Vandaag opnieuw record: Niemann op vijf kilometer; Dan Jansen is de perfectie al lang voorbij

HAMAR, 6 DEC. Of hij nu perfectie heeft bereikt? De grensverleggende schaatser ontkent. Dan Jansen is de perfectie al voorbij. De eerste man die de 500 meter aflegde in minder dan 36 seconden, herinnert zich een kwalificatierace in West Allis, Wisconsin. Twee jaar geleden reed hij op dat winderige toen nog onoverdekte baantje vlekkeloos, zonder een geweldige tijd te realiseren. Zaterdag, tijdens zijn gedenkwaardige rit, waren er toch zeker twee slagen niet helemaal raak geweest. Gisteren opnieuw, al benaderde hij het kersverse record op vier-honderdste seconde. De wereldelite heeft er twaalf jaar over gedaan om de 36 secondengrens te doorbreken.

De Sovjet-schaatser Jevgeni Koelikov was in 1981 de eerste die sneller reed dan 37 seconden. Jansen nam op 25 januari 1992 in Davos het record in bezit. Een week eerder had de Duitser Uwe-Jens Mey zijn toptijd van Calgary (1988) aangescherpt. Mey, twee keer goud op de Spelen maar nooit wereldkampioen, was de heerser op de 500 meter in de jaren tachtig.

Jansen heeft die rol in de jaren negentig overgenomen. Hij bracht zijn wereldrecord op 35,92 seconden. Dat is een-tiende sneller dan tijdens de slotwedstrijd van het vorig seizoen. Op de eerste honderd meter won hij drie-honderdste. Toch was dat altijd het kwetsbare onderdeel van de bekendste Amerikaanse schaatser sinds Eric Heiden.

Het was niet de enige reden dat Jansen keer op keer naast olympische medailles greep. Meer dan zijn prestaties (wereldrecords en wereldkampioen in 1988) heeft zijn levensverhaal hem in de Verenigde Staten hem tot een vooraanstaand persoon gemaakt. Twee valpartijen tijdens de Spelen van Calgary (1988) en de tragische dood van zijn zus Jane, enige dagen eerder, kan menig Amerikaan zich levendig herinneren. Een record, zelfs een spraakmakende grensverlegging, zegt dan maar weinig. Jansen heeft geaccepteerd met dat onbegrip te leven.

Als enige van de Amerikaanse schaatsers doet de 28-jarige Jansen het niet voor de lol. Hij is er zich van bewust dat hij over ruim twee maanden zijn laatste olympische kans krijgt. Het zigeunerleven, zoals zijn meeste collega's, trekt hem niet langer. Nog deze week keert hij terug naar vrouw en kind om op de tegenwoordig overdekte baan van West Allis zijn olympische sprint verder te polijsten.

Eerder dan ooit, op 24 juli, stonden Jansen en zijn trainer Peter Muller dit seizoen op het ijs.

Calgary, waar nagenoeg het hele jaar door kan worden geschaatst, werd toen enige weken aangedaan. Het was voldoende om het zogeheten schaatsgevoel te hervinden. Wegens zijn promotionele bezigheden voor de brouwerij Miller in Milwaukee kon het bezoek niet al te lang duren. Met heuveltraining en sprongen werkte Jansen vervolgens aan verhoging van de explosiviteit. Vooral met het oog op de eerste slagen, die het resultaat van een 500 meter goedeels bepalen.

Muller: “We hebben vooral gewerkt aan de eerste honderd meter en de laatste ronde op de 1000 meter. Voor zover je dit van een perfecte schaatser kunt zeggen, waren dat toch zijn zwakke kanten. Als ik hem nu zie, denk ik dat we geslaagd zijn. Zelf had ik hem al vorig seizoen een 35'er toegedacht. Ik verloor die weddenschap, omdat hij er nog niet in geloofde. Nu de grens gebroken is, geloof ik stellig dat er binnen twee jaar 35 rond wordt geschaatst.”

De Duitse Gunda Niemann heeft vanmorgen een wereldrecord op de 5.000 meter verbeterd. Met de tijd van 7.13,29 reed ze de beste prestatie van Yvonne van Gennip uit de boeken. Van Gennip reed haar record tijdens de Spelen van 1988 in Calgary, 7.14,13.

Het wereldrecord op de vijf kilometer staat sinds zaterdag op 6.35,57. Het was de vierde keer dat Johann Olav Koss het 5000-meterrecord aanscherpte. De Noor heerst op deze discipline onafgebroken sinds 1991. Daarvoor was zijn landgenoot Geir Karlstad vier jaar recordhouder. Sinds Piet Kleine (1976) was Leo Visser de enige Nederlander die het record een zomer lang in zijn bezit had.

De eerste echte slag in het olympische schaatsseizoen was daarmee voor Johann Olav Koss. Bart Veldkamp baarde negen seconden achter Koss weinig opzien met zijn 5000 meter en zag al snel dat zijn optreden op de mijl weer eens “bagger” was.

Koss kan de zware najaarstraining beter aan dan de meeste anderen. Dat constateerde de Nederlandse bondscoach Ab Krook. Zijn Noorse collega Hans-Trygve Kristiansen viel hem bij. Falko Zandstra, die Koss vorig seizoen toch op de voornaamste toernooien terugwees, beaamde het maar al te graag. Ritsma eindigde op vier seconden het dichtst bij de Noor. Een jaar geleden was het verschil, tijdens een landenwedstrijd, beduidend groter met tien tellen.

Op de 1500 meter verstrekte Ritsma, de beste Nederlandse allrounder van het voorseizoen, de Noor in de eerste rit een aardige opdracht. Koss antwoordde succesvol. Zelfs specialist Arjan Schreuder moest vervolgens het antwoord schuldig blijven. Als enige Nederlander was de Noordhollander in staat tot een vlakke race, met een slotronde in minder dan dertig seconden. Het wereldrecord kwam niet in gevaar. De eerste 300 meter van Hoffmann, bijna zes jaar geleden, is de meeste allrounders al te machtig.

Na twee wereldbekerwedstrijden heeft het er alle schijn van dat de olympische afvaardiging op de vijf kilometer zal bestaan uit Ritsma, Zandstra en Veldkamp. Op de schaatsmijl ligt de selectie ingewikkelder. Achter Schreuder, Ritsma en Zandstra voegde Jeroen Straathof zich bij het selectie groepje schaatsers dat de afstand in minder dan 1.53 voltooide. De kernploegrijder uit Zoeterwoude, die zijn persoonlijk record met dik een seconde verbeterde, hield daarmee ambitieuze junioren op afstand.