Staat maakt begin met dekking financieringsbehoefte voor 1994

ROTTERDAM, 6 DEC.1993. Financieringsbehoefte Staat. Voor de Nederlandse obligatiemarkt is de rol van de Staat uiteraard van direct belang: niet alleen vormen staatsobligaties het grootste en meest liquide segment van de totale vastrentende markt, daarnaast is de Staat verreweg de grootste vrager naar financieringsmiddelen. Indicatie hiervoor is de financieringsbehoefte van het Rijk, dit is het financieringstekort plus de lopende aflossingen op de staatsschuld, dus wat de Minister van Financiën moet lenen. Dit jaar kwam het totaal te lenen bedrag uit op circa 38 miljard gulden, waarbij Financiën nog kon profiteren van ruim 8 miljard gulden aan ontvangen vervroegde aflossingen op woningwetleningen.

Voor volgende jaren ziet het beeld er evenwel minder gunstig uit, om te beginnen het komende jaar: de huidige raming voor de financieringsbehoefte bedraagt ruim 50 miljard gulden. Dit bedrag is voor circa 20 miljard gulden toe te rekenen aan het financieringstekort, voor de overige 30 miljard gulden aan aflossingen op de staatsschuld. Uiteraard is het denkbaar dat de Staat ook in 1994 zal kunnen profiteren van eerder afgeloste woningwetleningen, maar mogelijk is ook dat de Staat zelf extra geld nodig heeft om oude hoogrentende staatsleningen vervroegd af te lossen.

Hoe dan ook, voor de Minister van Financiën telt alleen de grote lijn, en die wijst op een aanmerkelijke verzwaring van de financieringsinspanning tot gemiddeld 1 miljard gulden per week. Bijkomend probleem is dat het zwaartepunt in de eerste maanden ligt, zodat de Minister zich eigenlijk geen valse start kon veroorloven. Nieuwe staatslening. Het was tegen deze achtergrond niet zo verrassend dat het Agentschap van Financiën vrijdag met de meest populaire looptijd (10 jaar) voor de nieuwe lening kwam. Deze looptijd wordt namelijk zowel in binnen- als buitenland als benchmark genomen. De laatste 10-jaars benchmark van de Staat dateerde overigens alweer vanaf april dit jaar, zodat het ook om markttechnische reden voor de hand lag om voor een 'verse' benchmark te zorgen. De coupon van 5procent werd eveneens conform de verwachtingen ontvangen. Het is overigens de laagste coupon in bijna dertig jaar, tekenend hoe hard de rente de laatste jaren omlaag is gegaan.

De eerste officiële uitgiftekoers werd vanochtend vastgesteld op 99,35, een koers die het effectief rendement op 5,84 procent plaatst.

Hoewel het rentesentiment de laatste tijd een wat aarzelend karakter heeft gekregen, zou gegeven de kracht van de gulden en de attractieve looptijd de Staat met deze emissie zo'n 10 miljard moeten kunnen binnenhalen. Tot dusver is de lening ook goed ontvangen, zowel door binnen- als buitenlandse partijen. Mogelijk is niettemin dat vanwege de jaarultimo (de marktactiviteit neemt dan altijd wat af) de opbrengst achterblijft bij de verwachtingen. In dat geval ligt het voor de hand dat de Staat volgend jaar deze lening via toonbankuitgifte zal heropenen. Renteverlaging Duitsland. Het terughoudende rentebeeld bleef ook de afgelopen week gehandhaafd. De oorzaken liggen in de correctie op de Amerikaanse vastrentende markt, de hogere geldgroeicijfers in Duitsland en het afwachtende rentesentiment als gevolg van de jaarultimo. Bovendien waren de meeste marktpartijen in afwachting van een duidelijk rentesignaal van de Bundesbank. Vanuit Frankfurt is meermalen gesteld dat het beleid van stapsgewijze renteverlagingen zal worden voortgezet, maar daar werden tegelijk een aantal randvoorwaarden aan verbonden. Omdat de laatste weken zowel geldgroei als inflatie (nog) weinig verbetering te zien gaven, en bovendien de mark op de valutamarkten onder druk bleef, lag een disconto- en/of Lombardrenteverlaging niet in de lijn der verwachtingen. Afgelopen donderdag verlaagde de Bundesbank dan ook alleen het repo tarief. Voor de markt kennelijk geen overtuigende stap: de rentetarieven in Duitsland lieten weinig verandering zien.

De mededeling van de Bundesbank dat de eerstvolgende vijf weken het repo tarief niet zou worden aangepast was ongebruikelijk en vormde dan ook het onderwerp van speculaties. Sommigen beschouwden het als een tegemoetkoming aan andere landen, die nu meer ruimte hebben om hun rentes eenzijdig te verlagen. Anderen zagen de uitspraak meer als een signaal dat de Duitse centrale bank voorlopig een voorzichtiger politiek zal volgen. Discontoverlaging Nederland. Dezelfde reactie deed zich voor in ons land, ondanks het feit dat De Nederlandsche Bank afgelopen donderdag wèl tot een discontoverlaging overging (alle discontotarieven minus een kwart procentpunt). De speciale beleningsrente werd met 0,2 procentpunt teruggebracht tot 5,8 procent. Het was wederom de aanhoudende kracht van de gulden die het de centrale bank in ons land mogelijk maakte om de officiële rente eenzijdig te verlagen. Ook andere Europese landen hebben kunnen profiteren van de zwakkere positie van de Duitse mark: in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België en Spanje werden het interventietarief dan wel het disconto verlaagd zonder repercussies voor de eigen valuta.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco