Alders dreigt Gelderland met dwangmiddelen

DEN HAAG, 7 DEC. Als provincies en gemeenten procedures voor aanleg van de Betuwelijn moedwillig frustreren, zal het kabinet de bestuurders dwingen mee te werken. Dit zei minister Alders (VROM) gisteren in het debat over de aanleg van de Betuwelijn.

Vorige week dreigde J. de Bondt, gedeputeerde van Gelderland, met een “lawine van beroepsprocedures” om de aanleg van de goederenspoorlijn van de Maasvlakte naar Duitsland zo lang mogelijk uit te stellen. Hij kondigde aan “bestuurlijke stiptheidsacties” te zullen houden door bezwaarschriften en dergelijke zeer uitgebreid te behandelen.

Alders zei bij de parlementaire behandeling van de Nimby-wet (Not In My Back Yard) uiterst terughoudend gebruik te zullen maken van nieuwe dwangmiddelen die deze wet hem verschaft. Sinds kort kan de minister van VROM volgens de zogenoemde Nimby-wet namelijk dwingende aanwijzingen geven aan gemeenten en provincies. Deze zijn dan verplicht om alle veranderingen in bestemmingsplannen aan te brengen die nodig zijn om de Betuwelijn aan te leggen. Geconfronteerd met het dreigement van de provincie Gelderland zei Alders gisteren dat “de Nimby-wet precies voor zulke gevallen is geschreven”.

Gelderland en de Gelderse gemeenten langs het tracé van de nieuwe spoorlijn zijn het niet eens met de door een Kamermeerderheid van CDA en PvdA gesteunde bovengrondse aanleg van de Betuwelijn. Vrijdag presenteerden zij een minimumvariant voor de uitvoering van het tracé die voor hen nog aanvaardbaar zou zijn. Deze bevatte vier extra tunnels en zou volgens de indieners 7,9 miljard gulden kosten, tegen ruim 7,1 miljard voor de kabinetsvariant.

Volgens minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) is de kostenraming van deze Gelderse variant te optimistisch. “Dat is helaas chronisch het geval met de door Gelderland gedane voorstellen.” Volgens de minister kost het jongste Gelderse voorstel namelijk 11,4 miljard gulden.

Maij-Weggen noemde het “niet wenselijk” dat de overheid zelf de exploitatie van de Betuwelijn voor haar rekening neemt. Dit moeten private financiers doen, die 1,5 miljard gulden aan de financiering moeten bijdragen. Mocht dit bedrag lager uitvallen “dan hebben we een hobbel in ons pad”, aldus de minister. CDA-woordvoerder G. Leers zei na afloop van het debat dat wanneer de 1,5 miljard er niet komt, de spoorlijn voorlopig niet moet worden aangelegd. CDA en PvdA hebben er echter net als Maij-Weggen alle vertrouwen in dat beleggers voldoende belangstelling zullen tonen.

Binnenkort, wellicht reeds volgende week, zal worden gestemd over een veertigtal moties die tijdens het debat in de Kamercommissie voor verkeer en waterstaat zijn ingediend. Het kabinet verwerkt vervolgens de aangenomen moties in een nieuwe versie van de planologische kernbeslissing over de Betuwelijn, de zogeheten PKB-deel 4. Volgens Maij-Weggen kan dit stuk nog voor het kerstreces klaar zijn, waarna beide Kamers het moeten goedkeuren.