Caldera: geen concrete therapie voor Venezuela

CARACAS, 7 DEC. De Venezolanen die in 1988 Carlos Andrés Pérez met een overweldigende meerderheid van stemmen voor de tweede keer kozen als hun president, hoopten zo dat met hem ook de welvaart van diens tijd zijn come back zou maken. Vijf jaar later is de olie-boom echt voorbij, heeft niemand nog een goed woord over voor Pérez en kiest het land opnieuw een oud-president om het Venezolaanse sprookje waar te maken: de bejaarde Rafael Caldera die eerder van 1969 tot 1973 het land leidde.

Caldera (77) heeft zijn kiezers geen gouden bergen beloofd, maar tijdens zijn campagne voortdurend aangedrongen op soberheid, maar hoe moet het na zijn verkiezingsoverwinning verder?

De tijden van “onrechtvaardige” belastingen zijn nu volgens Caldera voorbij, maar hoe de Venezolaanse staat op een alternatieve manier aan inkomsten moet komen, blijft vooralsnog onduidelijk. Caldera ziet het antwoord ten dele in een hervorming van het belastingstelsel. De btw, die wordt verfoeid door Caldera en zijn kiezers wegens de egalitaire werking ervan, zal vermoedelijk worden afgeschaft. Om deze belangrijke bron van inkomsten van de staat te vervangen wil Caldera meer belasting gaan heffen over de inkomens van de weliswaar zeer rijke, maar ook uiterst beperkte bovenlaag in Venezuela.

Een tweede bron van inkomsten zoals die door de vorige regering werd aangeboord, privatisering van de omvangrijke Venezolaanse staatssector, dreigt ook te worden drooggelegd. Aan de “epidemie van privatiseringen”, zoals Caldera het gisteren op een persconferentie uitdrukte, zal wat hem betreft een einde komen. Toch ziet het er naar uit dat ook Venezuela zich niet kan onttrekken aan wat inmiddels een gevestigde trend is in Latijns Amerika en elders.

Nu de Venezolaanse staat niet langer zwemt in de olie-inkomsten, is er steeds minder geld voorhanden voor het afbetalen van de buitenlandse schuld. De nieuwe president lijkt het antwoord op dat probleem niet zozeer te zoeken in het aanboren van nieuwe inkomstenbronnen, als wel in het openen van onderhandelingen over het verminderen van de schuld zelf. Maar alleen een neo-liberale hervormingspolitiek (waaronder privatiseringen) zal de voorwaarde zijn waarop Caldera wat extra ruimte van zijn crediteuren onder wie het IMF kan krijgen.

De financiële basis onder het tweede presidentschap van Caldera ziet er daarmee wankel uit, en het politieke fundament vertoont dezelfde eigenschap. Hoewel de uitslagen van de verkiezingen voor het parlement nog niet binnen zijn, is het duidelijk dat Caldera en zijn Convergencia bij lange na niet de meerderheid zullen behalen die nodig is voor een beleid dat ook in het Congres een breed draagvlak zal hebben. Naar verwachting zal Caldera's presidentschap uitmunten in een groot aantal presidentiële decreten en een poging via grondwetswijzigingen dat draagvlak alsnog te creëren.

Onduidelijk blijft voorshands ook, of het leger zich eensgezind zal neerleggen bij de nieuwe situatie. Caldera zal voorlopig het voordeel van de twijfel krijgen. Voor de behoudende militairen betekent Caldera's overwinning dat er een einde is gekomen aan een periode van instabiliteit en dat daarmee de noodzaak tot ingrijpen is afgenomen. Voor de ultra-nationalistische elementen binnen de strijdkrachten is er nu hoop op een spoedige amnestie voor hun deelname aan de twee recente pogingen tot staatsgreep.

De verkiezingsuitslag van gisteren, en de haast voorbeeldige gang van zaken op stembusdag, wordt beschouwd als een bevestiging van de relatief lange democratische traditie van Venezuela. Ondanks het feit dat hij slechts een derde van de stemmen heeft veroverd, is Caldera onbetwistbaar de keuze van de Venezolaanse kiezer. Toch is de instabiliteit - en daarmee de kans op dramatische ontwikkelingen - niet voorgoed voorbij. De problemen zijn enorm, de antwoorden niet voor de hand liggend, en de nieuwe president heeft tot nu toe niet concreet aangegeven wat zijn alternatieven zijn voor het verfoeide sociaal-economische beleid van zijn voorganger. Caldera zal op korte termijn klinkende resultaten moeten laten zien, wil zijn presidentschap niet eindigen zoals dat van Carlos Andrés Pérez: in algehele onvrede.