Ouderen

HET WORDT HET KABINET niet alom in dank afgenomen dat het de zogeheten ouderenrichtlijn wil afschaffen.

Deze voorziet in voorrang voor mensen boven de 55 jaar bij collectief ontslag. Het is een sociaal behoorlijk aangeklede regeling, maar principieel deugt zij niet. Het gaat niet aan individuele mensen te behandelen volgens statistische gemiddelden. Bekwaamheid en bereidheid en niet een abstract leeftijdscriterium dienen de doorslag te geven. De bewijslast ligt bij degene die een automatische leeftijdsgrens hanteert, want jongeren hebben een veel grotere kans om weer werk te vinden dan ouderen. De afvloeiing van ouderen is voor de gemeenschap (die voor het leeuwedeel van de kosten opdraait) bovendien veel duurder aangezien ouderen doorgaans hoger zijn ingeschaald dan jongeren.

De arbeidsparticipatie boven de vijftig jaar behoort hier toch al tot de laagste in de Europese Gemeenschap. Nederlanders worden kennelijk eerder voor oud versleten - en vergeten. Het is de vraag hoe lang het vergrijzende Nederland zich dit kan veroorloven. De ouderenregeling is niet een verzekering maar een omslagstelsel waarvoor de demografische basis bezig is af te kalven. Nog afgezien van het verlies aan ervaring en kennis.

NIET VOOR NIETS geven zo veel 55-plussers in de praktijk de voorkeur aan stoppen met werken. Het ontbreekt nog te veel aan flexibele verhoudingen tussen pensionering en doorwerken. Flexibel wil dus ook zeggen dat het salaris geen onwrikbaar gegeven is. Is flexibiliteit in salaris en contract onbespreekbaar?

Maar los daarvan, ook de inrichting van het werk dringt veel ouderen onnodig naar de uitgang. Het vorm geven aan werkbare alternatieven ligt niet primair op de weg van het kabinet maar op die van werkgevers en werknemers. Het afvloei-automatisme van de ouderenregeling is daarbij een obstakel. Daarom is het goed dat het kabinet er een einde aan heeft gemaakt.