Kind X was met riem en antennekabel door zijn ouders geslagen; Mishandeld kind moet wachten op hulp

De Buro's Vertrouwensarts inzake kindermishandeling worden overspoeld met werk. In Breda is nu een wachtlijst.

BREDA, 6 DEC. Op zijn tafel ligt een stapel dossiers. De directeur van het Buro Vertrouwensarts inzake kindermishandeling in Breda, drs. P. Pollmann, wacht nog even met lezen: het is geen opwekkende lectuur. Dan begint hij, legt na lezing het ene dossier rechts, het andere links op tafel. Rechts betekent: direct ingrijpen. Links: op de wachtlijst.

“Ik heb tegen de medewerkers gezegd: ik maak de schifting, zodat jullie geweten wordt ontlast. Maar ondertussen vind ik het vreselijk moeilijk en knaagt het aan me. De afgelopen twee weken heb ik twintig dossiers gezien. Twintig keer moeten besluiten: rechts of links. Vijf heb ik links gelegd.”

Nederland telt elf Buro's Vertrouwensarts inzake kindermishandeling. Het aantal meldingen van vermoedens van kindermishandeling is nu 13.000. Twee weken geleden sloeg de landelijke stichting alarm: de bureaus kunnen steeds minder snel op meldingen reageren. Het schrikbeeld van elk bureau om met een wachtlijst te moeten werken, is vooralsnog alleen in Breda een feit. Op die wachtlijst staan 68 gevallen waarin sprake is van een vermoeden van kindermishandeling.

Het kind X bijvoorbeeld. Het bureau werd gebeld omdat het kind op school erg uit zijn doen was. Het was door zijn ouders met een riem en een antennekabel geslagen. In een gesprek met de schoolleiding gaven de ouders dat toe en ze beloofden naar de maatschappelijk werker te gaan. Maar dat deden ze niet. Ze verboden het kind wel op school iets te vertellen over de situatie thuis. De melding werd genoteerd, in overleg met het bureau houdt de schoolleiding het kind in de gaten en is er een maatschappelijk werker op het gezin afgestuurd. “Daarom staat het kind hier op de wachtlijst. We hebben wel afgesproken dat we meteen worden geïnformeerd als zich een herhaling voordoet”, zegt Pollmann.

Een meisje wordt, met instemming van haar moeder, door haar jongere zusje geslagen en getrapt. En van haar moeder krijgt ze te horen: “Ik ruim je op”. Ze valt in de categorie emotionele verwaarlozing. “Er is geen sprake van acuut levensgevaar en dus staat ze op de wachtlijst.”

'Direct ingrijpen' was het parool na lezing van het dossier over een jonge moeder die met een floers voor de ogen het hoofdje van haar baby met haar vingerknokkels had bewerkt. En in het geval van een vader die zijn baby op de keukenvloer liet vallen.

Bij het bureau in Breda, dat sinds 1978 bestaat, kwamen vorig jaar 1.563 meldingen binnen van een vermoeden van kindermishandeling en 1.193 in 1991. In ruim elfhonderd gevallen zorgde het bureau ervoor dat er hulp op gang kwam. In 400 gevallen ging het om het geven van advies. Volgens Pollmann is het aantal meldingen gestegen mede als gevolg van de campagne tegen kindermishandeling 'Over sommige geheimen moet je praten'.

Sinds oktober 1991 heeft het Bredase bureau een dependance in Eindhoven. Daar kwamen tot oktober van dit jaar 433 meldingen binnen, tegen 325 over 1992. “We hadden geen idee wat ons te wachten stond toen het bureau in Eindhoven openging. Wel weten we uit ervaring dat rondom de vestigingsplaatsen van de bureaus de meldingsdichtheid het grootst is.”

Op het bureau in Breda werken drie vertrouwensartsen, zes maatschappelijk werkers en vier administratieve medewerkers. De dependance in Eindhoven telt zes medewerkers. Allen hebben een part-time aanstelling. Het BVA staat voor 1,1 miljoen gulden per jaar op de provinciale begroting. Volgens Pollmann moet daar vijf à zes ton bij om het personeelstekort weg te werken.

Pollmann: “Eind vorig jaar kregen we te horen dat de provincie ons verzoek om meer geld definitief had afgewezen. De betrokken gedeputeerde zei in een gesprek dat we vantevoren hadden kunnen weten dat het aantal meldingen zou stijgen toen we in Eindhoven een steunpunt openden. En dat we dat dus ook zelf maar moesten oplossen. Toen zijn we op 18 januari met een wachtlijst begonnen.”

“Overal zijn wachtlijsten. Laatst nog hebben kinderrechters zich bij de ombudsman erover beklaagd dat er geen plaats is in internaten voor zeer moeilijke gevallen”, zegt een ambtenaar in het provinciehuis. De provincie Noord-Brabant ontvangt in het kader van de wet op de jeugdhulpverlening jaarlijks 102 miljoen gulden. Dat geld moet worden verdeeld over bijvoorbeeld het JAC, de kindertelefoon, de pleegzorg, internaten, medische kleuterdagverblijven èn het Buro Vertrouwensarts. “Zo'n wachtlijst is natuurlijk een nare zaak, maar als ze in Breda meer geld krijgen moet dat wel ergens anders weggehaald worden”, aldus de ambtenaar.

Inmiddels ligt er wel een voorstel van gedeputeerde staten van Noord-Brabant om dit jaar en volgend jaar een ton extra beschikbaar te stellen aan het Buro Vertrouwensarts in Breda voor het overdragen van kennis over kindermishandeling aan hulpverleningsinstellingen. Provinciale staten nemen hierover op 17 december een beslissing.

Pollmann: “Zij mogen de onafhankelijke functie van het meldpunt niet uit het oog verliezen. Huisartsen bijvoorbeeld bellen niet de politie of het JAC bij een vermoeden van kindermishandeling. Hun beroepsgeheim belet hun dat. Het instituut vertrouwensarts dankt zijn ontstaan juist aan de intentie de zwijgplicht van de arts hoog te houden. De politiek moet die niet te grabbel gaan gooien.”