'Leve Pablo, Medelln houdt van je'

“Leve Pablo, Medelln houdt van je”, klonk het uit 20.000 kelen, toen de vorige week gedode drugsbaron Pablo Escobar vrijdagmiddag plaatselijke tijd op een kerkhof van Medelln werd begraven, terwijl een orkest het Colombiaanse volkslied speelde.

Voor de Colombiaanse overheid betekent Escobars dood de genadeslag voor het cocaïne-kartel van Medelln en een aanmoediging voor andere cocaïne-handelaars om zich over te geven; het concurrerende kartel van Cali zou dat overwegen, meldden justitiële bronnen in Bogotà dit weekeinde. Voor de en masse toegestroomde arme inwoners van de stad is in Pablito vooral een weldoener heengegaan. Zij zijn hem nog steeds dankbaar voor de woningen die hij voor de armen liet bouwen, de straatverlichting in de sloppenwijken en de financiering van een voetbalclub.

Zo werd Escobar in dubbel opzicht een conjunctuurverschijnsel. De cocaïne die hij liet produceren en verhandelen voldeed in zijn ogen vooral aan de onverzadigbare vraag van het “decadente Westen”. En waar de Colombiaanse overheid onder druk van het IMF moest bezuinigen op openbare werken, voorzagen Escobars drugswinsten in een behoefte. Onder de dankbare inwoners van Medelln kon hij zo bovendien met gemak arbeiders voor zijn kartel werven.

Zijn moeder en zuster, die in het gedrang niet bij de met kransen overladen kist konden komen, betwisten de officiële versie van Escobars dood; volgens hen maakte Pablo zelf een einde aan zijn leven, toen hij besefte dat ontsnappen onmogelijk was. De politie houdt vol dat Escobar in een vuurgevecht werd gedood. Maar “in zijn brieven aan ons schreef hij altijd dat hij ze dat plezier niet zou doen”, aldus zijn moeder.