Beurs sluit conglomeraat Begemann weer in de armen; Bedrijvendokter verandert recept

ROTTERDAM, 7 DEC. 'Bedrijvendokter' J.A.J. van den Nieuwenhuyzen heeft gisteren definitief zijn vertrouwde recept vaarwel moeten zeggen. Hij maakte bekend dat hij niet meer op eigen gelegenheid bedrijven zal verzamelen en die vervolgens zal doorsluizen naar beursfonds Begemann, waarin hij een minderheidsbelang heeft. De beurs sluit Begemann, nu het bedrijf met een ontwenningskuur bezig is, alweer in de armen: de koers steeg van begin februari van 25,10 tot 46,30 gulden gisteren.

Met zijn kooprecept schiep Van den Nieuwenhuyzen het op veertig na grootste industriële concern van Nederland, met 2,7 miljard gulden omzet en bijna 11.000 werknemers. Maar in 1991 waren de glorieuze tijden van de wonderdokter voorbij.

De kerende conjunctuur deed voor Van den Nieuwenhuyzen de werking van zijn vertrouwde recept teniet. De beleggers die vroeger stonden te juichen bij de 'transactieresultaten', de resultaten die Van den Nieuwenhuyzen boekte bij het aan- en verkopen van bedrijven, kregen met het zakken van de koersen argwaan.

Ineens doemde bij de buitenwereld het beeld op dat Van den Nieuwenhuyzen wel eens geen wonderdokter, maar een kwakzalver kon zijn. Hij kocht privé-bedrijven, om die vervolgens te verkopen aan Begemann. Als privé-verkoper was hij gebaat bij een zo hoog mogelijke prijs, terwijl Begemann natuurlijk zo laag mogelijk moest inzetten. Maar doordat hij zowel koper als verkoper was, bestond de kans dat hij de belangen van de meerderheid van Begemann-aandeelhouders niet zouden dienen, alle externe taxateurs, accountants en commissarissen ten spijt.

De aandeelhouders waren er aanvankelijk niet op gebrand om een debat over belangenverstrengeling op de spits te drijven. Ze zagen het aankoopbeleid met welgevallen aan zolang de winst per aandeel en daarmee de koers steeg. Van den Nieuwenhuyzen kocht voor Begemann bedrijven met potentie en daarvan konden de beleggers meeprofiteren, zo luidde het adagium. En tot voor kort was daar veel voor te zeggen.

Maar toen de koers van Begemann in elkaar klapte, van 140 gulden begin vorig jaar tot 25 gulden in februari van dit jaar, schreeuwden de aandeelhouders moord en brand over vestzak-broekzak-transacties van Van den Nieuwenhuyzen. Weg was het beeld van de snelle, creatieve, onuitputtelijke ondernemer die banken en vakbonden op één lijn wist te krijgen. Het imago van Van den Nieuwenhuyzen kreeg nog een extra deuk door zijn privé-handel in automatiseringsbedrijf HCS. Justitie onderzoekt al jaren of hij zich schuldig heeft gemaakt aan handel met voorkennis.

Oppervlakkig gezien zou de beslissing van Van den Nieuwenhuyzen om geen controlerende belangen meer te hebben in ondernemingen buiten Begemann kunnen worden gezien als een definitief einde aan de speculaties over vestzak-broekzak-transacties. Dat blijkt voorbarig. Hij zal namelijk nog één keer zijn eigen meerderheidsbelangen - beursfonds Docdata (cd-fabrieken), Industrial Service Group en N & N - aan Begemann verkopen voor in totaal 78 miljoen gulden. Wilde hij waarderingsproblemen voorkomen, dan had hij deze bedrijven aan derden moeten verkopen. Het zou ook voor de geloofwaardigheid van de Begemann beter geweest zijn om dat te doen. Begemann heeft de afgelopen twee jaar gezegd een gericht acquisitiebeleid te voeren. Dan is het vreemd dat Begemann nu drie volslagen branchevreemde bedrijven koopt.

Van den Nieuwenhuyzen heeft dit gedaan om snel 150 miljoen gulden privé-vermogen vrij te maken voor verbetering van de balanspositie van Begemann. Die exercitie, in het afgelopen weekend samen met de huisbankiers ondernomen, boezemt weinig vertrouwen in. Kennelijk waren de balansverhoudingen, ondanks het afstoten van Begemann-kroonjuwelen Bredero Price en Smit Transformatoren, zodanig onder druk komen te staan dat de banken de privé-bezittingen van Van den Nieuwenhuyzen moesten opeisen. Bovendien hebben zij dochters van Begemann in onderpand genomen.

Van den Nieuwenhuyzen steekt het geld niet in aandelen Begemann - de gewone vorm van risicodragend vermogen - maar in wat financiers een mezzanine noemen: net geen aandeel, maar ook geen lening. Het gaat om de zogenoemde achtergestelde converteerbare obligatielening. De accountancy vindt dat de risicograad van zo'n obligatie zo sterk lijkt op een aandeel dat de lening bij het garantievermogen mag worden geteld. Door Van den Nieuwenhuyzens offer krijgt Begemann een garantievermogen van veertig procent van het totale vermogen. De angst voor faillissement van Begemann is daarmee de kop ingedrukt.

Voor een bedrijf heeft een obligatie echter het nadeel van inflexibiliteit. Wanneer een bedrijf kampt met winstdalingen, zoals Begemann, dan kan het dividend voor aandeelhouders gepasseerd worden, maar obligatiehouders zoals Van den Nieuwenhuyzen moeten toch rente krijgen. Vanaf 1997 kan de lening worden omgezet in aandelen. Tot die tijd kan Begemann de aandeelhouders pas uitkeren wanneer de obligatiehouders zijn betaald. Een dergelijke lening drukt de kasstroom (winst plus afschrijving) en dat is ook een belangrijk meetpunt voor beleggers en bankiers.

Wanneer Begemann dan ook stelt dat de 150 miljoen gulden van Van den Nieuwenhuyzen vertrouwen inboezemt, is dat maar ten dele juist. Het is inderdaad een signaal dat het bedrijf niet snel ten onder zal gaan, maar tegelijkertijd ook een aanwijzing dat de rendementen van Begemann voorlopig zo laag zullen zijn dat er voor gewone aandeelhouders weinig overschiet. De bedrijvendokter van weleer stelt met de nu gekozen constructie een lange revalidatietijd voor Begemann in het vooruitzicht.