Advies van Raad voor Cultuurbeheer: 'Behoud bibliotheek Ritman als eenheid'

RIJSWIJK, 7 DEC. De Bibliotheca Philosophica Hermetica, opgericht en bijeengebracht door de Amsterdamse zakenman Joost Ritman, moet als eenheid voor Nederland behouden blijven. De bibliotheek kan echter nog niet op de lijst van beschermd cultureel erfgoed worden gezet, die hoort bij de Wet tot Behoud van Cultuurbezit. Van Ritmans collectie zeventiende-eeuwse kunstvoorwerpen komt niets in aanmerking voor plaatsing. Dat schrijft de Raad voor het Cultuurbeheer in een advies aan de minister van WVC dat vandaag openbaar is gemaakt.

De raad heeft meer tijd nodig om de bibliotheek te onderzoeken en te inventariseren, alvorens te kunnen adviseren over plaatsing op de lijst. Ook bestaan er nog “juridische onzekerheden” die de minister eerst zou moeten onderzoeken. De Wet tot Behoud van Cultuurbezit bepaalt dat “onmisbare en onvervangbare” kunstvoorwerpen niet naar het buitenland mogen worden verkocht.

De minister vroeg de raad op 1 juli van dit jaar om een advies nadat in diverse media uitgebreid aandacht was besteed aan de financiële moeilijkheden van Ritman. Ritman is de voormalige eigenaar-directeur van het Amsterdamse bedrijf De Ster, producent van plastic serviesgoed. Zijn bedrijf had eind vorig jaar voor 525 miljoen gulden schulden opgebouwd, voornamelijk bij huisbankier ING Bank. Deze voerde in april van dit jaar een reorganisatie door, waarbij Ritman het veld moest ruimen. Ritman mocht van de bank wel de dagelijkse leiding blijven geven aan het beheer van zijn bibliotheek en zijn collectie zeventiende-eeuwse kunst, die hij als werkmaatschappijen in de Stergroep had ingebracht.

Zowel de kunstcollectie als de bibliotheek zijn echter aan de bank verpand. Het is niet duidelijk wie momenteel zeggenschap heeft over de bibliotheek, die volgens het jaarverslag van de Stergroep eind 1991 een totale waarde had van 134 miljoen gulden.

De Bibliotheca Philosophica Hermetica (BPH) bestaat uit zestienduizend boeken, waarvan ongeveer duizend manuscripten en incunabelen, boeken uit de beginperiode van de boekdrukkunst. De manuscripten en incunabelen zijn volgens de Raad voor het Cultuurbeheer van groot cultuurhistorisch belang vanwege hun hoge kwaliteit. De raad beklemtoont dat de bibliotheek tevens een grote wetenschappelijke waarde heeft: “Het gaat hier om een collectie van studiemateriaal met betrekking tot de christelijk-hermetische traditie binnen de westerse cultuurgeschiedenis van vooral de vijftiende tot de achttiende eeuw, doorlopende tot heden, èn om de bronnen waarop deze traditie is gebaseerd en waaruit deze heeft geput, in het bijzonder de laat-antieke, christelijke en middeleeuwse gedachtenwereld.”

De raad wijst er op dat de bibliotheek, die is gevestigd aan de Amsterdamse Bloemgracht, vrijwel het enige studiecentrum ter wereld is waar onderzoek op het gebied van deze theologisch-wijsgerige traditie kan worden beoefend.

De raad adviseert de minister om er naar te streven de bibliotheek als eenheid voor Nederland te behouden. Hij heeft echter meer tijd nodig voor een naar juridische maatstaven vollediger inventarisatie van de bibliotheek. Ook zou de minister eerst “een aantal nog bestaande juridische onzekerheden” moet onderzoeken. Vermoedelijk doelt de raad op de onzekere eigendomssituatie van de bibliotheek.

De bibliotheek voldoet volgens de raad aan de eisen van onmisbaarheid en onvervangbaarheid - de wettelijke criteria voor plaatsing op de lijst beschermd cultureel erfgoed. Daarnaast vraagt de raad zich af of plaatsing op de lijst wel de beste weg is om de bibliotheek in zijn geheel te behouden. De raad doet een beroep op de minister om zich samen met de staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen - “als eersteverantwoordelijke voor de wetenschapsbeoefening” - voor dat behoud in te spannen.

Een woordvoerster van het ministerie van O&W zegt desgevraagd dat reeds enige tijd overleg gaande is tussen beide ministeries. Volgens haar gaat het daarbij om de vraag wie de bibliotheek eventueel zou moeten betalen. “Wetenschappelijke collecties vallen onder het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, maar unieke collecties horen thuis bij WVC.” Voor meer inlichtingen verwijst zij naar het ministerie van WVC, dat slechts kwijt wil dat 'ambtelijk overleg gaande' is. De ING Bank zegt desgevraagd het advies nog te bestuderen. Ritman zelf was vanochtend niet bereikbaar voor commentaar.