Dubbelmandaat is goed voor politiek

In een artikel op de opiniepagina van 23 november keren de Europese parlementsleden Bertens, Van Dijk, Verhagen en Wijsenbeek zich tegen de kandidaatsstelling van mevrouw Hedy d'Ancona voor zowel de Tweede Kamer, als het Europese Parlement (EP). Hoewel een deel van hun argumenten binnen de huidige constellatie juist zijn, stappen de schrijvers te gemakkelijk over enkele belangrijke problemen heen. Zoals bekend - de schrijvers geven dat ook toe - heeft het EP relatief weinig macht. Evenmin is het een geheim dat de opkomst bij de verkiezingen voor het EP altijd teleurstellend is. Sommigen zien hier oorzaak en gevolg. Het betreft hier eerder een klassieke kip-of-ei situatie. Aan de ene kant is er weinig belangstelling voor het EP, omdat het ver weg is en het voor de kiezer onduidelijk is wat men er eigenlijk doet. Aan de andere kant voelt men er, juist doordat het EP ver en onduidelijk is, niets voor meer macht aan dit parlement te geven.

Maar daar is iets aan te doen. Voor de nationale parlementen is er nog wel interesse, hetgeen ook blijkt uit de opkomst bij de nationale verkiezingen. Het mandaat van een lid van de Tweede Kamer is dan ook veel zwaarder dan dat van een Europarlementariër. Overal in Europa is de affiniteit met het nationale parlement veel groter dan met welk ander gekozen lichaam dan ook. Wat zou er nu in zo'n situatie meer voor de hand liggen dan juist het dubbelmandaat niet alleen te stimuleren maar zelfs verplicht te stellen?

Historisch gezien doet de huidige situatie denken aan de beginperiode van de Republiek der Verenigde Nederlanden. De provincies zonden afgevaardigden naar een ver Den Haag zoals nu de landen EP-leden naar een ver Straatsburg. Van dat systeem kunnen we ook nu nog iets leren.

Mijn voorstel is om de EP-verkiezingen af te schaffen en de nationale parlementen op basis van evenredige vertegenwoordiging uit hun midden EP-leden te laten kiezen, die echter lid van hun nationale parlement blijven.

In het Nederlandse geval zouden dan 25 van de 150 Tweede-Kamerleden óók lid van het Europese Parlement zijn; een partij die zes zetels in de Tweede Kamer heeft zou dan één in het EP krijgen. Deze leden zijn dan niet als persoon lid maar als afgevaardigde van hun Tweede-Kamerfractie, in feite zijn dan dus alle 150 Tweede-Kamerleden, zij het indirect, EP-lid. Idealiter zouden bij deze constructie alle nationale verkiezingen op dezelfde dag moeten worden gehouden, wat veel problemen zou oplossen (voor de regeringen van veel lidstaten is het nu immers moeilijk om vlak voor nationale verkiezingen impopulaire besluiten te nemen, hetgeen de communautaire besluitvorming verlamt). Men zou daaraan een systeem als in Zweden bestaat kunnen koppelen, waarbij de verkiezingen periodiek op hetzelfde tijdstip plaatsvinden, ook als er wegens een kabinetscrisis tussentijdse verkiezingen zijn gehouden. Hoewel dergelijke aanpassingen van de nationale wetgevingen wenselijk zouden zijn, zijn zij niet noodzakelijk. Men zou ook kunnen werken met een regelmatig, veroorzaakt door nationale verkiezingen, wisselende samenstelling van het EP.

Het hele proces wordt overigens nog vergemakkelijkt door de ontwikkeling van de communicatietechniek. De in deze krant recent beschreven beeldtelefoon is daarbij slechts een eerste, maar vooral voor de verder afgelegen landen als Griekenland, belangrijke stap. Het volgens Bertens c.s. blijkbaar verfoeilijke 'anonieme voetvolk, dat achter de brede rug van de leider een parlement binnenkomt en het gewone dagelijkse werk doet' - is dat overigens niet per definitie het geval en wat is er slecht aan? - kan dan zijn goede werk voortzetten terwijl het in dagelijks contact staat met zijn 'leider', die slechts een deel van zijn tijd in Straatsburg of Brussel doorbrengt. Vanzelfsprekend is in de huidige situatie frequente aanwezigheid van groot belang. Als echter álle EP-leden door de werkzaamheden in hun nationale parlement minder aanwezig zijn, neemt dit belang vanzelfsprekend evenredig af. De EP-leden zullen minder, maar in tijd gemeten, meer geconcentreerd aanwezig dienen te zijn.

Een dergelijke dubbelmandaatconstructie brengt het Europese Parlement dus dichter bij huis: dichter bij de kiezer en dichter bij het nationale parlement. Vooral de laatsten zullen in dit geval makkelijker - en natuurlijker, ze zijn het zelf - bereid zijn meer macht aan het EP over te dragen. En dat laatste is toch feitelijk één van de zaken waar binnen de Europese Unie naar gestreefd wordt.