wachtte was vernedering, verbeurdverklaring van zijn goederen, de dood aan de galg of in het gunstigste geval levenslange gevangenschap. Hij besloot zelf zijn leven te beëindigen. Toen zijn zoon, die de cel met hem deelde, was gaan slapen haalde hij een pennemes tevoorschijn “ende heeft hemselven daermede omtrent zijne navel (..) in zijnen buyck ghesteken”. Omdat daarmee het doel niet was bereikt “heeft hy het broot-mes ghenomen ende hemselven daer mede den strott affgestecken”.

De ongelukkige familie kreeg van de Staten-Generaal geen toestemming het lijk te begraven. Op 15 mei van het jaar 1619 deden de rechters uitspraak en veroordeelden Oldenbarnevelt tot onthoofding. De dode Ledenberg werd alsnog tot de galg veroordeeld. Men sleepte zijn kist naar het galgeveld van Rijswijk. Hij hing daar eenentwintig dagen aan de strop te schande. Pas door bemiddeling van prins Maurits mocht de weduwe haar man ten slotte laten begraven aan de noordkant van de kerk van Voorburg.

De dorpelingen waren echter woedend over de aanwezigheid van een zelfmoordenaar op hun kerkhof. Toen een stel opgeschoten jongens de kist opgroef, hem met stenen bekogelde en onder gejoel in een droge sloot gooide, stak de schout geen hand uit om het te verhinderen. Het lijk werd opnieuw begraven, maar de familie besefte wel dat het gevaar van grafschennis hiermee niet geweken was. De dochter van Ledenberg, Swana geheten, was getrouwd met Adam van Lockhorst. Deze Utrechter had kort tevoren de heerlijkheid Zuylen en Westbroek gekocht. In het diepste geheim liet hij de kist van zijn schoonvader opgraven. Ledenberg kreeg nu een stille herbegrafenis in de kerk van Zuylen. Ondanks verbouwingen, brand en wederopbouw van het kerkje is het zerkenveld verder met rust gelaten. Belle van Zuylen zou in hetzelfde kerkje worden gedoopt en er later ook in het huwelijk treden.

In de nog ongepubliceerde resultaten van een diepgaand genealogisch onderzoek door W.A. Wijburg komen de familiebanden tussen Ledenberg en Belle aan het licht. De dochter van Adam van Lockhorst en Swana van Ledenberg trouwde met Gerard van Reede. Hun enige dochter werd op 12-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan de 22-jarige Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken. De zeer jonge bruid zou de grootmoeder worden van Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken (1707-1776). Diederik trouwde in 1739 met de toen nog 15-jarige Jacoba Helena de Vicq (1724-1805), die in 1740 het leven schonk aan een meisje dat de naam Isabelle Agneta Elisabeth ontving: deze dochter van de Verlichting zou haar naam Belle van Zuylen tot de dag van vandaag laten schitteren.